De Nederlandse overheid heeft het bezwaar van een industriële bakker tegen de erkenningscriteria van Limburgse vlaai verworpen. Die is sinds januari vorig jaar erkend door Europa, maar daar hangen dan wel voorwaarden aan vast. Vooral de eis dat de vlaai maximaal 2 dagen oud mag zijn, schoot bij de bakker in het verkeerde keelgat. Maar zijn bezwaar wordt nu dus van tafel geveegd.
Einde van vlaaigate in zicht? Nederlands bezwaar tegen erkenning Limburgse vlaai afgewezen
Het Nederlandse ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur blijft overtuigd van de criteria. "Ik verklaar uw bezwaar ongegrond, mijn besluit van 12 maart blijft gehandhaafd", stelt de bevoegde Nederlandse minister. Dat meldt Vlaams Parlementslid voor N-VA Andy Pieters op basis van de Nederlandse pers .
De fabrieksbakker had vorige maand bezwaar ingediend tegen de opgestelde erkenningscriteria. Vooral het aspect dat de vlaai 'dagvers', oftewel maximaal 2 dagen oud, moet zijn, was volgens de bakker onrealistisch. Grootschalige bakkerijen moesten meer tijd krijgen om hun vlaaien tot bij supermarkten te krijgen. Hij ijverde er dan ook voor om het begrip 'dagvers' op te trekken naar 6 dagen.
Wat is een vlaai?
Het is maar een van de vele strenge voorwaarden waaraan de vlaaien moeten voldoen. In januari van vorig jaar kregen de vlaaien van Europa een beschermd statuut, maar dat wil wel zeggen dat je ze niet langer mag verkopen als 'Limburgse vlaai', zonder erkend te zijn. Zo mogen de vlaaien enkel gebakken worden door bakkers uit Nederlands en Belgisch-Limburg. Verder zijn er ook specifieke afmetingen en gewichten van de vlaaien met verschillende vullingen.
Licht aan het einde van de tunnel?
In Vlaanderen hoopt men nu vooral dat er licht komt aan het einde van de tunnel, want de erkenningsprocedure sleept ondertussen dus al 1,5 jaar aan. Vorig jaar doken de eerste problemen op toen er een rekenfout opdook in de ingediende tabellen . Daardoor moest de procedure overgedaan worden in zowel Nederland als België.
Tijdens die nieuwe procedure diende de bakker dus bezwaar in. Zolang dat bezwaar niet behandeld werd, kon de erkenningsprocedure niet afgehandeld worden. Europese wetgeving stelt dat alle landen die meewerken aan het project hun eigen procedures moeten uitvoeren, voor de aanvraag bij Europa kan belanden. De hoop is dus dat dat nu zal gebeuren. De fabrieksbakker kan wel nog in beroep gaan tot 19 september.
"De klacht van die Nederlandse bakker is gelukkig verworpen. Onze Nederlandse collega’s zijn ons daarin gevolgd. Limburgse vlaai moet vers zijn en de Limburgers aan de andere kant van de Maas zijn daar dus ook van overtuigd", zegt Limburger en Vlaams minister voor Promotie van Landbouw en tuinbouw Jo Brouns (CD&V). "Daardoor zijn er nu geen obstakels meer om zo snel mogelijk die Europese erkenning te krijgen."
Ook bakker Carlo Briers van bakkerij Huize Briers in Bilzen-Hoeselt reageert tevreden. "Het is goed dat de weg naar de erkenning van de Limburgse vlaai nu open ligt", zegt hij. "Nu kunnen we met 2 landen samenwerken en de industrie een beetje achterwege laten. Want dat is net de bedoeling, dat de vlaai echt van bij een ambachtelijke bakker komt en altijd dagvers is."
Regionaal nieuws uit Limburg

