In de haven van Zeebrugge vertrekt de Belgische mijnenjager Primula vandaag voor een NAVO-missie van 3 maanden op de Baltische Zee. De bemanning zal daar de veiligheid op zee bewaken en de onderzeese verbindingen van Europa beschermen. Toch is zo'n missie niet zo evident in tijden van onrust op het Europese continent. "Je weet nooit wat er gaat gebeuren", vertelt Geert terwijl hij zijn zoon uitwuift.
"Afscheid met een bang hartje": Belgische mijnenjager Primula vertrekt voor 3 maanden op missie naar Baltische Zee
Ik sta even versteld wanneer plots om de hoek een lange colonne van zo'n 100 vrienden en familie opduikt om afscheid te nemen van de bemanning van mijnenjager Primula. De opvarenden, zo'n 40 matrozen, vertrekken vandaag richting de Baltische Zee om "op mijnen te jagen", zoals ze het zelf omschrijven, maar hun achterban blijft vaak met een bang hartje achter.
"We zijn een heel klein beetje ongerust", vertelt Kathleen geflankeerd door haar man Geert. Ze nemen vandaag voor 3 maanden afscheid van hun zoon. "Schrik heb ik niet meteen, maar je weet maar nooit. Poetin en zijn entourage, die zijn niet echt betrouwbaar en daar denk je wel eens aan."
Veel familie en vrienden blijven soms achter met een bang hartje
Iets verderop staan de mama en de opa van Didier*, die op zijn eerste missie vertrekt. "Het is toch heel spannend", vertelt ze. "Hij gaat heel dicht bij de grens met Rusland, maar we blijven positief en hopen dat alles goed zal gaan."
Afschrikking
Een ander verhaal hoor ik eenmaal aan boord van de Primula. Bij de bemanning is er van die ongerustheid geen sprake.
"Voor ons is dit eigenlijk een gewone opdracht", vertelt de commandant van de Primula Thibault. "De regio is inderdaad complexer geworden, maar voor ons verandert er eigenlijk niet veel. We zijn volledig voorbereid om daar nu te opereren."
Aan boord van het schip is de bemanning klaar voor de missie
Toch beseft de commandant wel dat er een grote verantwoordelijkheid op hun schouders rust. "Onze belangrijkste missie is om daar mijnen te ontruimen die er nog liggen na de Tweede Wereldoorlog, maar bijkomend gaan we ook de kritieke onderzeese infrastructuur beschermen."
"Het is belangrijk dat we daar fysiek aanwezig zijn: het toont waartoe we in staat zijn en dient - indien nodig - ook als afschrikking. Dat is nodig voor onze eigen toekomst, en ook die van u."
Voor de 19-jarige matroos Pieter* is het zijn eerste missie aan boord van de Primula, maar ook bij hem is van ongerustheid geen sprake.
"Ik kijk er erg positief naar", vertelt hij. "Het is heel mooi dat ik dit op jonge leeftijd kan doen, niet iedereen kan hetzelfde zeggen."
Of hij schrik heeft voor zijn eerste missie? "Het is de job waarvoor ik heb gekozen. Je weet dat. Maar ik voel me heel goed omringd, het is een toffe bemanning, en het teamwork geeft me echt veel vertrouwen."
Belgische specialiteit
De Belgische mijnenjagers als de Primula nemen geregeld deel aan NAVO-mijnenbestrijdingsoperaties, met name in de Baltische Zee om mijnen uit wereldoorlogen op te ruimen. Vooral vanwege onze betrokkenheid in de Eerste en Tweede Wereldoorlog, heeft de Belgische marine zich hierin gespecialiseerd, een expertise die ook internationaal erkend wordt.
Tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog werden de kusten van België immers zwaar bemijnd, waardoor de marine na de oorlog een belangrijke taak had in het opruimen van explosieven.
In de jaren 80 ontwikkelden België en Nederland gezamenlijk de Tripartite-klasse mijnenjagers. Dit was destijds een revolutionair ontwerp dat de samenwerking en de gedeelde focus op mijnenbestrijding tussen de 2 landen versterkte. Die ervaring kunnen ze nu nog steeds goed gebruiken in het buitenland.
Broodnodige vernieuwing
De Belgische marine heeft op dit moment nog 4 operationele mijnenjagers van de Tripartite-klasse in dienst: de Bellis, de Crocus, de Lobelia en de Primula. De Aster werd in 2021 uit dienst genomen. De Belgische mijenjagersvloot is ondertussen behoorlijk verouderd (de meeste schepen dateren uit de jaren 80), en in samenwerking met Nederland worden de mijnenjagers de komende jaren wel vervangen door nieuwe schepen.
In totaal zijn er 12 extra mijnenjagers van de City-klasse besteld: 6 voor België en 6 voor Nederland. Het eerste nieuwe Belgische schip, de BNS Oostende, zou naar verwachting eind dit jaar in dienst worden genomen. De oplevering van de volgende schepen, de BNS Tournai en de BNS Brugge, staat ook gepland voor de komende jaren.
Opvallend aan deze nieuwe generatie mijnenbestrijdingsvaartuigen is dat ze zullen dienen als 'moederschepen' voor onbemande drones. Daardoor blijft het schip zelf buiten het gevaarlijke gebied en zullen onbemande systemen het werk doen, en is er dus veel minder risico voor de bemanning van de schepen.
De vernieuwing betekent echter niet dat de huidige vloot niet meer gebruikt zal worden. België zal zijn 4 huidige Tripartite-mijnenjagers kosteloos afstaan aan Bulgarije voor de ondersteuning van hun marine, mede om ingezet te worden in en rond Oekraïne.
* De namen van sommige bemanningsleden en hun familie werden geanonimiseerd om hun veiligheid te garanderen.
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen








