De fiets is een verbazingwekkende gangmaker in het woon-werk-verkeer. 20 jaar geleden gebruikte nog slechts 12 procent van de Vlamingen de fiets om naar het werk te gaan. Intussen is dat 20 procent of meer. En in sommige regio’s haalt de fiets in combinatie met auto of trein momenteel zelfs marktaandelen van 40 tot 50 procent. VRT NWS dook in de cijfers van de Federale Overheidsdienst (FOD) Mobiliteit en HR-bedrijf Acerta en ontdekte een paar opvallende tendenzen.
Uit een grote enquête van de FOD Mobiliteit blijkt dat het gebruik van de fiets in het woon-werk-verkeer tussen 2005 en 2021 in Vlaanderen met bijna 70 procent steeg. Het gaat dan om pendelaars die de fiets exclusief voor hun traject gebruiken en dus niet in combinatie met andere vervoersmiddelen zoals de trein of de auto. In 2005 had de fiets een marktaandeel van 12 procent maar in 2021 was dat al bijna 21 procent.
In diezelfde periode stagneerde het marktaandeel van de auto. Al blijft de wagen met 67 procent wel veruit het populairste vervoersmiddel om te pendelen. Door de komst van derdebetalerssystemen – waarbij de werkgever je treinabonnement deels of helemaal terugbetaalt – groeide het treingebruik ook verder.
Pendelgedrag individualiseert
Opvallend is dat vormen van collectief vervoer georganiseerd door de werkgever – denk aan de bedrijfsbussen naar de Antwerpse haven – sterk aan populariteit moesten inboeten. Ook carpoolen kan steeds minder Vlamingen bekoren. Slechts 2 procent van de werknemers doet dat nog.
Het pendelgedrag van de Vlaming individualiseert dus.
In gebieden met minder frequent openbaar vervoer of met lange autofiles kiezen we steeds vaker voor de fiets. En zelfs in regio’s met voldoende openbaar vervoer jagen stakingen, vertragingen en bussen of treinen die niet opdagen ons de fiets op.
In gebieden met minder frequent openbaar vervoer of met lange autofiles kiezen we steeds vaker voor de fiets
Dat blijkt ook uit meer recente cijfers in de Mobiliteitsbarometer van HR-bedrijf Acerta. Zij analyseerden de pendelgewoonten in Vlaanderen en Brussel in de periode van 2019 tot 2024 op basis van gegevens van meer dan 3.500 werkgevers in de private sector.
“Ofwel zijn we de autofiles beu en winnen we tijd met de (elektrische) fiets,” zegt Karolien Van Herpe, senior legal consultant bij Acerta. “Aan de andere kant: waar en wanneer er aanbod is van trein, tram of bus, daar heeft de gebruiker geen vat op. Voldoet dat aanbod niet, dan neemt de pendelaar die het kan liever zelf de controle en kiest voor private vervoersmiddelen, zoals de fiets en/of de auto.”
Steeds vaker combinaties van vervoersmiddelen
In sommige regio’s pendelt 20 procent of meer van de mensen volgens Acerta intussen effectief met de fiets volledig naar het werk. Steeds meer Vlamingen en Brusselaars combineren echter de fiets ook met een ander vervoersmiddel, zoals de tram, bus, metro, trein en auto. Daar zit nog de grootste groei.
Het gaat dan bijvoorbeeld om pendelaars die een ‘stationsfiets’ hebben – een soms aftandse klassieke fiets aan het vertrek- en aankomststation die al eens gestolen wordt – of om hippe Brompton-gebruikers die hun fiets mee op te trein nemen. En ja, er zijn ook steeds meer creatievelingen die hun plooifiets of e-step in de koffer van de wagen gooien, parkeren op een plek waar het kan of goedkoper is, en zich vervolgens de urban jungle in wagen.
Als je die verplaatsingen meerekent, speelt de fiets al in veel meer pendelverplaatsingen een rol. In Antwerpen al 1 op de 2. Het belang van creatieve mobiliteitsoplossingen en combimobiliteit tussen de woning en het werk groeit dus. Belangrijke voetnoot: in de gegevens van Acerta zit in de categorie ‘fiets’ ook de e-step vervat, al is dat aandeel in het pure woon-werk-verkeer (voorlopig) nog zeer klein.
Grote verschillen tussen de provincies
Antwerpen: 1 op de 3 combineert de fiets met auto of openbaar vervoer
De Antwerpenaar is en blijft fietskampioen in het woon-werk-verkeer. In 56 procent van de woon-werk-verplaatsingen die werknemers in de provincie maken, speelt de fiets een rol, al dan niet in combinatie met andere vervoersmiddelen.
