In Spanje komt het einde van de vele bosbranden die het land al 2 weken teisteren "dichterbij" en lijkt het ergste achter de rug. Dat heeft de directeur-generaal van de Civiele Bescherming Virginia Barcones gezegd. "De branden lopen op hun einde, maar de situatie is verraderlijk en er moet een laatste inspanning worden geleverd om een einde te maken aan deze verschikkelijke situatie", voegde ze eraan toe.
"Ergste van natuurbranden lijkt achter de rug", zegt topvrouw Civiele Bescherming in Spanje
Volgens de topvrouw zijn er momenteel "18 actieve bosbranden", waarvan er 17 nog een gevaar vormen voor mensen en woningen. Vooral de brand in Igüeña - in de regio Castilië en León - is "bijzonder zorgwekkend". Honderden mensen en talrijke dorpen zijn ook nog steeds geëvacueerd door de dreiging van de branden, maar heel wat andere inwoners konden de afgelopen 24 uur wel al naar hun huizen terugkeren.
De grote natuurbranden treffen voornamelijk de westelijke helft van het land, en meer bepaald de regio's Galicië, Extremadura en Castilië en León. Meer dan 350.000 hectare zou in vlammen zijn opgegaan.
Het vuur ontstond tijdens een 16 dagen durende hittegolf die gepaard ging met temperaturen van 40 graden Celsius in het hele land. In verschillende regio's in het zuiden steeg de temperatuur zelfs tot 45 graden.
Nu aan die hittegolf een einde is gekomen, zijn de omstandigheden (door een hogere luchtvochtigheid en minder harde wind) gunstiger voor het blussen van de branden, laat Barcones weten.
Politieke malaise
De bosbranden veroorzaken alvast heel wat politiek geruzie in Spanje. De inwoners van dorpen waar het vuur heel wat schade aanrichtte, voelen zich in de steek gelaten door hun vertegenwoordigers. "Het vuur baande zich een weg door de bergen en de groene valleien, maar zij konden blijkbaar niets doen", reageert de 85-jarige Jose Fernandez vanuit een noodopvang in Vigo de Sanabria, in de provincie Castilië en Léon.
In Spanje zijn de provincies verantwoordelijk voor natuurrampen, maar zij kunnen wel hulp vragen van de centrale overheid in geval van overmacht. De provincies Galicië, Extremadura en Castilië en León worden bestuurd door vertegenwoordigers van de rechts-conservatieve Partido Popular (PP), maar zij zeggen dat de socialistische premier Pedro Sánchez hulp aan de regio's heeft tegengehouden.
Die verklaring pikt de federale overheid niet. Die zegt dat de PP in die regio's sterke besparingen heeft uitgevoerd op de diensten die noodhulp voorzien bij natuurrampen. De PP zou de invloed van de klimaatverandering op Spanje ook niet serieus nemen, klinkt het nog. Het blijft afwachten wie uiteindelijk de verantwoordelijkheid zal dragen voor de natuurbranden.
