Het dodental van de aardbeving die zondagnacht plaatsvond in het oosten van Afghanistan, is opgelopen tot 2.205. Dat meldt een woordvoerder van de taliban. Meer dan 3.600 mensen raakten gewond. Zeker 10.000 huizen zijn verwoest door de aardbeving.
De aardbeving had een kracht van 6.0 en werd tot in de hoofdstad Kaboel gevoeld, zo'n 240 kilometer verderop. Er volgden ook verschillende naschokken, waarvan 2 met een kracht van 5.2. Vrijwilligers van de Afghaanse Rode Halve Maan zijn in het gebied en voorzien mensen van medische hulp.
De taliban zegt dat er al honderden lichamen zijn geborgen. Verschillende dorpen werden met de grond gelijkgemaakt en veel mensen raakten daarbij onder het puin bedolven. De meeste slachtoffers vielen in de provincie Kunar, waar er veel steile rivierdalen en hoge bergen zijn.
Volgens de taliban gaan de reddings- en zoekacties nog steeds door. "Er zijn tenten opgezet voor de mensen, en de levering van eerste hulp en voedsel is aan de gang."
Het bergachtige terrein maakt de hulpverlening niet makkelijk. De taliban heeft helikopters ingezet om de overlevenden te helpen, want over land moeten hulpverleners uren lopen om dorpen te bereiken. Dat is ook erg gevaarlijk, door aardverschuivingen en vallende rotsen.
Te weinig beschikbare hulp
De hulpverlening van andere landen in Afghanistan, met name het Westen, is sinds de machtsovername van de taliban in 2021 sterk teruggeschroefd. Er is te weinig materiaal beschikbaar voor hulpverleners. "Er is onvoldoende medische zorg en er is een tekort aan medicijnen", zegt dokter Shamshair Khan, die in een VN-kamp is in de getroffen regio. "Mensen hier hebben tenten, voedsel en proper water nodig. We hebben veel meer hulp nodig om het lijden te stoppen."
