Dankzij een gericht actieplan in samenwerking met het Agentschap voor Natuur en Bos heeft de stad Genk de overlast die everzwijnen veroorzaken tot een minimum weten te beperken. Maar tegenwoordig zorgt een ander dier, de bever, voor problemen en dan vooral in de Stiemervallei: “Het enige wat we kunnen doen, is de dammen die ze bouwen opnieuw afbreken”, weet schepen van Duurzaamheid Karel Kriekemans (CD&V).
Genk heeft populatie everzwijnen onder controle, maar nu veroorzaken bevers problemen: "Waken over toenemende overlast"
In 2023 veroorzaakte een populatie everzwijnen flink wat overlast in Genk. In piekperiodes ging het om 30 tot 40 meldingen per week, waarbij de everzwijnen grote schade aanrichtten in tuinen en voortuinen. Het noopte het stadsbestuur, samen met het Agentschap voor Natuur en Bos, tot actie: zo werd in Genk in februari 2023 een leertraject ingezet voor het beheer van everzwijnen in bewoond gebied.
Er werd een mix toegepast van communicatie en sensibilisering, preventieve maatregelen en gericht beheer met vangkooien en bejagen. Met succes, want de meldingen daalden van een 30-tal per week naar 16 per week in het voorjaar van 2024 tot vandaag nog maar maximaal 3 meldingen per maand. Bijgevolg werd deze aanpak in januari 2024 uitgerold in heel Vlaanderen.
“We voelen inderdaad dat we de overlast onder controle hebben, al blijft het bij everzwijnen moeilijk te voorspellen hoe de populatie gaat evolueren”, blijft de Genkse schepen van Duurzaamheid Karel Kriekemans (CD&V) voorzichtig positief.
Nieuw fenomeen: bevers
Maar het ene ‘probleemdier’ is nog maar onder controle, of het volgende bezorgt de stad kopzorgen. De voorbije jaren is de beverpopulatie in Genk immers toegenomen tot naar schatting 10 à 15 families. Ze zijn te vinden op of naast de meeste waterlopen en in natte natuurgebieden. Op de meeste plekken veroorzaken ze geen problemen, maar op sommige locaties is de overlast wel groot.
Zo doen de meeste problemen zich voor aan de vallei van de Stiemerbeek. Daar bouwen de bevers dammen vlak bij de collector en waar het kwelwater uit het natuurgebied stroomt. Door de dammen gaan de oevers overstromen, en hierdoor kunnen stabiliteitsproblemen ontstaan op de collector. Dat kan op zijn beurt leiden tot grote milieuschade in het natuurgebied. “Ook zijn de rioolstelsels en collectoren die beschadigd worden erg prijzig. Daar moeten we dus over waken”, aldus Kriekemans.
Ook aan de Kaatsbeek is de aanwezigheid van bevers een probleem. Daar komen overlopen van bufferbekkens van bedrijven aan de Taunusweg onder water te staan. Het gevolg is dat afwatering niet meer mogelijk is, met kans op wateroverlast op de bedrijventerreinen.
De bever is een beschermd dier, dus zijn de maatregelen die genomen kunnen worden beperkt. “We kunnen eigenlijk enkel de dammen afbreken die de bevers bouwen”, duidt Kriekemans. “Het brengt voor ons als stad dus veel werk en kosten met zich mee. Een bever werkt elke nacht aan zijn dam, dus die moeten we samen met de provincie elke dag weer afbreken om overlast te voorkomen.”
Groene corridor
Toch brengt de bever niet enkel problemen met zich mee. Bevers zorgen voor dynamiek en een verhoogde biodiversiteit in het gebied. Door vernatting blijft het water ter plaatse, waardoor het in de bodem kan insijpelen en het grondwater aangevuld kan worden.
Karel Kriekemans: “We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de Stiemervallei, die een groene corridor vormt doorheen onze stad en die verschillende natuurgebieden met elkaar verbindt. Enerzijds zijn we blij dat de bevers hier een plek vinden, want meer fauna en flora in deze vallei juichen we toe. Maar we moeten waken over een toenemende overlast. Met de everzwijnen hebben we dit kunnen oplossen, we hopen de overlast van de bever op een even goede manier te controleren.”
Regionaal nieuws uit Limburg


