Zaki schrijft een ontwapenende roman over dementie. Aya Sabi getuigt over het helen van intergenerationeel trauma. Pas na 20 jaar vindt Aleksandr Skorobogatov de sterkte om een boek te schrijven over zijn vermoorde zoon. Dirk Leyman laat je Parijs ontdekken in het spoor van vele schrijvers. En classicus Christian Laes zorgt voor de eerste Nederlandse vertaling van een oud-Griekse roman over slaaf Aesopus. Dit zijn de 5 boeken die VRT NWS deze week tipt.
Zaki schrijft over dementie, Aya Sabi over trauma en troost, Aleksandr Skorobogatov over de moord op zijn zoon: dit zijn de boeken van de week
Gewezen televisie- en radiopresentator Zaki, pseudoniem van Jackie Dewaele, heeft zijn tweede adem gevonden als schrijver en komt met een nieuwe roman. In 'Vergeet het' (uitgeverij Horizon) houdt hij een warm pleidooi om achter de ziekte dementie vooral de mens te blijven zien.
Bob ziet zijn moeder in het woonzorgcentrum steeds verder wegglijden in dementie. Telkens hij haar een bezoek brengt, laat hij op de parking zijn wereld achter zich om die van zijn moeder te betreden. Een vrijwilliger vraagt hem zijn angst en paniek niet binnen te brengen in het centrum. Alleen zo zal hij toegang krijgen tot zijn moeder.
"Ik wil het hebben over menselijke relaties die niet gemakkelijk zijn met iemand die dementeert. Het is angstaanjagend om geconfronteerd te worden met iemand die ons niet meer herkent. We moeten ervoor zorgen dat we dat niet meedragen," vertelt Zaki die voor deze roman heel wat hulpverleners en ervaringsdeskundigen raadpleegde. Op zijn vraag of volgens hen dementeerden gelukkig zijn, antwoorden zij: "Ja, inderdaad.”
Kun je pijn omzetten in troost? In het heel persoonlijke en openhartige essay 'Zo zingt de pijn' (uitgeverij Das Mag) keert Aya Sabi terug naar de thema's uit haar veelgeprezen debuutroman 'Half leven'. Daarin is het een intergenerationeel trauma dat drie generaties vrouwen verbindt.
Sabi laat de fictie achter zich en neemt de lezer mee in haar intieme zoektocht naar heling van pijn die nooit benoemd werd. "Ik weet niet wat er is gebeurd met de grootmoeder, er is nooit over verteld," vertelt Sabi op Klara.
"Helpt al dat praten en schrijven wel?", vraagt Sabi zich af, aangespoord door de reacties van lezers op 'Half leven'. "Ik heb over mijn schrijverschap getwijfeld omdat ik vast kwam te zitten in een identiteit van pijn. Voor mij was de grootste uitdaging een nieuwe taal te vinden, omdat ik met mijn taal altijd rond de pijn cirkelde."
In het essay beschrijft Sabi uitvoerig de therapieën die ze volgde, al dan niet met succes. Ze leerde in het nu te voelen. "Tussen de vrouwen is er ook veel troost en liefde, niet op een talige manier, maar door bijvoorbeeld het eten dat ze voor elkaar maken en met elkaar delen. Een soort zintuiglijke vorm van troost."
"Het boek schrijven heeft me echt bevrijd,"zegt Sabi. "Als het boek 1 of 2 mensen kan helpen aan een makkelijker leven, dan ben ik geslaagd."
Aleksandr Skorobogatov, afkomstig uit Wit-Rusland, woont al jarenlang in Antwerpen. In 'Achter de donkere wouden' (uitgeverij De Geus) schrijft hij over de pijnlijkste gebeurtenis uit zijn leven: de gruwelijke moord op zijn 15-jarige zoon, 20 jaar geleden, langs een landweg nabij Moskou. Het vergde heel wat moed om dit neer te pennen: "Het was absolute zelfdestructie", getuigt de schrijver op Klara.
Na een pijnlijke scheiding van de moeder, waarover Skorobogatov niet in detail treedt, wordt na 10 jaar het contact met zijn zoon hersteld. Net in de week dat hij een eerste brief van zijn zoon krijgt, slaat het noodlot toe.
In het boek reconstrueert Skorobogatov wat er die nacht is gebeurd. Zijn zoon, die nooit bij naam wordt genoemd, wordt tijdens een uitstap met vrienden aangevallen door satanistenjagers. Hij wordt dood in een greppel aangetroffen, onbeschrijflijk toegetakeld.
