"Hier is het heel rustig, in Afghanistan is alleen maar geweld." Dat zegt Noor (25) die zijn thuisland 10 jaar geleden ontvluchtte en in België asiel vroeg en kreeg. Zijn grote droom? Een job als truckchauffeur. Ook Malek en Yara uit Syrië kwamen in 2015 in België aan. Hij bouwde met zijn gezin een nieuw leven uit in Lier, zij trekt binnenkort naar Dubai.
"Het leven is proberen, ik vind mijn weg wel": Noor uit Afghanistan en Yara en Malek uit Syrië vluchtten 10 jaar geleden naar België
Noor uit Afghanistan: "Het leven is proberen, ik vind mijn weg wel"
Noor was 15 jaar in 2015. Hij vertrok alleen vanuit Afghanistan naar België. Hij wist dat zijn broer in België woonde, maar had geen contactgegevens meer.
Noor werkt momenteel via interimcontracten ’s nachts bij Bpost. Hij hoopt binnenkort taxichauffeur te worden. Of liever nog vrachtwagenchauffeur, maar daarvoor heeft hij een rijbewijs C nodig.
Noor is erkend als vluchteling in 2016. In 2023 kreeg hij de Belgische nationaliteit.
Het is begin november 2015 als Noor om 5 uur ’s ochtends in de rij gaat staan, hier in België, bij Dienst Vreemdelingenzaken, toen nog naast het Maximiliaanpark.
“Het was koud, de rij was lang en het was nog donker”, herinnert hij zich. “Maar het is lang geleden hoor.” Noor lacht de herinnering wat weg. Omdat ik zwijg en wacht op zijn verhaal, gaat hij toch door: “Een man kwam naar me toe en deed teken, kom met me mee.” Als niet-begeleide minderjarige mag Noor vooraan in de rij, hij krijgt een bed toegewezen in het asielcentrum in Kapellen.
4 maanden duurde de reis van Afghanistan naar België. “Moeilijk was het, een slechte periode”, Noor spreekt goed Nederlands, maar is zuinig met woorden over die periode. “Veel zonder eten en zonder drinken, altijd maar stappen, soms in een auto met 15 of 20 mensen op elkaar,…”
“Mijn broer Sher woont in België, een nonkel van me had dat gezegd.” Noor wil zijn broer vinden en kiest daarom België als eindbestemming. Hij had hem sinds zijn tiende niet meer gezien of gehoord. Hulporganisaties in België helpen hem zoeken en toch duurt het uiteindelijk nog drie maanden voor de twee broers elkaar weerzien.
Omdat Noor minderjarig is, moet hij naar school. Hij volgt eerst Okan-onderwijs. “Nederlands leren was niet moeilijk. Ik sprak al 5 talen en een beetje Engels ook”. Na een paar maanden mag hij naar het gewone onderwijs. “Ik was alleen nog maar naar de Koranschool geweest. Dat was toch helemaal anders.”
Na drie jaar in België zit Noor in het vijfde jaar middelbaar, maar hij stopt, zonder diploma te halen. Hij is nu meerderjarig en gaat werken in de horeca.
“Ik heb van 2018 tot 2025 gewerkt in een wokrestaurant in Wijnegem Shopping Center, in de keuken. Ik kan goed Chinees eten maken nu”, grapt Noor. “Maar ik werd dikker, van elke dag datzelfde eten. Er was ook veel stress daar.”
Noor is intussen 25 jaar. Hij veranderde twee maanden geleden van job en doet nu nachtwerk via interimcontracten bij Bpost. “Ik doe er veel verschillende dingen: sorteren, scannen… Het is goed werk. Rustig voor mijn hoofd.” Noor werkt 6 dagen op 7 en is dan 1 dag vrij. Hij spaart want hij wil graag trouwen met zijn vriendin. Elke ochtend als hij thuiskomt van zijn werk praat hij nog twee uur met haar via de gsm. Ze woont in Pakistan en studeert daar aan de universiteit.
