Geen uitschieter, maar ook geen rode lantaarn: op het vlak van fietsen scoort Vlaams-Brabant niet denderend, maar ook niet dramatisch slecht. Vooral de Vlaamse Rand, in het noorden en het westen van de provincie, hinkt achterop, terwijl het oosten van de provincie - met Leuven als centrumstad - het behoorlijk doet (maar het Vlaamse gemiddelde net niet haalt). De vele inspanningen ten spijt is het afwachten of de ambitie van de Vlaamse regering om het aantal fietsverplaatsingen tegen 2040 op te krikken tot 30 procent, haalbaar is.
Vlaams-Brabant lang geen fietskampioen, "maar nog veel potentieel": hoe zit het met fietsen in de provincie?
In 2040 moet 30 procent van alle verplaatsingen in Vlaanderen met de fiets gebeuren. Dat is de ambitie van de Vlaamse regering die jaarlijks 300 miljoen euro wil investeren in zijn fietsbeleid.
Maar waar staan we nu? Wat is het fietsrapport van de Vlaamse provincies? VRT NWS dook in alle beschikbare cijfers, sprak met specialisten en onderzocht de zaak.
In het kort:
In Vlaams-Brabant gebeurt gemiddeld 14 procent van de verplaatsingen met de fiets, minder dan het Vlaamse gemiddelde van 18,5 procent.
Vooral in en rond de enige centrumstad Leuven wordt vaker gefietst (16 procent), onder meer door de goede infrastructuur en de fietssnelwegen. In de Vlaamse Rand blijft het aandeel laag (11 procent), wellicht door het heuvelachtige en landelijke karakter.
De provincie investeert in fietssnelwegen en toeristische routes, met als doel het fietsgebruik tegen 2040 op te trekken tot 30 procent.
Vlaams-Brabanders zijn niet de grootste fietsers, zo blijkt uit het Onderzoek Verplaatsingsgedrag. In de vervoerregio Leuven (het oosten van de provincie) gebeurt 16 procent van de verplaatsingen met de fiets, grofweg 1 op de 6 dus. In de Vlaamse Rand is dat amper 11 procent, of 1 op de 10. Voor de hele provincie samen komt dat op een gemiddelde van nog geen 14 procent.
Daarmee blijft Vlaams-Brabant fors onder het Vlaamse gemiddelde van 18,5 procent en ver onder de scores in de vervoerregio’s Kempen, Gent en Brugge, waar voor bijna 1 op de 4 verplaatsingen, zo’n 25 procent dus, de fiets van stal wordt gehaald.
Nog heel wat werk aan de winkel dus in Vlaams-Brabant om het aantal fietsverplaatsingen in Vlaams-Brabant tegen 2040 op te krikken tot 30 procent, wat de ambitie is van de Vlaamse regering.
Grote verschillen binnen de provincie
Opvallend zijn de grote verschillen binnen de provincie. Dat het oosten van Vlaams-Brabant beter scoort dan het westen, heeft ongetwijfeld ook te maken met het fietsenthousiasme in en rond Leuven, de enige centrumstad in de provincie, waar volgens de Fietsersbond de afgelopen jaren veel ten goede is veranderd voor de fietsers: de invoering van het circulatieplan, de relatief vlotte uitbouw van de fietssnelwegen, de invoering van fietszones en extra fietsenstallingen, zoals onder het Martelarenplein aan het station.
Waarom de Vlaamse Rand zo zwak scoort - in Vlaanderen scoren alleen de Vlaamse Ardennen nog slechter - is minder duidelijk.
Volgens Wies Callens van de Fietsersbond heeft dat mogelijk te maken met het landelijke en heuvelachtige karakter van de streek. “Er zijn meer hoogteverschillen dan gemiddeld”, legt hij uit. “En het is ook landelijker, waardoor vaak een grotere afstand moet worden afgelegd om bijvoorbeeld in een dorpskern of bij een station te komen.” Volgens hem is het aanbod van openbaar vervoer richting Brussel er ook goed uitgebouwd, waardoor minder mensen geneigd zijn de fiets te nemen.
Die analyse deelt ook de Vlaamse fietsmanager Patrick D’Haese, al denkt hij dat heuvels en lange afstanden minder en minder mensen zullen afschrikken door de opmars van de e-bikes en de speedpedelecs.
Maar volgens Lieven Taleman van de plaatselijke Fietsersbond zijn de vaak kronkelige wegen in het Pajottenland ook nog te veel op auto's en te weinig op fietsen gericht. "Mensen vinden het vaak niet veilig genoeg om bijvoorbeeld hun kind naar school te brengen", legt hij uit.
