We gaan in de toekomst steeds meer velden met soja zien in Vlaanderen. Dat is gezegd bij de voorstelling van een groot proefproject met soja in Merelbeke-Melle. Soja is een interessante plant omdat ze rijk is aan eiwitten. Ze wordt nu vooral geïmporteerd uit onder meer Latijns-Amerika en de VS. Een groot voordeel is dat de plant niet bemest moet worden, omdat ze zelf stikstof uit de lucht kan halen.
In Merelbeke kijken we uit over een groot proefveld waar sojaplanten groeien. Er groeit soja bijna zover je kunt kijken, 320 verschillende variëteiten.
Onder een tentzeil zijn medewerkers geduldig bezig om handmatig, plant voor plant, de wortels te bekijken en de knobbeltjes die erin hangen, eruit te plukken. Het gaat om nodules of wortelknolletjes waar bacteriën inzitten. De nodules worden per plant netjes bewaard in plastic schaaltjes, zodat de gegevens later kunnen worden gescand door de computer.
Wortelknolletjes tellen
Hoe meer nodules en hoe groter, hoe beter, want dankzij de bacteriën kan stikstof uit de lucht worden omgezet in voeding voor de plant.
Hoe kunnen we in Vlaanderen op de beste manier soja gaan telen? Dat is zowat de insteek van het onderzoek van het Vlaams Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB).
Zeker is dat het kan en dat het er snel zal aankomen. Dit veldonderzoek doet nog een verdere finetuning over wat de beste samenwerking (symbiose) is tussen bepaalde bacteriënstammen en de sojaplanten. De verschillende sojavariëteiten worden gekoppeld aan 5 verschillende bacteriestammen uit Vlaamse tuinen, om te kijken waar de beste 'match' uitkomt. Hoe beter de symbiose, hoe beter het eiwitgehalte en hoe interessanter op commercieel gebied.
Een tropische plant in Vlaanderen, hoe kan dat?
Joris Relaes, administrateur-generaal van het ILVO, maakt de vergelijking met de maïsteelt: "Maïs is ook een tropische plant. 40 of 50 jaar geleden kwam die hier nauwelijks voor. Vlaanderen was destijds zowat het noordelijkste punt voor de teelt, maar intussen is die opgeschoven naar Nederland en zelfs Denemarken. Intussen staat er hier heel veel maïs."
"Hoe komt dat? Omdat we permanent op zoek zijn gegaan naar variëteiten die aangepast zijn aan ons klimaat, en met soja gaan we hetzelfde meemaken denk ik."
Ik verwacht dat hier op termijn evenveel soja als maïs zal staan
Joris Relaes, ILVO
"We zoeken met vereende krachten naar sojavariëteiten die aangepast zijn aan ons klimaat, en onze bodems. We zijn goed op weg. Ik verwacht dat er hier op termijn evenveel soja als maïs zal staan. Misschien nog niet volgend jaar, maar het komt eraan."
Geen extra bemesting nodig (en dat is goed nieuws in het stikstofdebat)
Sojateelt heeft wel bepaalde voordelen. Om te beginnen is er geen extra bemesting nodig met kunstmest of dierlijke mest, waardoor er preventief stikstofvervuiling in de bodem door uitspoeling kan worden vermeden.
Soja heeft als speciale eigenschap dat die voor zijn voeding stikstof uit de lucht kan plukken, dankzij een samenwerking met de bacteriën in de wortels (de lucht die we inademen, bestaat voor ongeveer 80 procent uit stikstofgas, red.).
Minder import, dus minder afhankelijkheid (van soja en van kunstmest)
Een ander voordeel is dat we minder soja zouden moeten gaan importeren. Nu gebeurt dat vaak vanuit de VS of Zuid-Amerika. Maar dat zorgt voor afhankelijkheid, en bij geopolitieke spanningen is dat een probleem. In Zuid-Amerika sneuvelt er dan weer Amazonewoud voor de sojateelt, wat de biodiversiteit schaadt en slecht nieuws is voor het klimaat.
"Europa heeft een groot tekort aan plantaardige eiwitten. We voeren dat nu in grote mate in, maar moeten proberen om meer op eigen benen te staan. Daar wordt op dit moment aan gewerkt", aldus Relaes. "Ook kunstmest wordt vaak ingevoerd, ook daar zouden we minder afhankelijk kunnen worden."
De plant kan ook vrij goed tegen droogte en hitte, en is op die manier behoorlijk klimaatrobuust. Zijn er dan geen nadelen? De plant is vorstgevoelig, en in het begin kan ze schade ondervinden van vogels.
We streven naar een zo hoog mogelijk percentage eiwitten
ILVO-onderzoeker Niel Verbrigghe
Vlaanderen wil voluit gaan voor soja die we in voedingsproducten kunnen gebruiken. Daarvoor moet het eiwitgehalte hoog genoeg zijn, minstens 42 procent.
"We proberen om rassen te veredelen", vertelt ILVO-onderzoeker Niel Verbrigghe. "We streven naar een zo hoog mogelijk percentage met het oog op menselijke voeding. Denk aan tofu, vleesvervangers, sojamelk, van alles eigenlijk. Met de soja die we hier hebben staan, komen we mooi boven het percentage uit. Soja kan zoals maïs een van de grotere teelten worden, daar heeft het zeker het potentieel voor."
Goede oogst garanderen
Het sojaverhaal staat dus al behoorlijk ver. Om het hele plaatje succesvol te maken, moet ook de industrie mee, en moeten de landbouwers voldoende interesse hebben. De schakel tussen de landbouwer en de grotere verwerkers ontbreekt nog, maar dat is wellicht het verhaal van de kip en het ei.
Landbouwers kijken naar de opbrengst en de afzetmarkt. "We halen de vereiste 40 procent, maar je wil dat seizoen na seizoen", zegt Jérôme Van Biervliet, managing director van VIB.
"Kunnen we dit altijd garanderen? En wat zijn manieren om de consistentie te verhogen? Want de schommelingen zijn groot door de klimaatverandering. Droog, warm, koud, nat, het is voor planten een hele uitdaging. Daar gaat het onderzoek nu nog verder op door, om het echt ingang te laten vinden bij landbouwers."
"Het hoogwaardige eiwit van soja is een goede vervanger voor dierlijk eiwit, de aminozuren zijn vergelijkbaar. In die zin is het een belangrijk ingrediënt in menselijke voeding. Maar ook voor dierenvoeding kan het belangrijk zijn."
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen



