Het aantal baby's dat start met borstvoeding steeg de afgelopen 10 jaar met 5 procentpunt. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van Kind en Gezin naar aanleiding van de internationale week van de borstvoeding. Meer baby's krijgen ook minstens 6 maanden borstvoeding.
Meer en meer moeders in Vlaanderen kiezen voor borstvoeding. Dat meldt Kind en Gezin, die bij 93 procent van alle pasgeboren baby's langsgaat thuis.
Enkele cijfers:
Vorig jaar kreeg 83 procent van de borelingen in Vlaanderen moedermelk bij de geboorte. In 2014 was dat nog 78 procent. Die eerste borstvoeding heet colostrum en geeft een boost aan de immuniteit van de baby.
Op dag 6 krijgt nog 79 procent van de pasgeborenen moedermelk, in 2014 kreeg 73 procent van de baby's al dan niet uitsluitend borstvoeding op dag 6.
Op de leeftijd van 3 maanden krijgt 57 procent van de baby's nog borstvoeding.
Op de leeftijd van 6 maanden is dat nog 39 procent (tegenover 27 procent in 2014): 11 procent krijgt uitsluitend borstvoeding, 28 procent in combinatie met andere voeding.
10 procent van de baby's krijgt nog borstvoeding als ze 1 jaar zijn
Dat moeders langer borstvoeding geven - zie maar naar de stijging bij de baby's die op de leeftijd van 6 maanden nog borstvoeding krijgen -, is een goede zaak, legt Nele Wouters van het agentschap Opgroeien uit. "Borstvoeding is een gezonde start, een immuniteitsboost. Het is belangrijk dat ouders die borstvoeding willen en kunnen geven, daar ook mee kunnen starten."
Let wel: er worden nu minder baby's geboren dan 10 jaar geleden. Hoewel het aandeel baby's dat borstvoeding krijgt toeneemt, neemt het absolute aantal af.
Nationaliteit en kansarmoede
Kijken we naar de nationaliteit van de moeders, dan zien we dat 73 procent van de baby’s met een moeder van Belgische origine borstvoeding krijgt op dag 6. Bij moeders van niet-Belgische origine is dat 91 procent.
Enkel bij baby’s met een moeder van Belgische origine doet zich een groot verschil voor naargelang de kansarmoedesituatie van het gezin. 53 procent van de baby’s in kansarmoede krijgt borstvoeding op dag 6 tegenover 74 procent van baby’s geboren in een kansrijke omgeving.
Steun is essentieel
Vrijdag gaat bovendien de internationale week van de borstvoeding van start. Die staat dit jaar in het teken van steun. Want borstvoeding geven, is niet vanzelfsprekend.
"Het kan een hobbelig parcours zijn, er gaan heel wat emoties mee gepaard en het vraagt veel energie. Het is belangrijk dat ouders op voorhand een realistisch beeld hebben en dat ze voldoende steun krijgen vanuit hun omgeving", zegt Wouters.
Daarom lanceert het agentschap Opgroeien kraamkaartjes die je kan geven aan een kersverse moeder, om de stap naar hulp kleiner te maken.
"Als partner, oma, peter, vriend of buurvrouw kan je geen borstvoeding geven. Je kan wel het verschil maken met concrete praktische steun of hulp. Een ovenschotel, een vers brood, broer of zus meenemen naar de speeltuin, ... Het maakt een groot verschil", zegt Wouters.
Wie vragen heeft over borstvoeding kan terecht bij Kind en Gezin. Zij delen heel wat onderbouwde informatie online , via brochures en er is de Kind en Gezin-Lijn . Die is elke werkdag bereikbaar van 8 tot 20 uur.