"In de regio zouden bepaalde straten minder comfortabel gemaakt moeten worden voor de automobilist, door bijvoorbeeld een knip of een snelheidsbeperking. Als mensen weten dat ze op bepaalde wegen veilig kunnen fietsen, zou hen dat zeker motiveren. Andere wegen blijven dan vooral voor auto's bedoeld."
Build it and they will come: zorg voor veilige, efficiënte routes, en mensen zullen vanzelf de fiets nemen
Patrick D'Haese, Vlaams fietsmanager
Toch ziet fietsmanager D'Haese veel potentieel: door forse investeringen, zeker in de verbindingen met Brussel, kan het aantal fietsers er volgens hem sterk groeien. "Veilige fietsinfrastructuur nodigt uit om te fietsen, en wie de fiets neemt, trekt anderen mee", legt hij uit. "Want zien fietsen doet fietsen."
Een vicieuze cirkel dus, met de infrastructuur als hefboom. Of zoals D’Haese het samenvat: “Build it and they will come. Zorg voor veilige, efficiënte routes, en mensen zullen vanzelf de fiets nemen.”
Woon-werkverkeer
D’Haese is er dus van overtuigd dat het fietsgebruik in Vlaams-Brabant, en zeker in de Vlaamse Rand, er de komende jaren op zal vooruitgaan. Maar voorlopig zijn de Vlaams-Brabanders dus nog geen fietskampioen - die eer gaat naar de Antwerpenaars, die er op bijna alle vlakken met kop en schouders bovenuit steken.
Ook voor het woon-werkverkeer bijvoorbeeld. In Antwerpen begint en eindigt de werkdag voor 1 op de 4 Antwerpenaars op de fiets, in Vlaams-Brabant geldt dat maar voor 1 op de 6. Alleen Limburg doet het met 1 op de 8 nog slechter.
Omgekeerd nemen Vlaams-Brabanders meer dan in de andere provincies het openbaar vervoer om te gaan werken: Ruim 1 op de 10 gebruikt trein, bus, tram of metro. In Limburg is dat maar 1 op de 30. Zoals al vermeld, speelt de goede uitbouw van het openbaar vervoer vanuit Vlaams-Brabant naar Brussel hierbij ongetwijfeld een rol.
Leuven boven
Maar in de vervoerregio Leuven wordt dus vaker gefietst dan in het westen van de provincie, en uit de fietstellingen die op heel wat fietssnelwegen in Vlaanderen gebeuren, blijken de meetpunten in Leuven zelfs erg goed te scoren.
Het meetpunt aan de fietssnelweg op de Martelarenlaan was vorig jaar het drukste gemeten punt in Vlaams-Brabant: er passeerden 1.632.114 fietsers, dat zijn er gemiddeld 4.471 per dag. Daarmee staat dit meetpunt ook in de top 3 van Vlaanderen, en komt het na 2 meetpunten in Antwerpen en Brugge.
Maar ook erg opvallend: liefst 4 van de 10 drukste - gemeten - fietspunten in Vlaanderen, liggen in Leuven. Het meetpunt aan de Redersstraat staat met ruim anderhalf miljoen passages zelfs nog net binnen de top 5.
“Mooie cijfers”, klinkt het bij de Fietsersbond in Leuven, die wel benadrukt dat het om meetpunten gaat en daarom niet de drukste punten tout court. “In Leuven zijn er wellicht punten waar het nog drukker is, bijvoorbeeld aan de Naamsepoort en de Bondgenotenlaan”, zegt voorzitter Gert Theunissen.
Fietsfiles en conflicten
Maar druk is het er sowieso, met veel pendelaars, scholieren en studenten die het fietspad met elkaar moeten delen. En dat leidt al eens tot heuse fietsfiles of conflicten tussen de verschillende gebruikers. “Sommige fietspaden die eerst ruim en breed leken, voelen intussen, zeker tijdens de spits, voor veel fietsers erg krap aan”, weet Theunissen.
Maar ook buiten Leuven gaat het er op de fietssnelwegen al eens minder vriendelijk aan toe, met frustraties over bijvoorbeeld speedpedelecs die onaangekondigd voorbijrazen of irritaties over wielertoeristen die zich de koning van de weg wanen. Langs de F24, tussen Leuven en Tienen, heeft de provincie daarom bordjes geplaatst die oproepen tot hoffelijkheid.