Tijdens het proces blijkt dat de opgeroepen hulpdienst niet opdaagde en dat getuigen schuldig verzuim pleegden. Kon hij gered worden, is een van de vele vragen die Aleksandr Skorobogatov zich stelt. Als vader worstelt hij met een gevoel van ultiem falen. "Hoe gek het ook klinkt, ik voelde me de moordenaar."
"Het boek is een gesprek met mijn zoon", vertelt Skorobogatov. "Ik wil dat hij blijft leven in de ziel van de lezers en dat iedereen van hem begint te houden."
Dirk Leyman, boekenrecensent bij De Morgen en groot francofiel, neemt in 'Passage Parijs' (uitgeverij Pelckmans) de lezer mee 'op vadrouille' door de Franse hoofdstad. Hij doet dit aan de hand van 30 schrijversverhalen, doorspekt met pittige anekdotes.
Op Radio 1 licht Leyman de keuze van de titel toe. 'Passage' verwijst niet alleen naar de literaire passanten maar ook naar de talrijke citaten in het boek en de charmante overdekte wandelstraatjes die de grote boulevards met elkaar verbinden. Zo spraken de surrealisten af in Café Certa in de Passage de l'Opéra. "Die zagen daar een soort tussenstap in, tussen het reële en irreële", vertelt Leyman. "Bovendien allitereert 'Passage Parijs' lekker".
Parijs had altijd al een grote aantrekkingskracht op schrijvers. Het viel Leyman op dat heel wat auteurs in de lichtstad tot bloei komen, denk aan Scott Fitzgerald, Paul Auster en Henry Miller. Walter Benjamin noemde Parijs "één grote bibliotheek waar de Seine door loopt."
Leyman bezoekt het warenhuis Monoprix waar Houellebecq kwam toen hij in Chinatown woonde. Hij houdt halt op het terras van Café de la Mairie aan de Place Saint-Sulpice, waar Georges Perec schreef en ook Albert Camus kwam.
Het ultieme Parijs-boek is voor Leyman 'Dans le café de la jeunesse perdue' van Nobelprijswinnaar Patrick Modiano. "Modiano is iemand die je door heel onverwachte buurten leidt, allerlei wijken van een laagje mysterie voorziet. Parijs is zijn grote personage." Voor het ruigere, vuilere Parijs tipt hij Lucy Sante.
'Passage Parijs' is meer dan een wandelgids met handige adressenlijstjes en foto's: het opent de poort naar massa's boekentips voor wie een duik wil nemen in de Franse literatuur uit de 20e eeuw.
'Het leven van Aesopus', een populaire Griekse roman uit de eerste eeuwen na Christus, is voor het eerst helemaal in het Nederlands te lezen. Christian Laes, classicus en professor oude geschiedenis (UA/Manchester), zorgde voor de vertaling. In dit verhaal is een lelijke, maar slimme slaaf zijn meesters altijd te slim af. 'Aesopus: op de slavenmarkt in de oudheid' (uitgeverij Sterck & De Vreese) biedt een zeldzame inkijk in het dagelijks leven van slaven én in de multiculturele Grieks-Romeinse wereld.
Wie de auteur is, is onbekend, maar Aesopus heeft wel bestaan en leefde tijdens de 6de eeuw voor Christus. "Rode draad is een soort Tijl Uilenspiegel-motief", vertelt Laes op Radio 1. "Hoewel de meesters denken dat ze die slaven bezitten, is het vaak andersom."
Het boek belicht de beslommeringen en het gevoelsleven van slaven. Zo vertelt Aesopus hoe hij op een schavot als koopwaar aangeboden en betast wordt. Je komt meer te weten over hoe een huishouden wordt gerund, welke taken een slaaf krijgt en hoe die een vertrouwenspersoon van zijn meester kan worden.
"De slaaf was ook een seksobject van de meesters", licht Laes toe. Aesopus, die zijn uiterlijk niet mee heeft en kampt met een spraakgebrek, wordt voorgesteld als die 'lelijke maar tegelijk meest verstandige'. Halverwege het verhaal komt Aesopus vrij, maakt carrière en ... wordt zelf slaveneigenaar.
Laes benadrukt dat het boek bedoeld is voor een ruim publiek. Daarom geeft hij naast de vertaling ook aantekeningen die meer uitleg geven bij het leven in die tijd.





