Begeleiding helpt Vlaamse melkveehouders om hun klimaatimpact te verminderen. Dat blijkt uit de nieuwste resultaten van KLIMREK, het programma met klimaatscans van het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) en de Boerenbond. Vooral de voedermix en het begeleiden van vee en jongvee kunnen een verschil maken, maar evengoed hoe de landbouwer omgaat met zijn bodem. VRT NWS bezocht 2 melkveehouders en vroeg hen hoe zij een verschil proberen te maken.
Vlaamse boeren proberen via klimaatscans voetafdruk van hun melk te verkleinen (en daar zijn wel wat opties voor)
De klimaatimpact van melk?
De ruim 300 melkveehouders die in Vlaanderen een klimaatscan lieten uitvoeren, hadden een gemiddelde klimaatafdruk van 1 kilogram CO2-equivalent per liter melk. Dat lijkt misschien veel, maar ze behoren daarmee tot de internationale kopgroep. De bedoeling van KLIMREK is om de voetafdruk nog verder naar beneden te krijgen, door melkveehouders praktische tips aan te reiken, met een keuzepalet dat bij hen past. Daarvoor worden consulenten op pad gestuurd die de boeren kunnen helpen.
Hoe werkt het?
Melk is gezond. Een blokje kaas bij de aperitiefhapjes kan smaken. Maar hoe zat het ook alweer met de voetafdruk daarvan? Tijdens het productieproces van zuivelproducten komen broeikasgassen vrij zoals CO2 en methaan. Koeien stoten het sterke broeikasgas methaan uit tijdens het herkauwen, en ze produceren mest. Klimaatscans moeten helpen om de impactscore naar beneden te krijgen.
Anne-Sophie Sacré van het ILVO legt uit hoe KLIMREK werkt. "We hebben alle klimaatscans geanalyseerd. We zien heel uiteenlopende scores van 1,7 tot 0,7 en hebben bepaald hoe landbouwers aan de knoppen kunnen draaien om dingen te veranderen."
"Er zijn 3 grote opties: veevoederbeheer (met eigen teelt van hoge kwaliteit), veebeheer (met veel aandacht voor de dieren, want gezonde dieren leveren meer en langer melk) en mestopslag. Dat laatste is uitdagender, omdat er investeringen bij komen kijken."
We hebben bepaald hoe landbouwers aan de knoppen kunnen draaien om dingen te veranderen
Anne-Sophie Sacré, onderzoeker KLIMREK
Lode Ceyssens van de Boerenbond is een voorstander van het systeem: "De meerwaarde van KLIMREK zit niet alleen in het rekenmodel, maar vooral in het gepersonaliseerd advies en het inzetten op maatregelen die passen binnen het bedrijf."
Er wordt intussen gewerkt aan klimaatscans in andere sectoren. Voor de akkerbouw en de varkenssector zitten de scans momenteel in een testfase en wordt het traject verfijnd. Er komen ook projecten aan voor de groente- en fruittelers, vleesvee en gemengde bedrijven. Maar of de klimaatscans effectief zullen worden ingezet, zal mee afhangen van de bedrijven in de sector, en welke incentives zij creëren, zoals een financiële bonus.
"Soja tot een minimum beperken"
Jan van den Keybus en zijn vrouw Kathleen houden om en bij de 300 koeien in Essen. Jan was een van de eersten die meestapten in KLIMREK. Hij probeert onder meer het verschil te maken via de voeders, door die zoveel mogelijk zelf te telen.
"We proberen ons gras vrij jong te maaien, zodat het eiwit van prima kwaliteit is en de vertering optimaal. Als we voeders bijkopen, kiezen we voor producten met een lage CO2-waarde en proberen we overzeese producten te vermijden. We proberen soja tot een minimum te beperken, en er is ook Europese soja."
Ook met het jongvee wordt gewerkt aan de voetafdruk. Als kalveren al vanaf iets jongere leeftijd melk kunnen leveren, dan helpt dat.
Een koe eet tot 60 kg per dag (en in die mix kan een verschil worden gemaakt)
Om efficiënt te werken, moet het voeder voor de koeien elke dag hetzelfde zijn. Sander Hoogstijns is rundveeconsulent bij de Boerenbond en adviseert Jan in het kader van KLIMREK. Een koe eet 55 à 60 kilogram voeder per dag, een hele kruiwagen dus. Met die dagelijkse mix kan een boer dus echt wel een verschil maken.
