Drones en onbemande grondvoertuigen hertekenen het slagveld. VRT NWS trok naar een opleidingscentrum voor dronepiloten in de buurt van Kiev. Waar Oekraïense soldaten niet alleen worden opgeleid, maar waar ze ook nieuwe prototypes ontwikkelen die het werk aan het front lichter en veiliger maken. "Het is een technologierace geworden om de Russen voor te blijven."
Oekraïense soldaten ontwikkelen zelf nieuwe gronddrones: "Constante race om de Russen voor te blijven"
In het kort:
In Oekraïne worden drones en onbemande grondvoertuigen steeds belangrijker op het slagveld, met opleidingen voor soldaten in een loods nabij Kiev.
De 'Termite' is een lokaal ontwikkelde gronddrone die tot 500 kilo kan vervoeren en sinds 21 juni door het ministerie van Defensie is goedgekeurd voor gebruik aan het front.
Volgens instructeur Duffy zijn deze machines flexibel inzetbaar: "Je kan er een granaatwerper of mitrailleur op monteren, maar evengoed gewonden of munitie mee vervoeren."
Soldaten merken dat gronddrones het zware werk verlichten en veiliger maken, omdat klassieke verplaatsingen door observatie en mijnenvelden bijna onmogelijk zijn geworden.
Drones hertekenen het moderne slagveld. Waar straaljagers en helikopters vroeger het luchtoverwicht bepaalden, zijn het nu steeds vaker piepkleine FPV-drones die de strijd domineren. Tegelijk transformeren onbemande grondvoertuigen de oorlogsvoering, van logistiek tot verkenning. "Het traditionele front bestaat niet meer", zegt een instructeur tegen VRT NWS. "Vandaag is de enige limiet je verbeelding."
Die verbeelding krijgt vorm in een opgeknapte loods in een buitenwijk van Kiev. Geen kazerne of militaire basis, maar een anonieme hal waar tientallen instructeurs, ontwikkelaars, ingenieurs en soldaten werken aan de oorlog van morgen.
Duffy, een voormalig IT-architect, leidt er jonge rekruten op. De Russische invasie dwong hem zijn oude leven los te laten. Nu leert hij anderen hoe ze drones kunnen bouwen, besturen en dodelijk inzetten.
Waar machines leren vechten
Op het terrein naast de loods joggen mannen in kakigroene shirts tussen de pijnbomen. Anderen tillen gewichten. Het lijkt wel een militair fitnesskamp, tot je ziet waar ze zich op voorbereiden: een intensieve opleiding van 2 weken om onbemande grondvoertuigen (UGV’s) te leren bedienen – kleine, rupsbandige robots die opereren waar soldaten te kwetsbaar zijn.
Vandaag is het examendag. 15 cursisten leggen hun laatste test af. Binnen enkele dagen zullen ze hun nieuwe vaardigheden inzetten aan het front. "Vroeger moest je het front zien te bereiken met 30 kilo op je rug. Door modder, door mijnenvelden, onder dreiging van drones. Dat is vandaag suïcidaal", zegt instructeur Duffy. "Dus sturen we machines."
Hij wijst naar een donkergrijze robot met camera’s en een hoekig, laag silhouet. "Dat is de 'Termite'", zegt hij trots. Een Oekraïense creatie, volledig lokaal ontwikkeld. Het ministerie van Defensie keurde de inzet ervan aan het front goed op 21 juni.
"De grote troef?" vraagt Duffy retorisch. "Hij is flexibel. Je kan er een granaatwerper of mitrailleur op monteren, maar evengoed gewonden of munitie mee vervoeren. Hij draagt tot vijfhonderd kilo. En hij doet het zonder dat er iemand sneuvelt."
Het front in miniatuur
De 'Termite' is geen unicum. Er zijn ook lichtere types, met namen als 'Cockroach' (kakkerlak) of 'Lynx'. Snel zijn ze niet – ze halen maximaal 15 kilometer per uur – maar dat hoeft ook niet, zegt Duffy.
"Het terrein waarin ze opereren is vaak verraderlijk: bos, modder, mijnen. Belangrijker is dat ze stil, robuust en betrouwbaar zijn." Vooral in zogenaamde kill zones – grijze gebieden waar het voor soldaten levensgevaarlijk is – zijn dit onmisbare wapens. De drones worden ingezet voor uiteenlopende taken: om mijnenvelden aan te leggen, zones te ontruimen of bevoorrading te doen in gevaarlijke gebieden.
