Naar hoofdinhoud
Dag en nacht is Eugène in de weer voor zijn stroop.

Is het einde van de Limburgse stroop in zicht? Enkel families Wiertz en Bleus houden het ambacht nog in stand

Is de toekomst van de Limburgse stroop in gevaar? Nu de stroopstokerij in Vrolingen (Wellen) te koop staat, wordt er nog maar op 2 plekken in Limburg stroop gestookt. In Voeren in Stroopstokerij Wiertz en in Wellen in Stroopfabriek Bleus NV. In beide vestigingen wordt het ambacht rechtgehouden door vader en zoon, maar voor hoelang nog?

Noa Sneyers
Gepubliceerd:

Rond het midden van de 19e eeuw telde Limburg een 40-tal stroopbedrijven. Nu schieten daar nog maar 2 van over, waarvan 1 in Wellen, in Haspengouw. Het 2e ligt buiten de fruitstreek, namelijk op het domein van de Commanderij van Sint-Pieters-Voeren, een deelgemeente van Voeren.

Elk jaar wordt er in september en oktober stroop gestookt door Eugène Wiertz (65) en zijn zoon Wim (28). "Het is een uit de hand gelopen hobby", zegt Eugène. "Ik heb ook nog een melkveebedrijf met een 90-tal koeien. Zij grazen in weides met hoogstamfruitbomen die als schaduwplekken dienen. Wanneer het fruit rijp is en van de bomen valt, kunnen we het onmogelijk allemaal in de wei laten liggen, want de koeien zouden zich ziek eten. Om het fruit niet te moeten weggooien, maken we er stroop van."

Eugène en Wim maken stroop van hun eigen appels.

Hoe maak je (Limburgse) stroop

(Limburgse) stroop wordt gemaakt in koperen ketels die gevuld worden met appelen en peren en eventueel wat ander fruit (uit de streek) naargelang de smaak die je wil creëren. Het fruit wordt aan de kook gebracht zodat de schillen van het fruit openbarsten en er een fruitmoes ontstaat.

Die moes gaat door een pers waardoor je enkel nog sap overhoudt. Dat sap wordt daarna nog wat ingedikt tot je uiteindelijk stroop hebt. Het is een langzaam proces dat uren in beslag neemt.

100 jaar oude ketel

En dat stroop stoken doen ze in Voeren met een ketel die bijna 100 jaar oud is. "Mijn vader heeft deze ketel nog begraven om te voorkomen dat de Duitsers hem zouden meenemen tijdens de Tweede Wereldoorlog", zegt Eugène. "Ze hadden er tenslotte al een meegenomen. Tot op de dag van vandaag hebben we er geen idee van waar die ketel naartoe is, maar gelukkig hebben we deze nog. Het stroop stoken is echt een passie voor mij en het lijkt dat ik die passie heb doorgegeven aan mijn zoon."

BEKIJK
Zo wordt er stroop gemaakt in Voeren:

Een hobby met passie

"Voor mij zal dit altijd een hobby blijven", zegt zoon Wim. "Ik werk als lector en onderzoeker aan de hogescholen UCLL en PXL in Hasselt en dat zal toch altijd voorrang krijgen op stroop. Ik zie het ook niet zitten om verder te stoken als mijn papa ermee stopt. Het is veel meer dan wat fruit aan de kook brengen en het is ook best arbeidsintensief. Van het koken van het fruit tot het vullen van de potjes ben je zo een dag verder. Papa kan zeker nog 50 jaar verder, dus aan stoppen moeten we nog niet denken", zegt hij al lachend.

Zolang de gezondheid het toelaat, blijft Eugène samen met zijn zoon in de ketel roeren. "Het zou jammer zijn als zoiets streekgebonden als dit verloren zou gaan. We zijn er erg trots op. Ja, het is veel werk voor redelijk weinig geld, maar het is een passie en de vraag naar stroop blijft. Zelfs klanten uit Engeland en de VS weten de stroop uit Voeren te vinden", klinkt het.