"Mijn vriendin is 21 jaar. Ze gaf les aan kinderen van mijn familie. Zo heb ik haar leren kennen, via familie in Pakistan. Het is niet goed voor een man om alleen te blijven. Als alles goed gaat, dan trouwen we volgend jaar en gaan we samen op reis naar Mekka."
“Ik ga graag op reis”, vertelt Noor. “Ik was al in Spanje, Italië, Nederland, Frankrijk en Duitsland. Dat was voor wedstrijden met de cricketploeg van Beveren en ook met het nationale jongerenelftal cricket. Soms reis ik ook alleen, naar het Verenigd Koninkrijk en ik ben ook naar Pakistan gegaan. Als je een Belgisch paspoort hebt, mag je veel meer. Je krijgt respect op de luchthaven en bij de douane, je mag overal naartoe. Het is een groot verschil.”
Noor benadrukt hoe blij hij is dat hij hier in België woont. “Het is heel rustig hier. Veel beter. Daar (in Afghanistan red.) is geweld. Er is geen muziek, je moet de juiste kledij dragen, een baard laten staan, de religie is heel streng. Voor vrouwen is het er moeilijk, maar ook mannen moeten zich aan strikte regels houden. In Afghanistan is het ook normaal om in grote families samen te wonen. Ik hou van alleen wonen, niet met al die regeltjes. Hier maak ik mijn eigen keuzes.”
Toch mist Noor zijn familie. “Mijn nonkels wonen intussen in Pakistan. Ik kan ze niet naar hier halen. In België telt alleen mama en papa voor gezinshereniging. Die zijn al lang dood.”
Hij spreekt regelmatig af met vrienden. Het zijn vooral Afghaanse jongens die hij leerde kennen in de asielopvang, en ook later in Antwerpen. “We spelen kaart, praten wat of gaan naar een restaurant.”
Noor had zolang hij minderjarig was ook een Belgische voogd, maar het contact verwaterde. “Ik hoor hem bijna nooit meer nu. Vorig jaar stuurde hij nog een berichtje, maar dat was het.”
Noor droomt er nu van om taxi-chauffeur te worden, maar nog liever wil hij een rijbewijs C halen om vrachtwagens te kunnen besturen. "Mijn baas van het wokrestaurant wil graag dat ik terugkom, maar ik wil niet meer werken in de horeca. Bij Bpost krijg ik positieve feedback. Misschien krijg ik daar ook wel een vast contract."
“Het leven is proberen”, zegt hij bij het afscheid. “Ik vind mijn weg wel.”
Yara uit Syrië: "Ik heb niet het gevoel dat ik een echt netwerk kon creëren rond me"
Yara was 25 jaar in 2015, ze kwam alleen naar België zonder familie.
Via een werkaanbieding belandde ze hier. Ze vroeg asiel aan omdat ze niet terug kon naar Syrië.
Yara werkte eerst in een multinational. Daarna startte ze een eigen traiteurzaak. Momenteel werkt ze niet, ze verhuist binnenkort naar Dubai.
Yara is erkend als vluchteling in 2015. In 2020 kreeg ze de Belgische nationaliteit.
“Mijn mama en mijn broer zijn net in Syrië op vakantie”, zegt Yara als ik haar spreek. “Wat ze daar ziet, maakt mijn mama heel verdrietig. Het is niet zoals ik hoopte dat het zou worden na de val van Assad.”
Yara vraagt of ze haar verhaal in het Engels mag doen. “Ik kan Nederlands, maar ik moet te veel naar woorden zoeken. Ik oefen te weinig, al mijn vrienden schakelen automatisch over naar het Engels tegen mij,” glimlacht ze.
Yara groeide op in Syrië en Koeweit. Haar vader ging in 1996 aan de slag als loods in de haven in Koeweit. Een groot deel van het jaar woonde het gezin daar bij hem, de zomers brachten ze door in hun huis in Syrië. Yara studeerde communicatiedesign in Libanon en Italië. In 2011 brak de oorlog uit in Syrië, toen werd het moeilijker om naar huis te gaan. In Koeweit mocht het gezin niet blijven na het pensioen van de vader, in 2015.
“Plots kwam er een mirakel uit de lucht vallen”, vertelt Yara. “Via mijn vroegere professor uit Italië kreeg ik een tijdelijke job aangeboden in België, begin 2015. Ik kreeg een kamer bij een gezin in Hasselt. Dat heb ik met beide handen aangenomen. Ik vroeg hier dan ook maar asiel aan, want ik kon nergens anders meer naartoe”, somt Yara de toevalligheden op.
“Mijn hele familie is verspreid geraakt over Europa: mijn broer woont en werkt in Zweden en mijn ouders trokken naar Spanje. Mijn vader had in de jaren 1970 in Spanje gestudeerd en sprak dus al Spaans.”
Nauwelijks drie maanden na aankomst, kreeg Yara erkenning als vluchteling. Ze ging aan de slag bij het consultancybedrijf Deloitte. “Maar ik wilde iets anders. Ik wilde mensenwerk doen,” vertelt Yara. In 2017 begon ze een cateringbedrijf in Turnhout. “Ik wilde iets doen om vrouwen sterker te maken. Syrische huisvrouwen hebben bij hun aankomst in België een negatief zelfbeeld en weinig zelfvertrouwen. Ik wilde hen helpen zich hier thuis te voelen en om uit hun schulp te kruipen. En dus moedigde ik vrouwen die hier net woonden, uit Syrië en Irak, aan om met mij te werken. We vormden een collectief.” Zeven jaar lang ging dat goed, tot ze plots niet meer kon.
“Eind vorig jaar was het plots op. Ik moest even stoppen en op zoek gaan naar mezelf. Mijn doel blijft om vrouwen sterker te maken. Ik wil het nu doen via coaching (www.yaraimpacts.com red.), ik heb aan mezelf gewerkt en wil die ervaring doorgeven. Maar ik heb intussen ook beslist dat ik ga verhuizen. Ik trek naar Dubai om daar te gaan werken.”
Waarom gaat ze weg?
“Het is een moeilijke beslissing. Ik ben België enorm dankbaar, ik ben hier graag. Maar het is hier zo anders dan in het Midden-Oosten. Ik heb vooral Belgische vrienden, maar iedereen is zo op zichzelf. Ik woon met mijn kat op een appartement. Ik was 25 toen ik hier aankwam en dat was een opwindende tijd. Maar nu ben ik 35 en denk ik: wat doe ik hier?”
"Ik heb niet het gevoel dat ik een echt netwerk kon creëren rond me, ik voel me niet deel van een gemeenschap. De Syriërs die ik hier ken, hebben veel trauma’s opgelopen en ze ontwijken de pijn met sarcasme."
De familie van Yara woont verspreid over Europa. “We zijn uiteengegroeid. We houden contact, maar het is niet zoals het was.”
“Ik groeide op in een land waar je nooit alleen bent. Bij alles wat je doet, krijg je steun. Bij je huwelijk, als je gaat scheiden, als er een kindje geboren wordt of als iemand sterft. We functioneren als gemeenschap. Je doet niks alleen. De keerzijde is dat je niks alleen doet.”
“Ik ben enorm dankbaar voor de vrijheid en de ruimte die ik hier in België vond om te groeien als persoon. Door de eenzaamheid en isolatie krijg je net die tijd om te groeien. Iets wat ik in een Arabisch land niet op die manier had kunnen doen.”
Yara vertrekt binnenkort naar Dubai. “Dat is een merkwaardig land. Daar zijn alleen maar expats. Het is een gecreëerde samenleving. Religie is er niet belangrijk. Je kan er een bikini dragen of een hidjab. Alles kan, alles mag. Iedereen is er welkom, iedereen die wil meebouwen aan de toekomst van het land.”
Malek uit Syrië: "Mijn kinderen spreken beter Nederlands dan Arabisch"
Malek was 34 in 2015. Hij kwam eerst aan, zijn vrouw en twee kinderen arriveerden twee maanden later, via dezelfde vluchtroute.
Malek en zijn vrouw volgden het inburgeringstraject. Hij deed in die periode ook vrijwilligerswerk.
Hij werkte een tijd in een Turkse winkel. In 2019 opende hij zijn eigen supermarkt in Lier. Hij werkt er samen met zijn vrouw en zijn broer.
