Het Hongaarse gerecht heeft burgemeester Gergely Karácsony van Boedapest verhoord in verband met de organisatie van de Pride-optocht in de Hongaarse hoofdstad. De politie had die jaarlijkse optocht van de LHBTQ-gemeenschap verboden op basis van een wet van de rechtspopulistische regering van premier Viktor Orban. Karácsony legde dat verbod naast zich neer door te zeggen dat het ging om een gemeentelijk evenement.
Gerecht verhoort burgemeester van Boedapest over verboden Pride-optocht die toch doorging
Burgemeester Karácsony droeg een T-shirt met een regenbooglogo voor zijn verhoor. "Ik ben ervan beschuldigd het volk te hebben aangemoedigd om deel te nemen aan een verboden optocht", zei hij na zijn verhoor. "Ik heb een verklaring afgelegd, maar ik heb geen vragen van de onderzoekers beantwoord." Hij vreest naar eigen zeggen dat hij vervolgd zal worden.
Organisatoren van verboden bijeenkomsten riskeren in Hongarije een celstraf tot 1 jaar. Wie aan zo'n verboden bijeenkomst deelneemt, riskeert een boete tot 500 euro. De politie mocht dit jaar gezichtsherkenning gebruiken om deelnemers aan de Pride-optocht van tevoren te identificeren. Ondanks al die maatregelen waren er volgens de organisatoren dit jaar een recordaantal deelnemers: 180.000 à 200.000.
Volgens burgemeester Karácsony was de Pride-optocht een gemeentelijk evenement waarvoor het door de regering goedgekeurd verbod niet van toepassing was. Volgens de Hongaarse wet vallen gemeentelijke en staatsevenementen niet onder de regelgeving voor publieke bijeenkomsten.
De rechts-populistische premier Viktor Orbán voert al jaren een campagne tegen alles wat LGBTQIA+ is. Het verbod op de Pride-bijeenkomst vloeit voort uit de zogenaamde kinderbeschermingswet van 2021, die minderjarigen moet afschermen van content of afbeeldingen van een genderidentiteit of -expressie die niet overeenkomt met het geslacht bij geboorte, van geslachtsverandering of van homoseksualiteit.