Van kelder tot eigen fabriek

In Voeren kunnen stroopliefhebbers voorlopig nog op hun beide oren slapen. Ook in Haspengouw houdt nog 1 familie de strooptraditie recht. De familie Bleus maakt er al sinds 1843 stroop en vandaag de dag is de 6e generatie aan zet. 7 dagen op 7, het hele jaar door, stookt Raf Bleus (50) samen met zijn vader Johnny Bleus (75) stroop in Wellen.

Raf groeide op in een familie van stroopstokers, maar pas na een zwaar arbeidsongeval groeide zijn interesse voor het stroopstoken. "Bij dat ongeval heb ik mijn been verloren", zegt hij. "Ik had plots erg veel tijd. Om toch iets om handen te hebben, ben ik beginnen te stoken in de kelder van mijn ouders met een kleine ketel. Daar is de passie voor stroop ontstaan."

De ketel waar alles mee begon staat nu in de trappenhal van Rafs eigen fabriek.

Toen de voormalige stad Borgloon de stroopfabriek in Borgloon kocht, ruilde Raf de kelder in voor de fabriek. Zijn vader koos ervoor om zijn stokerij in Vrolingen door te geven aan familieleden, om bij zijn zoon in Borgloon te werken. 13 jaar hebben ze er stroop gestookt.

Toen de fabriek gerestaureerd moest worden om er een belevingscentrum van te maken, bouwde hij een gloednieuwe, moderne stroopfabriek in Wellen. Daar stookt hij nog steeds stroop samen met zijn vader. Ook de stroop die "gemaakt" wordt in de stroopfabriek van Borgloon is afkomstig van de fabriek in Wellen. 

Uitstervend beroep

"Alle machines in de fabriek hebben we zelf gemaakt", zegt Raf. "We werken met 3 kookketels, waarvan nog 2 uit koper. Jaarlijks produceren we 80.000 tot 100.000 kilo stroop. Dat klinkt als veel stroop, maar als je dat vergelijkt met wat er vroeger in de stroopfabrieken in deze regio gestookt werd, dan stelt dat niks voor. De stroopfabriek Wynants-Groenendaels in Borgloon produceerde jaarlijks miljoenen kilo's."

Ondanks het zware beroep, met lange dagen en veel handwerk, werken Raf en Johnny met veel passie aan hun stroop en het verder moderniseren van de fabriek. Toch is de toekomst van de fabriek onzeker, want een opvolger is er niet. "Het is een uitstervend beroep", zegt Raf. "De zaak draait goed, maar rijk word je er niet van en het vergt veel van jezelf als mens. Ik heb mijn leven gewijd aan het stroop stoken, tijd voor een familie was en is er niet. Ik denk niet dat er veel kandidaten zijn die daarvoor staan te springen."

Vader Johnny en Raf werken elke dag samen in de fabriek.

Als de nood het hoogst is

Toch ziet Raf de toekomst niet al te somber in. "Als ik geen toekomst zag voor de Limburgse stroop, zou ik niet meer investeren in mijn fabriek. Ik geloof er wel in dat als de nood het hoogst is, de redding nabij is. Niet veel mensen zullen op dit moment wakker liggen van een mogelijk einde van de Limburgse stroop. Dat hoeft ook nog niet. Naar klanten moeten we niet zoeken. We hebben zelfs moeite om het aantal bestellingen bij te houden."

Ik zal net als mijn grootvader aan de ketel sterven

Raf Bleus, stroopstoker Wellen

"Toch zal ik er alles aan doen om ervoor te zorgen dat er een opvolger is, maar als het van mij afhangt, blijf ik dit doen, tot ik sterf. Ik zal net als mijn grootvader aan de ketel sterven. Zelfs als ik fysiek niet meer zou kunnen, blijf ik hier rondlopen. Dan richt ik de fabriek wel geriatrisch in en hang ik hier en daar een wandelstok op", zegt Raf vastbesloten.

LUISTER

Regionaal nieuws uit Limburg

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"