Malek is erkend als vluchteling. Sinds 2021 heeft hij de Belgische nationaliteit.
Malek vluchtte met zijn vrouw en twee kinderen vanuit Idlib in Syrië naar Turkije. Werk vinden en in levensonderhoud voorzien bleek er een onmogelijke opdracht en dus waagde hij de oversteek naar Griekenland, in een bootje met 60 tot 70 opeengepropte mensen. Van Griekenland reisde hij door Macedonië, Servië, Hongarije, Oostenrijk, Duitsland met als eindbestemming België, omdat drie nichten van hem al lang hier in Brussel woonden.
Eenmaal in België vroeg hij asiel aan en liet zijn vrouw weten dat hij een veilige plek had bereikt. Ze vertrok kort daarna ook uit Turkije, met twee kleine kinderen en zwanger van een derde. Ze kon samen reizen met kennissen uit Idlib die ook gevlucht waren, maar naar Duitsland gingen.
Het gezin kreeg een opvangplaats in Doornik. De leegstaande legerkazerne was er in allerijl omgebouwd tot asielcentrum. “Een gevangenis, een hel”, zo omschrijft Malek die tijd. “We sliepen met 7 gezinnen, dertig mensen, op één kamer. Er was 1 toilet en 1 douche voor tientallen mensen. Mijn vrouw was hoogzwanger en werd ziek van de stress. Na een kort verblijf in het ziekenhuis, kregen we een woning in het lokaal opvanginitiatief in Berlaar toegewezen. In augustus 2016 waren al onze papieren in orde en zakte de stress weg.”
“We hebben de hele inburgering gedaan”, herinnert Malek zich. “In de voormiddag intensief Nederlandse les, in de namiddag deed ik als vrijwilliger vertalingswerk bij een vzw.” Was het moeilijk om Nederlands te leren? Malek schatert als hij eraan terugdenkt: “Heel moeilijk”.
Malek heeft een Syrisch masterdiploma, maar om het te laten erkennen in België zou hij nog één of twee jaar opnieuw naar de universiteit moeten. “Ik wilde het beste voor mijn gezin en dus vond ik dat ik geld moest verdienen. Ik vroeg overal rond en mocht helpen in een Turkse winkel. Daar kreeg ik uiteindelijk een contract voor een jaar en in 2019 heb ik mijn eigen supermarkt geopend in Lier.”
De supermarkt is intussen gegroeid. Malek heeft nu verschillende mensen in dienst, ook zijn vrouw werkt er halftijds. De oudste zoon, Mohammed, heeft net zijn eerste jaar middelbaar gedaan. De andere kinderen gaan ook al naar school.
“Ze spreken beter Nederlands dan Arabisch”, zegt Malek. “Ze zeggen ook tegen mij dat ze Belg zijn, niet Syriër. Ze zouden daar niet kunnen wonen. Het is hier helemaal anders dan in Syrië. Ze zouden er niet kunnen wennen. De religie in Syrië is streng. Hier is meer vrijheid, de kinderen mogen doen wat ze graag doen. Ook op school mogen ze spelen, kinderen worden hier verwend.”
Of hij ooit wil terugkeren naar Syrië? “Op vakantie wel”, zegt hij stiller. “Maar er is niks meer daar van ons. Alles is kapot, Idlib is met de grond gelijk gemaakt tijdens de oorlog.”
Voelt hij zich hier dan thuis? “Ja”, zegt hij aarzelend… “Jazeker”, zegt hij dan, “maar het is anders hier". "In Syrië hebben mensen veel meer tijd voor elkaar. Hier is weinig tijd. Syriërs zijn sociale mensen, gaan veel bij elkaar op bezoek, lachen altijd. Hier lijken mensen meer gesloten, soms depressief. Maar hier is ook meer structuur, je moet op tijd komen, alles is officieel. Er zijn wel veel papieren en veel e-mails altijd. Het is veel werk, maar mijn kinderen hebben het goed hier. Ik heb mijn familie bij me, we hebben allemaal de Belgische nationaliteit, dit is ons leven nu, hier blijven we.”