Naast de loods ligt een braakliggend stuk grond dat is omgevormd tot oefenterrein. Loopgraven, obstakels, nepmijnen – alles is erop gericht de realiteit van het front zo goed mogelijk te benaderen.
De gronddrones worden er aangestuurd vanuit de kelder van een nagebootste houten datsja, een typisch Oekraïens plattelandshuisje zoals je die vaak ziet in de felbevochten regio Donetsk. Zelfs de camouflagenetten en geïmproviseerde commandoposten zijn tot in detail nagebouwd.
Innovatie uit noodzaak
De opleiding tot dronepiloot ontstond binnen de 3e Aanvalsbrigade van het Oekraïense leger, maar is intussen uitgegroeid tot een volwaardige school. Honderden soldaten zijn hier al afgestudeerd, en de vraag blijft stijgen. "Het is nu zaak om extra instructeurs aan te werven en de capaciteit op te schalen", zegt Duffy.
Gevraagd naar hoe hij kijkt naar de houding van westerse landen tegenover deze evolutie aan het front, is hij scherp. "Het Westen denkt soms nog te vaak dat drones een randfenomeen zijn", zegt hij. "Iets experimenteels. Maar dat is een denkfout. Dit ís de oorlog vandaag. En dit blijft."
Hogerop in de loods wordt intussen gewerkt aan de ontwikkeling van nieuwe vliegende drones. Daar zijn een ander soort rekruten aan het werk: programmeurs, elektriciens, ex-gamers. Ze bouwen aan de nieuwste FPV-modellen – First Person View –, waarbij piloten via een bril in realtime kunnen sturen. Maar ook grotere drones die tientallen kilometers diep in vijandelijk gebied kunnen opereren, worden hier ontworpen en getest.
Een technologische race
"Dit prototype bijvoorbeeld", zegt Yutsu – een 28-jarige soldaat die de overstap maakte tot instructeur. Hij toont een metersgrote drone. "We hebben hem 'Darts' genoemd. Hij is licht, goedkoop om te produceren en bijzonder effectief. Hij vliegt tot 100 kilometer ver, op een hoogte van 1,5 kilometer met een explosieve lading."
In de verschillende klaslokalen gebeurt alles digitaal. Er wordt gecodeerd, gestudeerd, getest. Prototypes hangen aan kabels of liggen uit elkaar op tafel, klaar om gesoldeerd te worden.
"Iedereen probeert de Russen voor te blijven", zegt Yutsu. "Ook daar zijn ze met hetzelfde bezig. We kijken bij elkaar af en proberen voortdurend nieuwe materialen uit die efficiënter en goedkoper zijn. Het is een technologische race geworden, waarbij wie voorligt, grotere winkansen heeft."
Instructeur Duffy kijkt tevreden toe. "Alles wat je hier ziet – de onderdelen, de drones, de computers – is gefinancierd met donaties", zegt hij. "De overheid zorgt voor de klassieke strijdkrachten. Wij zorgen voor innovatie."
Nieuw soort slagveld
Aan het front maken die drones een tastbaar verschil. Dat merkt ook Volodymyr, persofficier bij de brigade Khartiia, die momenteel vecht in de regio Charkiv. Hij ziet hoe gronddrones het verschil maken op het slagveld.
"We gebruiken ze sinds ongeveer een jaar", zegt hij. "Het is een enorm belangrijke, zelfs onmisbare tool geworden die onze troepen een pak zwaar werk bespaart. Maar de reden dat we die drones nodig hebben, is minder rooskleurig."
Volgens Volodymyr is het front zó verruimd en verzadigd met observatiecapaciteit, dat klassieke verplaatsingen haast onmogelijk zijn geworden. "Zo’n 10 tot 15 kilometer van het front ziet de vijand álles. Dat heeft ertoe geleid dat we minder militaire pick-ups of pantservoertuigen gebruiken. Onze mannen moeten vaak tot 20 kilometer te voet afleggen om hun posities te bereiken. Dat kan tot 2 dagen duren, met alle gevaren van dien: mijnenvelden, drones, artillerie."
Gronddrones bieden dan uitkomst. "Dankzij die machines hoeven onze troepen geen zware generatoren, benzine of munitie meer mee te sleuren. Ze leveren zelfs houten balken en planken om loopgraven te onderhouden. Op dat vlak hebben die dingen de oorlog effectief veranderd."
Terug in de loods laadt een rekruut een nieuwe batterij in. Solderen, coderen, testen: het werk stopt hier nooit. Duffy komt erbij staan en zegt met een halve glimlach: "Kom over 2 maanden terug. Je zal deze plek niet meer herkennen. We zullen alweer nieuwe prototypes hebben."