Fietssnelwegen
Maar hoe dan ook vinden de fietssnelwegen in de provincie dus gretig aftrek. Volgens Theunissen van de Leuvense Fietsersbond zijn die relatief vlot uitgebouwd, en vanuit Leuven kan je intussen via een fietssnelweg zowat alle windrichtingen uit: naar bijvoorbeeld Brussel, Mechelen, Aarschot of Tienen. Heel wat deeltrajecten zijn nog in de maak, maar die missing links worden gestaag weggewerkt.
Richting Brussel maakt De Werkvennootschap, die de Grote Ring rond Brussel onder handen neemt, van de gelegenheid gebruik om meteen ook de fietsinfrastructuur van en naar Brussel uit te breiden en te verbeteren.
Op die manier werd bijvoorbeeld de fietsersbrug over de Grote Ring in Machelen (zie video hieronder), op de F3 tussen Leuven en Brussel, gerealiseerd, net als de in het oog springende houten fietsbrug op de F29, aan het Vierarmenkruispunt in Tervuren. Het opvullen van die 'gaten' in de fietsverbinding tussen Vlaams-Brabant moet ook meer pendelaars op de fiets krijgen richting hoofdstad.
Daarbij valt wel op dat het oosten van Brussel op dat vlak beter is ontsloten dan de Vlaamse Rand in het westen, waar fietsers vanuit het Pajottenland al snel op een gevaarlijke steenweg terechtkomen. Nog een van de mogelijke redenen waarom in die Vlaamse Rand de fiets minder populair is.
Hoe dan ook: met de aanleg van de fietssnelwegen hoopt de provincie Vlaams-Brabant meer inwoners op de fiets krijgen, en dat lukt aardig: vorig jaar werden op alle telpunten in Vlaams-Brabant samen, gemiddeld 1.389 fietsers geteld, net geen 7 procent méér dan het jaar daarvoor, en maar liefst 175 procent meer dan in 2012, toen gemiddeld 505 fietsers per dag werden geteld.
Maar wat met fietspaden die geen fietssnelweg zijn?
Het mag duidelijk zijn: fietssnelwegen, waarvan de meeste nog redelijk nieuw zijn, bollen vaak erg lekker en trekken dan ook fietsers aan. Maar wat met de fietspaden die geen fietssnelweg zijn?
Daar knelt wel eens het schoentje, zo blijkt. Uit de laatste cijfers van het Agentschap Wegen en Verkeer, die wel al dateren van 2023, blijkt dat maar een derde van de fietspaden langs de gewestwegen goed of uitstekend scoort. Bijna 42 procent wordt als ronduit “slecht” omschreven, en nog eens 26 procent als "gebrekkig". Nog al te vaak moeten fietsers op een gewestweg op een zogenoemd “moordstrookje” fietsen, niet meteen de infrastructuur die tot fietsen aanzet.
Fietsrapport: een 7 op 10 voor Leuven en Zemst
Maar wat vinden fietsers zelf? Fietsberaad, het Vlaamse kenniscentrum voor Fietsbeleid, vroeg hen een score te geven aan het fietsbeleid en de fietspaden in hun gemeente. Terwijl bijvoorbeeld Boechout in de provincie Antwerpen een 9 haalt, zijn er in Vlaams-Brabant geen echte toppers: alleen Leuven en Zemst halen een 7, terwijl hekkensluiters Lubbeek en Haacht amper een 4 halen.
Dat Leuven, met een beleid dat fietsen aanmoedigt en met fietssnelwegen die in de stad aankomen en vertrekken, behoorlijk goed scoort, is niet zo verrassend, maar waarom krijgt een gemeente als Zemst een 7?
“Er zijn snelle en veilige fietsverbindingen gerealiseerd naar de omliggende steden”, zegt Chris De Laet van de Fietsersbond in Zemst. “Zo is er bijvoorbeeld de fietssnelweg F1, waar je - sinds er een stevige afsluiting is geplaatst nadat 2 fietsers in de Zenne waren terechtgekomen - aangenaam en veilig kan fietsen van de rand van Mechelen tot aan de rand van Vilvoorde.”
De moordstrookjes op de gewestwegen zijn in Zemst grotendeels verdwenen, zegt ze ook, en na het overlijden van een jong meisje bij een dodehoekongeval in 2016 zijn er op verschillende plaatsen ook verkeerslichten geplaatst.
“Daarnaast is op verschillende plaatsen zone 30 ingevoerd, zijn schoolomgevingen veiliger gemaakt, zijn er nieuwe, overdekte fietsenstallingen bij gekomen, wordt er regelmatig gecontroleerd, en zijn onnodige paaltjes - die fietsers vaak doen vallen - weggehaald.”
