Fietswinkels zijn op zoek naar goede herstellers, maar vinden die almaar moeilijker. Nochtans zijn ze onmisbaar, want de verkoop van fietsen is al lang niet meer hun enige bron van inkomsten. Meer zelfs: de omzet van fietsherstel stijgt fel - tot wel 40 procent. Hoe komt dat? En waarom zijn er zo weinig fietstechnici?
Fietsherstellers zijn schaars terwijl de vraag stijgt: "Auto's zijn meer sexy"
In het kort:
Fietsherstel is in Vlaanderen een steeds belangrijkere inkomstenbron voor fietswinkels, goed voor 30 à 40 procent van hun omzet.
Het beroep van fietstechnicus is een erkend knelpuntberoep door een lage instroom in het onderwijs en een tekort aan nieuwe werkkrachten.
"Door de groeiende complexiteit van het beroep is men zich volop aan het professionaliseren," zegt Frank Glorieux van mobiliteitsfederatie Traxio.
Fietsen in Vlaanderen is populairder dan ooit. Ongeveer 20 procent van de Vlamingen neemt de fiets naar het werk. En dat doen ze steeds vaker met elektrische fietsen. Mensen blijven ook langer dezelfde fiets gebruiken. Precies daarom zien fietswinkels het aantal herstellingen stijgen.
Fietsherstel is vandaag goed voor zo’n 30 à 40 procent van hun omzet. "Die opvallende cijfers bevestigden een vermoeden dat we al even hadden", zegt Frank Glorieux van mobiliteitsfederatie Traxio. Die deed vorig jaar nog een rondvraag bij haar aangesloten leden.
Steeds vaker passen ook grote fietswinkels zoals Lucien en Bike Republic hun dienstmodel aan om de evolutie de baas te kunnen. "Ze kopen soms kleinere zaken op om die aan hun ketens te hechten, of ze bouwen extra vestigingen bij op drukke locaties", zegt Glorieux.
"Vroeger was fietshersteller een soort ambacht", gaat hij door. "Je had je vaste fietsenmaker om de hoek die niet al te duur uitviel. Maar door de groeiende complexiteit van het beroep is men zich volop aan het professionaliseren. Ook kleine fietsateliers zijn nu vaker echte ondernemingen."
Knelpuntberoep
Fietstechnicus is vandaag dan ook een erkend knelpuntberoep en dat komt de sector niet goed uit. Fietswinkels voelen die schaarste aan talent. "Wij zijn momenteel wel voldoende bemand, maar nieuwe mensen vinden is niet gemakkelijk”, vertelt Brent Vanleemputten van Rijwielen Jacobs uit Leuven. “Jonge mensen lijken niet zo geïnteresseerd in de opleiding."
De instroom schiet inderdaad tekort volgens Glorieux. "Er bestaan opleidingen tot fietstechnicus in de derde graad van het secundair onderwijs en in het volwassenonderwijs. In het secundair trekken scholen te weinig leerlingen aan, terwijl de afgestudeerden in het volwassenonderwijs te weinig doorstromen naar het werkveld."
Studenten zijn veel meer geïnteresseerd in richtingen met auto’s. Ze vinden dat meer meer 'sexy' dan fietsen
Katleen Immesoete, directeur HTISA
Dat erkent Stan Lagrou, coördinator van de opleiding tot fietstechnicus in het Centrum voor Volwassenenonderwijs HIK. "De meerderheid van onze cursisten doet dit als hobby”, vertelt hij. “Er zijn centra waarbij de opleiding vooral wordt ingericht met het oog op het werkveld, maar door de lage instroom bestaat daar veel concurrentie."
Een tiental middelbare scholen biedt de studierichting aan, maar populair is die niet. "We tellen dit jaar 7 studenten, het gebruikelijke aantal", zegt Katleen Immesoete, directeur van het Hoger Technisch Instituut Sint-Antonius (HTISA) in Gent.
Daar kunnen de leerlingen de richting volgen in een duaal traject: ze krijgen enkele dagen in de week les op school, terwijl ze de rest van de tijd betaald aan de slag zijn in de sector. "Onze studenten lijken vlot door te stromen naar de praktijk", vertelt Immesoete.
"Maar de concurrentie met andere technische opleidingen is groot. Studenten zijn bijvoorbeeld veel meer geïnteresseerd in richtingen met auto’s. Dat sluit misschien vaker aan bij hun persoonlijke interesseveld. Auto’s zijn voor hen vaak meer sexy dan fietsen."
Duurder
Door de wildgroei aan elektrische fietstypes moeten herstellers bovendien complexer werk doen. "Fietswinkels vragen zo ook hogere prijzen dan vroeger, dat is normaal. Dat is ook belangrijk om het personeel voldoende te kunnen betalen, aangezien de fietstechnicus zo’n schaars profiel is."
Ook de consument moet bereid zijn om die meerkosten te betalen. Dat is volgens Glorieux nog een aandachtspunt. Ook de fietswinkel van Van Leemputten heeft zijn tarieven moeten optrekken. Het klinkt voor hem herkenbaar. "Soms schrikken mensen nog van de factuur."
"Toen ik zelf begon in de sector hadden we een uurprijs van om en rond de 45 euro, vandaag is dat 75 euro. Ik hoor dat andere winkels soms nog hogere prijzen hebben", voegt hij nog toe.
Veel kleinere handelaars hielden vroeger ook weinig rekening met hun werkelijke kosten en inkomsten, maar de sector professionaliseert. "Winkels die veel herstellingen uitvoeren en hun mensen goed betalen, houden die schaarse werknemers ook bij", zegt Glorieux.
Familiefietsen
Toch heeft de fietssector een historische achterstand in Vlaanderen. “De autosector staat veel verder. Daar is het al lang duidelijk wie de grote spelers zijn en welke prijzen ze hanteren. Het personeel is er voorhanden”, gaat Glorieux verder.
Toch liggen er volgens hem grote kansen voor onze regio: "Vlaanderen is een echte koploper, en wat vooral opvalt: er wordt ontzettend divers gefietst. Maar liefst 27 procent van de fietsen zijn sportieve modellen, maar er is ook een duidelijke verschuiving naar verschillende soorten elektrische fietsen, zowel voor ontspanning als woon-werkverkeer."
"Daarnaast raken ook grotere fietsen en familiefietsen meer ingeburgerd. De cargofietsen (zoals die waarmee webwinkel Coolblue rijdt, red.), winnen bijvoorbeeld sterk aan populariteit, naast de bakfietsen. Die evoluties zien we in andere landen nog niet. Daar wordt de fiets vooral gezien als iets om mee te ontspannen", besluit Glorieux.