Dat is een toename van bijna 26 procent op 5 jaar tijd (2019-2024) en duidelijk meer dan in de andere Vlaamse provincies. Het is Koning Auto die door de groeiende files wat terrein heeft moeten prijsgeven, al blijft die in net geen 73 procent van de woon-werk-verplaatsingen een belangrijk aandeel hebben. Het aandeel van het openbaar vervoer in Antwerpen stagneert rond de 8 procent.
1 op de 3 Antwerpse werknemers combineert de fiets met de auto of het openbaar vervoer. 1 op de 5 legt het volledige woon-werk-traject altijd met de fiets af.
Brussel: meer fietsers maar vooral goed openbaar vervoer
In 5 jaar tijd is het aandeel werknemers dat (ook) de fiets gebruikt om naar en van het werk te rijden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gestegen van 13 procent naar 20 procent, ruim de helft meer. De fiets is daarmee de grote winnaar in het woon-werk-verkeer.
De verliezer is de auto, met een aandeel van 42 procent. De grootste speler in het woon-werk-verkeer in het gewest is en blijft wel het openbaar vervoer, met een aandeel van liefst 49 procent, bijna het zesvoud van het Belgische nationale gemiddelde. Dat komt natuurlijk ook omdat Brussel als verstedelijkte regio heel efficiënt openbaar vervoer kan aanbieden.
Vlaams Brabant: de helft meer fietspendelaars
Tussen 2019 en 2024 is het aandeel werknemers in Vlaams-Brabant dat (ook) de fiets gebruikt om naar en van het werk te rijden gestegen van een marktaandeel van 28 procent naar 43 procent, een toename van liefst 51 procent.
Het percentage werknemers dat (ook) rekent op de auto blijft hangen rond de 70 procent. 12 procent van de pendelaars in Vlaams-Brabant gebruiken het openbaar vervoer om naar het werk te gaan. Dat is merkelijk meer dan het Vlaamse gemiddelde van 7 procent.
Oost-Vlaanderen: meer fietsers en in lijn met het Vlaamse gemiddelde
Sinds 2019 is het aandeel werknemers in Oost-Vlaanderen dat (ook) de fiets gebruikt om naar en van het werk te rijden gestegen van 35 procent naar 47 procent. Dat is een toename van 36 procent.
De auto (al dan niet in combinatie met andere vervoersmiddelen) blijft rond 76 procent hangen, het openbaar vervoer op 7 procent. Die cijfers bevinden zich op het Vlaamse gemiddelde.
Limburg: grootste stijger
Sinds 2019 is het aandeel Limburgse werknemers dat de fiets gebruikt om minstens een deel van het traject naar het werk af te leggen gestegen van 27 procent naar 45 procent. Dat is een toename van net geen 66 procent. Nergens in Vlaanderen was die toename zo groot. Dat gaat ten koste van het openbaar vervoer.
De auto blijft in de provincie erg dominant met een marktaandeel van bijna 90 procent, die dus blijkbaar steeds vaker gebruikt wordt in combinatie met de fiets en de step.
West-Vlaanderen: veel autogebruik maar wel de helft meer fietsers
In 5 jaar tijd is het aandeel werknemers in West-Vlaanderen dat (ook) de fiets gebruikt om naar en van het werk te rijden gestegen van 28 procent naar 44 procent, een toename van liefst 54 procent. Het percentage West-Vlaamse werknemers dat (ook) rekent op de auto blijft hangen rond de 80 procent, het aandeel van het openbaar vervoer rond 4 procent.
Over de gegevens van de FOD Mobiliteit en Acerta
Acerta maakte gebruik van geanonimiseerde gegevens die gebaseerd zijn op de werkelijke HR- en loongegevens van meer dan 362.000 werknemers uit de private sector. De data werden via de ACERTA-Mobiliteitsbarometer verzameld tussen 2019 en 2024, met metingen op kwartaalbasis. Ze geven gezien de mix van sectoren, regio’s, geslacht, leeftijd, enz. naar eigen zeggen een representatieve weergave van de Belgische werknemerspopulatie in de privésector. Het gaat trouwens al om de negende editie van de Mobiliteitsbarometer.
De peiling naar het woon-werk-verkeer van de FOD Mobiliteit is een enquête die elke 3 jaar georganiseerd wordt. Er wordt gekeken naar de woon-werk-verplaatsingen van alle werknemers van Belgische ondernemingen en overheidsdiensten met gemiddeld genomen meer dan 100 mensen in dienst. De laatste editie vond tussen 1 juli 2021 en 31 januari 2022 plaats. Een nieuw rapport wordt verwacht in 2026.

