Het zorgcentrum na seksueel geweld in Limburg heeft vorig jaar 381 slachtoffers opgevangen. Het centrum ligt in Genk en daar kunnen slachtoffers van acuut seksueel geweld zoals aanranding of verkrachting terecht voor ondersteuning. Het aantal slachtoffers stijgt licht ten opzichte van het jaar ervoor, maar het blijft slechts het topje van de ijsberg. "Een aantal minderheidsgroepen kunnen we met moeite bereiken", zegt mede-coördinator dr. Pieter Jan Van Asbroeck.
Zorgcentrum na Seksueel Geweld in Genk zag 381 slachtoffers in 2024: "Minderheidsgroepen bereiken we met moeite"
Het Zorgcentrum na Seksueel Geweld in het ZOL in Genk is het enige in Limburg. Het werd in 2023 opgestart en het is alle dagen bemand, 24 uur op 24. Het eerste jaar kwamen er 342 slachtoffers van seksueel geweld over de vloer, mensen die verkracht of aangerand zijn, of ongewenst aangeraakt werden. In 2024 zag het ZSG 381 slachtoffers.
"Een groot deel van onze slachtoffers vandaag zijn jonge mensen met een 'rugzakje'", legt mede-coördinator dr. Pieter-Jan Van Asbroeck uit. "Dat zijn dus kwetsbare jongeren, met vaak psychiatrische problemen die al heel wat hebben meegemaakt."
"Maar uiteraard is iedereen welkom bij ons die te maken krijgt met acuut seksueel geweld. Dat gaat van verkrachting tot poging tot verkrachting en aantasting van de seksuele integriteit."
Het aantal slachtoffers dat zich meldt in het ZSG stijgt licht, maar toch blijft dat aantal slechts het topje van de ijsberg. "We zien minder dan 1 slachtoffer per dag, maar wellicht zijn er veel meer slachtoffers van seksueel geweld. Zij maken zich niet kenbaar of ze weten niet dat wij bestaan."
Drempel om hulp te zoeken, blijft groot
De drempel om naar het ZSG te komen, blijft voor de slachtoffers soms groot. "Sommigen willen zich niet melden bij ons, omdat ze geen klacht willen indienen. Maar dat is een misvatting: je bent bij ons niet verplicht om klacht neer te leggen. Eerst en vooral zorgen wij voor de medische zorgen en psychologische ondersteuning. Het is mogelijk om een klacht in te dienen, maar dat is niet verplicht."
Het aantal slachtoffers dat behoort tot de LGBTQIA+-gemeenschap kunnen we op 1 hand tellen
Dr. Pieter Jan Van Asbroeck, mede-coördinator
Die drempel lijkt extra groot voor een aantal minderheidsgroepen, zoals de LGBTQIA+- community. Het zorgcentrum kan die groep met moeite bereiken.
"Het aantal slachtoffers dat behoort tot de LGBTQIA+- gemeenschap kunnen we op 1 hand tellen. Ik denk dat bij hen de schroom vaak te groot is. Ook mensen met een migratieachtergrond of mensen met een beperking bereiken we heel moeilijk. Het kan niet dat zij geen seksueel geweld meemaken”, aldus dr. Van Asbroeck.
Meld je zo snel mogelijk
Van Asbroeck benadrukt dat slachtoffers van acuut seksueel geweld zich best zo snel mogelijk na de feiten melden.
"Liefst binnen de maand, dan kunnen we hen zo snel mogelijk helpen. Slachtoffers hebben de neiging om het zoeken van hulp uit te stellen, maar dat heeft gevolgen voor de mentale gezondheid. Slachtoffers lopen dan het risico om de posttraumatische stressstoornis te ontwikkelen (PTSS). Dat willen we voorkomen."
Het ZSG vraagt de slachtoffers ook om niet te douchen en om de kleren die ze aanhadden bij de feiten mee te nemen. "Als je belt, krijg je meteen alle nodige info over wat je moet doen voor je je bij ons meldt", zegt dr. Van Asbroeck nog.
Heb je nog vragen over seksueel geweld of ben je zelf slachtoffer? Dan kan je terecht op de website van de verschillende zorgcentra in ons land. Daar staat alle informatie voor zowel slachtoffers als steunfiguren.
Regionaal nieuws uit Limburg


