Europese inlichtingendiensten, waaronder de Belgische Staatsveiligheid, waren betrokken bij de wraakacties van de Mossad in de jaren 70. Dat is de stelling van een nieuw historisch boek. De Israëlische inlichtingendienst vermoordde in die jaren zeker 10 mensen omdat ze vermoedden dat deze betrokken waren bij de aanslag op het olympisch dorp in München (1972).
Historisch onderzoek toont betrokkenheid Belgische Staatsveiligheid aan bij vergeldingsacties van Mossad na gijzelingsdrama in 1972
In het kort:
De Belgische Staatsveiligheid gaf in de jaren 70 informatie aan de Mossad die gebruikt werd voor vergeldingsacties na de gijzeling van Israëlische atleten op de Olympische Spelen in München in 1972.
Dat gebeurde via het geheime Kilowatt-netwerk en de Club van Bern, waardoor Israël gerichte liquidaties kon uitvoeren.
"We zien officiële veroordeling, maar geheime samenwerking", zegt historica Aviva Guttmann, die toegang kreeg tot recent vrijgegeven documenten voor haar boek 'Operation wrath of God'.
De Olympische Spelen in München in 1972 werden overschaduwd door de gijzeling van de Israëlische ploeg door een commando van de Palestijnse Zwarte Septemberbeweging. Dit commando drong binnen in het olympisch dorp en bestormde de hotelkamers van de Israëli’s. De terreuractie zou finaal leiden tot de dood van 11 Israëlische atleten. De impact was des te groter omdat alles haast live op televisie te volgen was.
De toenmalige premier van Israël, Golda Meir, kwam zwaar onder vuur te liggen. Hoe had dit kunnen gebeuren? Als reactie gaf ze een eenheid binnen de Mossad, de geheime dienst van Israël, bevel om wraak te nemen. Er werd een speciale eenheid opgericht. Het bevel was ondubbelzinnig duidelijk: iedereen die betrokken was bij deze gijzeling moest worden opgespoord en gedood.
En zo geschiedde ook. Meer dan 10 Palestijnse militanten, door Israël gelinkt aan terrorisme, werden her en der in Europa in de jaren 70 geliquideerd. De operatie 'Toorn van God’ werd verfilmd door Steven Spielberg (in de film 'Munich'). Het is een van de meest beruchte operaties van Israëls geheime dienst. Men wou wraak nemen en tegelijk ook mogelijke andere terroristische aanslagen voorkomen.
Een coalitie van westerse inlichtingendiensten gaf Israël cruciale informatie om deze operatie te laten uitvoeren. Dat blijkt uit onlangs gedeclassificeerde documenten, documenten die niet langer nog geheim zijn, die door historica Aviva Guttmann werden geanalyseerd.
Zij hielpen eigenlijk bij het voorbereidend werk van de Israëli’s om Palestijnen op hun dodenlijst te plaatsen
Aviva Guttmann
Zij toont aan dat westerse inlichtingendiensten de Mossad op de hoogte brachten van de aanwezigheid van Palestijnen op hun grondgebied, Palestijnen die door de Mossad als doelwit werden beschouwd. Precies door het geven van deze informatie, zo redeneert Aviva Guttmann, geraakten deze inlichtingendiensten ook betrokken bij de erg omstreden wraakactie.
"Zij hielpen eigenlijk bij het voorbereidend werk van de Israëli’s om Palestijnen op hun dodenlijst te plaatsen", zo schrijft Guttmann. Elders gebruikt ze het woord medeplichtigheid.
Almacht Mossad?
Maar Guttmann plaatst ook vraagtekens bij de vermeende almacht van de Mossad. Bij de publieke opinie leeft het idee dat deze dienst overal present is en overal tot alles in staat is. Maar, zo stelt Guttmann vast, blijkbaar waren ze toch ook erg afhankelijk van anderen om hun doel te bereiken.
Het Lillehammer-incident bewijst zelfs de onkunde van de Mossad. Op 21 juli 1973 liep het immers volledig fout. In plaats van een terrorist, Ali Hassan Salameh, om het leven te brengen vergiste de Mossad zich van doelwit en doodden ze een onschuldige Marokkaanse kelner.
De uitwisseling van informatie gebeurde via de Club van Bern. Deze club, ze bestaat nog steeds, is eigenlijk een informele ontmoetingsplek waar de bazen van West-Europese inlichtingendiensten elkaar ontmoeten. De Club van Bern werd opgericht eind jaren 60 en België behoorde tot de oprichters.