"Gras en maïs worden op het bedrijf geteeld. Dan heb je perspulp, een restproduct van de suikerindustrie en bierbostel, een restproduct van het bierbrouwen, om aan te vullen. Zo kom je aan een rantsoen dat je grotendeels lokaal kan verkrijgen. Dat wordt dan verder aangevuld met bijvoorbeeld soja, maar dat zal maar enkele procenten zijn", vertelt Sander.
"Het allerbelangrijkste is om elke dag net iets beter te doen dan gisteren, elke dag scherp te blijven op alles", vat Jan samen. "Zowel op de eigen teelten, de aankoop van de voeders als op de dieren. Keuzes maken en vooral ook consequent blijven."
Klimaatverstoring maakt het moeilijker
Jan en Kathleen zijn ook afhankelijk van het weer. Door de klimaatverandering zijn er meer weersextremen, zoals dit jaar een lange droge periode. De grasgroei is daardoor stilgevallen. Jan en Kathleen hebben extra bewaterd, wat geld kost, maar hebben tegelijk ook minder gras kunnen ophalen van de eigen velden. "Ook de maïs viel te snel rijp. Dit jaar zitten we met een maïskuil van lagere kwaliteit."
De klimaatscore voor dit jaar zou door de droge zomer en de mindere opbrengst aan eigen voeder, hoger kunnen uitvallen, vreest Jan. Er wordt intussen gewerkt aan maïsrassen die beter tegen de droogte kunnen.
Hoe het financieel werkt
Aan de inspanningen hangt ook een financiële beloning. Jan en Kathleen zijn verbonden aan FrieslandCampina, een bedrijf dat vragende partij is voor een lage voetafdruk. Het moet elk jaar een klimaatrapport opleveren, en rekening houden met Europese verplichtingen. Bovendien kan het bedrijf zich als groen(er) profileren bij de consument. Ze ontvangen ook een bonus per geproduceerde liter voor die groene inspanningen.
Tegelijk moeten Jan en Kathleen minder veevoeder inkopen als ze zelf meer telen, wat ook een voordeel oplevert. Hun koeien blijven op stal, omdat ze grond optimaal willen gebruiken voor teelten.
Ben zet in op een gezonde bodem en alternatieven voor soja
Ben Versteynen heeft 130 melkkoeien in Poppel. Hij probeert zoveel mogelijk de kringloop te sluiten om de impact te verminderen, en zet specifiek in op een gezonde bodem.
"We zijn gaan kijken hoe we weer meer CO2 kunnen vastleggen in de bodem", zegt hij. Het maakt de bodem weerbaarder tegen klimaatextremen, houdt beter vocht bij en gaat bodemerosie tegen, stimuleert het leven in de bodem en komt de bodemvruchtbaarheid ten goede, zo bleek uit een reportage die we eerder brachten.
Ben probeert op een natuurlijke manier meer bacteriën en schimmels in de grond te krijgen. "Daardoor heb je een betere plant, en wordt je veevoeder ook rijker. Met kruidenrijk grasland zal je meer mineralen in het voer brengen, en zo in de melk. Je zal dan ook minder extra's aan supplementen nodig hebben om een goed rantsoen voor de koe bereiken." De koeien van Ben gaan wel nog naar buiten, als onderdeel van de hele kringloop.
Ik bespaar op kunstmest en doe het voortaan zonder soja
Ben Versteynen, melkveehouder
Hij werkt samen met natuurverenigingen en gebruikt de bokashi-fermentatiemethode. Daarbij wordt koolstof uit natuurgebied aangewend om de grond beter te maken. "We gebruiken daardoor ongeveer 80 procent minder kunstmest dan vroeger. Dat betekent heel wat minder CO2. Vanaf dit jaar hebben we de soja volledig weggelaten. In de plaats kiezen we voor veldbonen en triticale, een mengteelt met graan."
Ben klinkt tijdens zijn betoog ideologisch, maar benadrukt dat hij ook en vooral economisch denkt. "Hoe kunnen we snoeien in de jaarlijkse kosten die elke keer terugkomen? Doordat de bodem en het ecosysteem beter gaan werken, dan is de koe gezonder en zal ook minder input nodig hebben van bijvoorbeeld antibiotica of ondersteunende middelen. Als je bodem gezond is, heb je veel minder kunstmest nodig. En door minder te ploegen, bespaar ik op loonwerk."
Regionaal nieuws uit Antwerpen




