De inflatie in België is in september na 2 maanden weer boven 2 procent uitgekomen, op 2,12 procent. Dat meldt het statistiekbureau Statbel. Onder meer hogere prijzen voor huishoudhulp en rundvlees hadden een impact.
In juli en augustus lag de inflatie (de stijging van de levensduurte) met respectievelijk 1,92 en 1,91 procent voor het eerst sinds januari 2024 onder 2 procent. Dat is het streefdoel van de Europese Centrale Bank (ECB) op middellange termijn, maar de ECB gebruikt een andere, Europees geharmoniseerde berekening.
Een aantal producten en diensten zijn veel meer dan 2 procent duurder geworden tegenover september vorig jaar, zo blijkt uit de gegevens van Statbel.
Zo zijn huishoudelijke diensten nu 21,8 procent duurder. Rund- en kalfsvlees is 16,9 procent duurder geworden, tickets voor sportieve en recreatieve evenementen 15,6 procent en de bijdrage voor riolering en afvalwaterzuivering 14 procent. Ook koffie (+13,9 procent), juwelen (+13,1 procent) en chocolade (+12,7 procent) zitten bij de uitschieters.
Aan de andere kant zijn een aantal producten een stuk goedkoper geworden. Technologie bijvoorbeeld: televisies zijn 16,1 procent in prijs gezakt, smartphones 14,2 procent en computers 12,4 procent. Huisbrandolie werd 11,6 procent goedkoper op een jaar tijd.
Wat is inflatie?
Inflatie geeft het tempo aan waarop het leven duurder wordt. Het cijfer wordt berekend aan de hand van een korf van producten, waarvan wordt verondersteld dat jij en ik die producten regelmatig kopen. Die korf wordt geregeld aangepast. Een aantal jaar geleden werd de dvd-speler bijvoorbeeld vervangen door een streamingabonnement.
De overheid gaat aan de hand van die korf maandelijks monitoren wat nu duurder en goedkoper is geworden. En dat leidt dan tot een cijfer: de inflatie.