Naast de West-Europese landen werden ook bevriende naties zoals de VS (FBI) en Israël (Mossad en Shin Bet) lid van dit gezelschap. De Club van Bern heeft nooit een officieel statuut gehad en niemand hield er dus ook toezicht op.
Kilowatt
In oktober 1971 suggereerde Israël binnen deze club om een afzonderlijk communicatiekanaal te starten om zeer specifiek informatie over de Palestijnse terreurdreiging uit te wisselen. Het codewoord voor deze specifieke informatie was Kilowatt. Op deze wijze werden die kiemen gelegd voor wat zich zou ontwikkelen als een hechte samenwerking, eigenlijk het eerste waarschuwingssysteem voor terreur waarbij verschillende landen betrokken waren, zo betoogt de historica.
Het was dan ook logisch dat Israël hiervan gebruik zou maken wanneer ze operatie ‘Toorn van God’ opzette. Het leverde hen cruciale informatie op voor hun operaties maar ook nadien. Omdat inlichtingendiensten ook informatie kregen van de politiediensten in hun land konden ze zo de collega’s van de Mossad perfect op de hoogte houden van het politieonderzoek in de liquidaties.
Op die wijze wist de Mossad of ze bij de politie in beeld kwam of niet. De inlichtingendienst had zo eigenlijk gedetailleerde informatie over het onderzoek dat op hen betrekking had. Of met andere woorden, de moordenaars werden geïnformeerd over het onderzoek naar hun eigen moorden.
De moordenaars werden geïnformeerd over het onderzoek naar hun eigen moorden
Zo vermoordde de Mossad op 28 juni 1973 in Parijs Mohamed Boudia. Volgens de Franse politie, zo rapporteerde de Franse geheime dienst DST, ging het om een ongeval bij een wapentransport. In werkelijkheid had de Mossad de explosieven geplaatst. Precies omdat ze die informatie uit het politieonderzoek kregen in de Club van Bern kon de Mossad zeker zijn dat hun plan goed gewerkt had. De politie was hen niet op het spoor, hun cover-up had goed gewerkt.
Het omgekeerde was ook waar. Bij de moord op Wael Zwaiter in Rome op 16 oktober 1972, kregen ze via de Italiaanse inlichtingendienst te horen dat de politie te weten was gekomen dat er gebruik was gemaakt van een huurwagen. In realiteit was deze wagen gehuurd door een Mossad-agent. De informatie leidde ertoe dat de Mossad haar werkwijze perfectioneerde.
Killing mission
Het is dat soort informatie die direct of indirect bijdroeg tot de wraakactie van de Mossad.
De vraag is wel, zo zegt de auteur zelf ook, in welke mate de westerse inlichtingendiensten zelf goed op de hoogte waren van de operatie 'Toorn van God'. Wisten ze eigenlijk wel waar de Israëli’s mee bezig waren. Waren ze zich bewust dat de informatie ook gebruikt werd, eigenlijk misbruikt, door de Mossad om moorden te plegen? Een helder antwoord krijgen we niet.
Maar het lijkt erop dat de kwestie vrij opportunistisch benaderd werd. Zowel Israël als de westerse inlichtingendiensten hadden belang bij de informatie-uitwisseling. Ze hielp de Mossad in haar killing mission en tegelijk verbeterde de kwaliteit van de informatie voor tal van westerse diensten. Noem het een win-winsituatie. En dus bleef de Club van Bern bestaan, meer, werd de samenwerking hoe langer hoe intensiever.
Staatsveiligheid
Dat zou zeker ook gelden voor België, een van de stichtende leden van de club van Bern. Ons land behoorde tot het Kilowatt-netwerk samen met 17 andere landen. Voor België werkte de Staatsveiligheid mee onder de codenaam ‘jusbrb’. Ons land moest zich in het bijzonder aangesproken voelen door de Palestijnse terreurdreiging vanwege de aanwezigheid van de joodse en/of Israëlische gemeenschap hier. Een direct verband met de feiten in München lezen we niet. Maar in het bredere plaatje speelde ons land wel een rol.
