Naar hoofdinhoud
De rechts-extremistische Israëlische minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir bekritiseert de uitspraak van het Hooggerechtshof.

Palestijnse gevangenen krijgen te weinig voedsel volgens Israëlisch Hooggerechtshof, bevoegde minister reageert woedend

Het Israëlische Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat Israël te weinig voedsel geeft aan Palestijnse gevangenen. Het Hof zegt dat de regering wettelijk verplicht is om hen van voldoende voeding en een "basisniveau van bestaan" te voorzien. Het is uitzonderlijk dat het Hof zich zo sterk uitspreekt tegen het beleid van de regering. Al kondigt de omstreden bevoegde minister Ben-Gvir meteen aan dat hij de beslissing naast zich neer gaat leggen.

Trees Vanhoutte
Gepubliceerd:

De zaak werd aangespannen door de Israëlische mensenrechtenorganisaties ACRI en Gisha, die al langer waarschuwen voor ondervoeding, mishandeling en hygiënische omstandigheden van Palestijnse gevangenen in Israëlische gevangenissen. 

Sinds het begin van de oorlog zijn volgens Palestijnse autoriteiten minstens 61 Palestijnen omgekomen in Israëlische gevangenissen. In maart van dit jaar stierf er nog een 17-jarige jongen, volgens artsen waarschijnlijk door ondervoeding. 

Volgens de organisaties ACRI en Gisha heeft de Israëlische regering sinds het uitbreken van de oorlog in Gaza op 7 oktober 2023 bewust de voedselvoorziening voor Palestijnse gevangenen verlaagd, waardoor er structurele ondervoeding en zelfs hongersnood is. De rechtbank geeft hen nu gelijk en zegt dat de huidige voedselvoorziening niet voldoet aan de wettelijke norm. 

Een panel van 3 rechters keurde unaniem goed dat Israël wettelijk verplicht is om Palestijnse gevangenen voldoende voedsel en "een basisniveau van bestaan" te geven. Dat wil zeggen dat de gevangenen minstens 3 maaltijden per dag moeten krijgen.

Daarnaast was er ook een specifieke klacht van ACRI en Gisha, waarin de organisaties argumenteren dat het huidige voedselbeleid van de regering leidt tot ondervoeding en hongersnood. Het Hof ging daarmee akkoord met 2 tegen 1. 

Uitzonderlijke uitspraak

Het is uitzonderlijk dat het Israëlisch Hooggerechtshof zich zo duidelijk uitspreekt tegen het regeringsbeleid.

In het verleden oordeelde het Hof wel dat delen van de muur die Israël in 2002 bouwde in de Westelijke Jordaanoever ongrondwettelijk waren. Die muur volgde niet de internationaal erkende Groene Lijn, maar liep dwars door Palestijns gebied. Toch liet het Hof de bouw doorgaan, omdat de schade voor Palestijnen volgens de rechters niet opwoog tegen de veiligheidsbelangen van Israël.

In 2005 oordeelde het Hof dat Palestijnen mogen worden aangehouden zonder aanklacht of proces. Die uitspraak wordt fel bekritiseerd door mensenrechtenorganisaties. Ook het vernietigen van huizen van Palestijnse verdachten als afschrikmiddel is toelaatbaar, zo oordeelde het Hof in 2017. Volgens mensenrechtenorganisaties is dat een vorm van collectieve bestraffing, wat een schending van het humanitair recht betekent. 

Bevoegde minister woedend

De rechts-extremistische Israëlische minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir bekritiseert de uitspraak van het Hooggerechtshof en zegt dat het Hof "tot grote schande moordenaars, ontvoerders en verkrachters verdedigt, terwijl de gijzelaars in Gaza niemand hebben die hen beschermt".

Ben-Gvir kondigt ook aan dat hij zijn beleid onveranderd zal voortzetten, ondanks het vonnis. De omstreden minister is samen met zijn collega-minister Bezalel Smotrich sinds vorige week niet meer welkom op Belgisch grondgebied wegens een sanctie van de federale regering.

ACRI vraagt om de uitspraak onmiddellijk uit te voeren en zegt dat "Israëlische gevangenissen veranderd zijn in martelkampen". "Een staat hongert mensen niet uit. Mensen hongeren andere mensen niet uit, ongeacht wat ze gedaan hebben", klinkt het. 

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"