Tijdens warme dagen moeten we extra voorzichtig omgaan met onze voeding, want hoge temperaturen zijn een ideale omgeving voor de ontwikkeling van onder meer bacteriën. Met deze 5 tips van het Federaal Agentschap voor de Voedselveiligheid (FAVV) voorkom je dat je zomerdag eindigt met een urenlang toiletbezoek.
Deze 5 tips geeft het Voedselagentschap om je voedsel veilig te houden tijdens de hitte
1. Neem een koelzak mee naar de supermarkt
Voedselveiligheid bij mooi weer begint al met voorbereid naar de winkel vertrekken. Neem dus best een koelzak mee voor je inkopen gaat doen, bij voorkeur steek je er ook een koelelement in. Zo weet je zeker dat je producten koel blijven.
2. Begin je supermarktbezoek bij de droge voeding en eindig bij de diepvries
Ook in de supermarkt hou je best rekening met het warme weer. Zo raadt het FAVV aan om een bepaalde volgorde te volgen. Beginnen doe je best bij de droge voeding en producten die niet in de koeling staan. Daarna kan je groenten en vlees nemen.
Vervolgens kies je je vlees, vis of vervangers uit en pas op het allerlaatste ga je naar de diepvriesafdeling. "Plaats alle gekoelde producten in de koeltas. Zo blijven al je levensmiddelen fris en vers", aldus het FAVV.
Neem na het winkelen de kortste weg naar huis en scherm je boodschappen af van de zon, want in de auto kan het ook heel warm worden. Wanneer je thuiskomt, probeer je om zo snel mogelijk de boodschappen op te bergen. Volg daarbij de omgekeerde volgorde als in de supermarkt: begin bij de diepvriesproducten en eindig bij de droge voeding.
3. Bewaar je verschillende producten op de juiste temperatuur in de koelkast
Ook de temperatuur van je koelkast en diepvries is van belang: je koelkasttemperatuur ligt best tussen de 1 °C en 4 °C, die van je diepvries moet lager zijn dan -18 °C.
Maar dat betekent niet dat je koelkast overal dezelfde temperatuur heeft: de koudste plek is onderaan, net boven de groentelades.
Op dit overzicht zie je hoe je je koelkast best kan indelen:
Voor wie twijfelt: op de verpakking van producten staat ook altijd de gewenste bewaartemperatuur.
Steek je rauwe voeding of restjes ook nog liefst in afzonderlijke gesloten potjes. Zo voorkom je dat het eten met elkaar in contact komt, en vooral dat bacteriën worden overgedragen.
4. Sommige gerechtjes kan je op voorhand klaarmaken, maar niet alles
Een gezellige avond met vrienden of familie op de planning? Ook dat wil je goed voorbereiden. Want enerzijds wil je niet de hele avond in de potten staan roeren, maar vooral wil je vermijden dat de avond eindigt 'op een onaangename manier'.
Als je slaatjes, pasta's, vleesbereidingen of desserts op voorhand klaarmaakt, plaats die dan direct in de koelkast. Zo krijgen bacteriën alvast geen kans om zich te ontwikkelen.
Probeer ook opnieuw om rauw vlees of rauwe vis gescheiden te houden van de rest van het eten. Dat doe je bijvoorbeeld door telkens andere messen en snijplanken te gebruiken, of door ze telkens goed schoon te maken.
Van plan om te barbecueën? Haal je vlees of vis dan pas uit de koelkast, nét voordat je het op de grill legt. Ook zet je best niet al je bijgerechten tegelijkertijd op tafel, maar vul je het koud buffet verschillende keren aan.
5. Laat je restjes niet te lang op tafel staan
Tijdens de zomer is het altijd gezellig om lang na te tafelen, maar wat doe je ondertussen met het eten dat op tafel staat?
Bij kamertemperatuur laat je gerechten best niet langer dan 2 uur op tafel staan. Maar buiten is het vaak nóg warmer, dus is het aangeraden om na de maaltijd de restjes meteen te verzamelen. Bij voorkeur plaats je ze in afgesloten potjes in de koelkast.