In het boek wordt wel melding gemaakt van zeer gedetailleerde informatie die de Staatsveiligheid in 1973 gaf over twee vrouwelijke medewerkers van Sabena. Een van deze twee vrouwen had destijds een relatie met een Arabische man, een Palestijn. Uit informatie van de (toen nog) West-Duitse inlichtingendienst was gebleken dat Palestijnse terroristen relaties aanknoopten met personeel van luchtvaartmaatschappijen, onder meer van Sabena. Op deze wijze zouden de terroristen dan via het Sabena-personeel wapens smokkelen om ze later te gebruiken bij terreuraanslagen.
Onderzoeken over een mogelijke samenwerking tussen haar en het Palestijnse terrorisme was niet succesvol
Kilowatt cable no. 2041, sent from the Belgian Sureté d’État, ‘Terrorisme arabe’, 14.06.1973,
Staatsveiligheid was blijkbaar zeer goed op de hoogte van het professioneel én privéleven van deze vrouwen. Maar uit hun informatie bleek uit niets dat deze Sabena-vrouwen konden gelinkt worden aan terrorisme. De Mossad was niet meteen overtuigd en bleef wijzen op de westerse luchtvaartmaatschappijen als zwakke plek.
De Staatsveiligheid deed verder onderzoek op de Sabena-medewerkster en na zes weken concludeerde ze droogjes: “Onderzoeken over een mogelijke samenwerking tussen haar en het Palestijnse terrorisme was niet succesvol.” Het is een wat ambtelijke uitdrukking om te zeggen dat er niets aan de hand was.
Dreigbrief
In een andere telex (Kilowatt cable no. 2036) laat de Staatsveiligheid via het netwerk weten dat verschillende oliemaatschappijen in ons land een brief kregen van de Palestijnse terreurbeweging Zwarte September. Het was eigenlijk een dreigbrief. De oliemaatschappijen moesten 50 miljoen Belgische frank (omgerekend 1,25 miljoen euro, in 1972 een zeer aanzienlijk bedrag) betalen, zo niet zouden ze slachtoffer worden van een aanval.
Zwarte September gaf meteen ook instructies hoe de overdracht van het geld moest gebeuren: een vliegtuig moest op lage hoogte overvliegen en daar waar er een visueel signaal werd gegeven, moest het geld gedropt worden. Absolute discretie werd gevraagd en mocht de politie erbij betrokken worden, de gevolgen zouden scherp zijn. Of de dreiging of een of andere wijze in de praktijk werd gezet, kon de historica niet achterhalen in de archieven.
Nog een voorbeeld. In Kilowatt cable 2039 laat de Staatsveiligheid weten dat er is ingebroken in het Tunesisch consulaat in Brussel en dat daarbij 159 blanco paspoorten werden gestolen. Omdat Tunesische paspoorten vaak gebruikt werden door Palestijnse terroristen, wordt er aan de zusterdiensten een gedetailleerde lijst met paspoortnummers gegeven zodat deze paspoorten konden getraceerd worden.
Omgekeerd wordt er in het Kilowatt-netwerk door de Bundesamtes für Verfassungsschutz (BfV) (de West-Duitse inlichtingendienst) op 18 juni 1973 gemeld, op basis van informatie die ze kregen uit Libanon, dat Palestijnse terroristen met een Belgisch paspoort op weg waren naar Berlijn. De terroristen zouden exact een jaar na de aanslag in 1972 opnieuw een aanslag willen plegen.
In dit versleutelde communicatiesysteem werd eigenlijk voortdurend informatie uitgewisseld over de terroristische dreiging vanuit Palestijnse hoek. Die informatie was uiteenlopend: het ging over schuilplaatsen en voertuigen, de bewegingen van belangrijke individuen die als gevaarlijk werden beschouwd, nieuws over de tactieken die door Palestijnse gewapende groepen werden gebruikt,…
In totaal zouden er tussen 1972 en 1979 zo’n 40.000 telegrammen verstuurd zijn. De auteur kreeg als eerste toegang tot deze informatie en uit haar boek blijkt toch wel een manier van werken (in de jaren 70) van inlichtingendiensten die de wenkbrauwen doet fronsen. 'We see official condemnation but secret collaboration’, zo schrijft de auteur, officieel werd de wraakactie van Israël veroordeeld, in het geheim werd eraan meegewerkt. Aviva Guttmann spreekt over “een nogal duister aspect van de geschiedenis van het Europese terrorismebestrijding”.
Aviva Guttmann, Operation wrath of God, Cambridge University Press.