Veel, soms kleine, maatregelen maken samen een groot verschil, zo blijkt. Maar ook de goede verstandhouding met het gemeentebestuur, die oren heeft naar de besognes van de fietsers, speelt volgens haar een rol.
“In Zemst trekken we inderdaad al heel lang, over de legislaturen en partijgrenzen heen, de kaart van de fietser”, zegt huidig schepen van Mobiliteit Bart Nobels (Iedereen Zemst). De gemeente is volgens hem altijd uitgegaan van het principe dat ook Patrick D’Haese hanteert: 'Build it and they will come': "Velen vroegen zich af of het wel nodig was te investeren in fietspaden op plaatsen waar weinig fietsers voorbijkwamen, maar wij zijn daar altijd in blijven geloven, met resultaat."
Daarnaast zet de gemeente naar eigen zeggen ook in op verkeerseducatie in scholen en was Zemst een van de pioniers die het leasen van een fiets voor het gemeentepersoneel mogelijk maakte.
Voor alle duidelijkheid: niet alle steden en gemeenten kregen een fietsrapport, omdat te weinig inwoners de bevraging hebben ingevuld.
Zwarte punten
Op vraag van VRT NWS maakte het Agentschap Wegen en Verkeer een lijst van zwarte punten, waar ongevallen gebeurden met (brom)fietsers. Vlaams-Brabant blijkt hier de primus van de klas: van de 164 gevaarlijke punten in heel Vlaanderen, zijn er amper 6 in Vlaams-Brabant, waarvan 4 in Leuven (allemaal op of vlak bij de ring).
Maar zelfs die zijn intussen aangepakt en veiliger gemaakt. “Al blijft het aan de Naamsepoort verre van perfect”, zegt Gert Theunissen van de Fietsersbond. “En ook de kruising van de Tiensesteenweg met de Spoordijk is nog steeds niet conflictvrij. Na een dodelijk ongeval enkele jaren geleden is de regeling van de lichten licht aangepast, maar nog altijd is er een conflict bij groen voor fietsers met afslaand autoverkeer.” Maar hij geeft wel grif toe dat er de laatste jaren in Leuven veel ten goede is gebeurd voor de fietser.
Fietstoerisme in de lift: 130 miljoen gefietste kilometers
Maar er is niet alleen het 'functioneel' fietsen - naar het werk, de school, de winkel -, er is ook het trappen voor het plezier en dat heeft ook de provincie goed begrepen.
“Fietstoerisme is een groeiende vrijetijdsactiviteit, maar tegelijk is is het ook belangrijk voor de vrijetijdseconomie”, klinkt het. “Bovendien draagt het ook bij tot de modal shift. Wie nieuwe en aangename fietsinfrastructuur ontdekt in zijn vrije tijd, zal ook zin krijgen om de fiets voor andere doeleinden te gebruiken.”
Intussen zijn er zo'n 100 fietsroutes in Vlaams-Brabant, en de provincie speelt daarbij heel wat van haar troeven uit: je kan op pad langs themaroutes die bloesems, druiven, witloof, bier of wijn in de kijker zetten. Wielerliefhebbers volgen de sporen van hun helden op de Sven Nys- of de Eddy Merckx-route. En ook gravelbikers vinden er hun gading, bijvoorbeeld op de Geuze gravelroute of Dwars door het Hageland.
De provincie droomt er luidop van dé koersregio van Vlaanderen te worden, met routes “op de weg, in het veld en op gravel”. Ambitieus? Zeker, maar wel met één doel: op de bucketlist van elke (inter)nationale wielertoerist belanden.
Daarnaast lopen ook enkele icoonfietsroutes door Vlaams-Brabant. De Heuvelroute en de Vlaanderenroute doorkruisen de provincie van Galmaarden tot Landen. De Kunststedenroute brengt je van Brussel via Tervuren en Leuven naar Mechelen. En de Groene Gordelroute neemt je mee langs kastelen, erfgoed en panorama’s in de groene rand rond Brussel.
Cijfers over hoeveel fietsers die routes gebruiken, zijn er niet. Maar dat er flink gebruik van wordt gemaakt, is wel zeker: alleen al via Strava werden vorig jaar bijna 2 miljoen ritten (waarvan ruim de helft met 'vrijetijdsmotief' geregistreerd, samen goed voor 130 miljoen gefietste kilometer.
Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant


