Naar hoofdinhoud

Laagradioactief afval vindt eindbestemming in Dessel: "70.000 vaten 300 jaar lang geborgen"

70.000 vaten met laag- en middelradioactief afval zullen minstens 300 jaar lang worden geborgen op de site van het NIRAS in Dessel. Premier Bart De Wever (N-VA) kwam vandaag de eerste steen leggen van de bovengrondse bergingsruimte. En dat is hoog tijd. Want sinds het begin van de jaren 80 hebben zich al ruim 50.000 vaten afval opgestapeld in de voorlopige opslagruimtes van NIRAS.

Luc Pauwels
Gepubliceerd:

In het kort:

  • 70.000 vaten met laag- en middelradioactief afval krijgen een definitieve berging op de NIRAS-site in Dessel, waar ze minstens 300 jaar veilig worden opgeslagen.

  • Premier Bart De Wever (N-VA) legde vandaag de eerste steen van de nieuwe bovengrondse bergingsruimte, na decennia van tijdelijke opslag en milieuprotest tegen vroegere zeeberging.

  • "Na 300 jaar is de radioactiviteit zo laag dat er geen verschil meer is met de natuurlijke achtergrondstraling," zegt Sigrid Eeckhout, woordvoerster van NIRAS.

Het doet een mens slikken. De schier eindeloze rijen zwarte vaten met het bekende symbool voor radioactiviteit erop, 6 meter hoog gestapeld in één van de bunkers van de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS) in Dessel.

50.000 staan er in totaal, verzameld in 4 betonnen bunkers. En elk jaar komen er nog 1.000 bij. In 1983 kwamen de eerste vaten hier terecht, zogezegd om tijdelijk te worden opgeslagen. Maar die tijdelijke opslag zal dus bijna 50 jaar hebben geduurd. Het beslissingsproces om het laag- en middelradioactief afval te bergen nam namelijk decennia in beslag.

Laag- en middelradioactief afval?

Wat in Dessel wordt opgeslagen, is dus niet het zware radioactieve afval dat tienduizenden jaren diep onder de grond zal worden geborgen: de beruchte staven met opgebrande splijtstoffen uit onze kernreactoren, bijvoorbeeld. Die bevinden zich nog altijd op de terreinen van de kerncentrales in Doel en Tihange.

Zo wordt het afval in Doel opgeslagen

Wat in Dessel wordt opgeslagen is afval dat veel sneller zijn radioactiviteit verliest. Na 300 jaar is die zo laag dat er geen verschil meer is met de natuurlijke achtergrondstraling.

"Dat kan beschermkledij uit nucleaire installaties of ziekenhuizen zijn, schoenen of handschoenen, materiaal van onderzoek, pipetjes, spuiten, maar ook motoronderdelen, pompen en buizen van kerncentrales," zo licht Sigrid Eeckhout, woordvoerster van NIRAS, toe. "Als je er vlak bij staat, is hun radioactiviteit amper de helft van wat je met een CT-scan te verwerken krijgt."

De radioactiviteit is de helft van wat je bij een CT-scan te verwerken krijgt

Sigrid Eeckhout, NIRAS

De eerste bekommernis is het volume zoveel mogelijk te verkleinen, onder meer door het afval te verbranden. Die verbranding gebeurt ook in speciale installaties op de terreinen van NIRAS. De rookgassen die ontsnappen worden uiterst zorgvuldig gezuiverd en gewassen: er komt absoluut geen radioactiviteit uit de grote schouw die boven het terrein uittorent, aldus Eeckhout. "Het is eigenlijk gewoon warme lucht."

De as van het verbrande afval wordt dan samengeperst in een eerste stalen vat van 200 liter. "Dat wordt op zijn beurt nog eens helemaal platgedrukt tot er een soort van grote pannenkoek overblijft," verklaart Eeckhout.

Ook metalen machine-onderdelen ondergaan dezelfde behandeling: die worden natuurlijk niet verbrand, maar ook samengeperst tot een dikkere pannenkoek. Die pannenkoeken gaan dan in de 400 litervaten, die worden opgevuld met mortel. Het zijn die typische zwarte vaten die al sinds 1983 worden verzameld in Dessel, 50.000 in totaal.

Tijdelijke opslag?

De opslag van de vaten is gestart in 1983. Maar dat was aanvankelijk niet zo gepland. Tot 1982 werden de vaten namelijk in zee 'geborgen '. In de nucleaire wereld spreken ze over een 'berging' wanneer ze de definitieve bewaring van het radioactief afval bedoelen. En vaten storten in zee was een 'definitieve bewaring'.

Vanaf begin jaren 60 tot 1982 werden er in 15 campagnes zo ruim 55.000 betonnen en metalen vaten laag- en middelradioactief afval uit de Belgische nucleaire industrie in de Atlantische Oceaan gestort. Dat gebeurde op 6 verschillende plaatsen, meestal in "troggen", onderzeese ravijnen die tot ruim 5 kilometer diep zijn.

Maar de oudste bergingsplaats, vlak bij de Normandische kust, was amper tussen 65 en 160 meter diep. Daar stortte België tussen 1960 en 1962 zijn eerste radioactief afval.

BEKIJK

Niemand maakte daar toen blijkbaar problemen over. De vaten waren ook helemaal niet bedoeld om het radioactieve afval eeuwig op te slaan. Ze werden expliciet ontworpen om na 3 jaar het radioactieve afval geleidelijk vrij te geven, zodat het kon verdunnen in de zee.

Gaandeweg groeide het protest tegen deze zeeberging. Milieuactivisten benadrukten dat het helemaal niet zeker was of het verdunde radioactieve afval wel zo onschuldig was als de autoriteiten voorstelden.

Het verzet nam almaar toe: legendarisch zijn de beelden van Greenpeace-activisten die met gevaar voor hun eigen leven met hun kleine opblaasbare motorbootjes pal onder de neerstortende vaten voeren.

In 1982 kwam er in ons land dan ook een totaalverbod op de berging van nucleair afval op zee.  Alleen was de nucleaire sector daarop niet voorzien. Er waren net 2 nieuwe kernreactoren geopend en men wist met het afval geen blijf meer. De vaten die waren bedoeld om te rusten op de zeebodem, bleven aan wal staan.

Niemand wist wat ermee aan te vangen: in afwachting werd gekozen voor een tijdelijke opslag, uitgevoerd door Belgoprocess, een dochteronderneming van NIRAS. Belgoprocess bouwde daarvoor speciale betonnen bunkers op de terreinen van NIRAS in Dessel. Intussen begon het onderzoek naar een definitieve berging. Maar dat zou tientallen jaren in beslag nemen.

Veilige opslag?

Het net opgerichte NIRAS zou de taak voor de tijdelijke stockage én de definitieve berging op zich nemen. In afwachting sloeg Belgoprocess de vaten op in speciale betonnen gebouwen.

"Die gebouwen staan in onderdruk", legt woordvoerder Eeckhout uit. "De luchtdruk is er dus constant lager dan buiten. Als er een lek ontstaat, duwt de buitenlucht dat onmiddellijk naar binnen, waardoor radioactieve wolken eigenlijk niet kunnen ontsnappen naar buiten."

"De muren zijn 25 centimeter dik en de loden glasramen 11 centimeter. Het gaat ook om laagradioactief afval. Je kan in principe in onze betonnen bunkers wandelen. Als er iets zou gebeuren, kunnen onze medewerkers altijd naar binnen. Maar dat willen we natuurlijk zoveel mogelijk vermijden."

In 2003 begonnen de oudste vaten te roesten, maar er was nooit gevaar op besmetting

Toch kon Belgoprocess niet vermijden dat er problemen ontstonden met de vaten. In 2003 werd vastgesteld dat de oudste vaten begonnen te roesten. Ze waren dan ook niet ontworpen voor een bovengrondse opslag, in tegenstelling tot de recentere vaten die uit roestbestendige metaallegeringen bestonden. Er lekte geen radioactiviteit, maar NIRAS moest ingrijpen en begon ook de vaten systematischer te controleren.

Tien jaar later, in de lente van 2013 ontdekten medewerkers van NIRAS dat er uit 5 oudere vaten uit de kerncentrale van Doel een licht radioactieve, geelachtige gel begon te vloeien. In 40 andere vaten werd dezelfde gele gel gevonden. Het gevolg van een chemische reactie van het beton in de vaten met het radioactieve afval.

Opnieuw moest NIRAS ingrijpen, het saneerde de vaten en verhoogde de systematische controles. Volgens Eeckhout is momenteel 80 procent van de opgestapelde vaten gecontroleerd. 

Bij de 2 incidenten kwam er geen radioactiviteit vrij uit de bunkers en liepen ook de medewerkers geen besmetting op. Maar het FANC, de Belgische nucleaire waakhond, stelde wel vragen over de onderzeese berging.

Daar liggen nog altijd vaten van hetzelfde type als de aangetaste vaten in Dessel. Maar vijfjaarlijkse metingen op de bergingssites wezen uit dat de radioactiviteit er niet significant was gestegen. Het FANC ging ervan uit dat het afval nog altijd voldoende wordt verdund met het zeewater, ook als er gel zou uitkomen.

Definitieve berging?

De 2 incidenten toonden wel aan dat er werk moest worden gemaakt van een definitieve berging van de tienduizenden opgestapelde vaten. NIRAS selecteerde ruim 40 gemeenten waar het afval veilig zou kunnen worden geborgen.

"Maar we hadden het draagvlak overschat", licht Eeckhout toe. Er bestond veel vrees voor radioactief afval. Er was een uitgebreide informatiecampagne nodig en de betrokken bevolking en politici moesten intensief worden betrokken bij de plannen.

BEKIJK

Uiteindelijk koos NIRAS voor een bovengrondse berging. Daarbij zouden de vaten extra in betonnen kisten worden ingekapseld. Die kisten - de zogenoemde monolieten - worden geborgen in 2 speciale betonnen gebouwen, die in verschillende compartimenten zijn opgedeeld.

Op die compartimenten komt een betonnen afsluitplaat, met daarop een metersdikke beschermlaag. Die bestaat uit ondoordringbare kleilagen, met daarbovenop grote brokstukken stenen en aarde met graszoden. Uiteindelijk blijven van de hele bergingssite 2 heuvels van ca. 22 meter hoog over.

Het is een procedé dat al succesvol in Frankrijk is toegepast. Het is een procedé waarin zich uiteindelijk 3 gemeenten konden vinden. Niet toevallig gemeenten waar al tientallen jaren een nucleaire industrie bestaat: Fleurus, Mol en Dessel.

NIRAS koos uiteindelijk voor Dessel. Toenmalig en huidig burgemeester Kris Van Dijck (N-VA) herinnert het zich nog levendig. "We hebben jarenlang onze bevolking geïnformeerd, toelichting gegeven, gepeild naar gevoeligheden, met natuurlijk de nadruk op een absoluut veilige berging van het afval."

Bedoeling was een echt partnership te creëren, met als pijler: inspraak. De bevolking werd bij alle beslissingen betrokken en kon eigen ideëen aanbrengen.  "Vanzelfsprekend eisten we daar ook compensaties voor: we kregen onder meer een lokaal impulsfonds van 110 miljoen euro. Dat wordt onafhankelijk beheerd door Desselaars en Mollenaren (de bergingssite ligt namelijk vlak bij de grens met Mol). We kregen ook een kmo-zone en konden een prachtige permanente tentoonstellingsruimte en informatiecentrum over de nucleaire activiteiten bouwen." In 2006 keurde de hele Desselse gemeenteraad het project unaniem goed.

Mijn carrière als burgemeester is in 1995 begonnen met het dossier van de berging en zal er in 2030 mee eindigen

Kris Van Dijck, burgemeester van Dessel (N-VA)

Maar dan begonnen het vergunningentraject en de veiligheidsgaranties pas. Dat zou een eeuwigheid duren. Pas in 2024 waren de omgevingsvergunning en het veiligheidsdossier klaar. Bijna 20 jaar na de goedkeuring door de gemeenteraad. "Mijn carrière als burgemeester is in 1995 begonnen met het bergingsdossier en zal er in 2030 mee eindigen," grapt Van Dijck.

Eindfase in zicht

Belgoprocess en NIRAS hebben intussen niet stilgezeten. De installaties voor het inkapselen van de vaten in de betonnen kuipen zijn al klaar. Belgoprocess zal die betonnen kuipen zelf gieten en de huidige vaten erin plaatsen. Gemiddeld komen er 4 vaten in de kuipen, die dan nog eens extra gevuld worden met mortel. De tijdelijke opslagplaats voor het uitharden van de monolieten is ook al afgewerkt.

NIRAS zal daarna de monolieten nog eens extra doorlichten op radioactieve straling. Ook de robots die de blokken moeten scannen, staan al klaar. Komt er geen straling meer uit, dan mag de monoliet met de ingekapselde vaten naar de definitieve bergingsgebouwen. 

Die bergingsgebouwen vormen het sluitstuk van de hele operatie. Vandaag is premier Bart De Wever de eerste steen komen leggen. Tegen 2030 moeten de eerste compartimenten van het eerste gebouw klaar zijn, waarna meteen de eerste monolieten zullen worden geborgen.

Opengewerkte tekening van zo'n bergingsgebouw

Geleidelijk aan zullen de 50.000 vaten dan opschuiven naar hun definitieve bergplaats. Tegen 2045 zal het eerste gebouw zijn volgestapeld. Dan kan het dak met de hijskranen worden gedemonteerd en komt de betonnen afsluitplaat erop, samen met de meterdikke beschermingslaag. Ruim 60 jaar nadat de eerste vaten in Dessel aankwamen voor een "voorlopige opslag" zal het licht- en middelradioactieve afval dan zijn definitieve rustplaats hebben gevonden. 

Vanaf 2045-2050 zal Belgoprocess het 2e bergingsgebouw opvullen. Daarin moet onder meer het lichte radioactieve afval uit onze afgebroken kernreactoren worden geborgen. Na 150 jaar zullen ook de inspectieruimtes onder de 2 gebouwen worden verzegeld. Maar dan nog is er een blijvende monitoring van de lucht, de bodem en het grondwater die nog 350 jaar zal duren.

Als je over 300 jaar met een geigerteller langskomt, zal je geen radioactiviteit meer meten

Sigrid Eeckhout, NIRAS

Kostprijs van de hele operatie: 2,6 miljard euro, waarvan ruim 1,5 miljard voor Engie-Electrabel, 400 miljoen voor ziekenhuizen en andere nucleaire spelers en ruim 600 miljoen voor de nucleaire onderzoeksprojecten en erfenissen van de Belgische staat.

Het eindresultaat is dus 2 groene heuvels die er minstens 300 jaar zullen liggen. "Als je dan met een geigerteller langskomt, dan zal je geen radioactiviteit meer meten. Zelfs niet als je in de heuvels graaft", besluit Eeckhout.

Dwarsdoorsnede van een heuvel waarin het kernafval geborgen zal worden
LUISTER

Regionaal nieuws uit Antwerpen

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"