Het aandeel braakliggend terrein bij Vlaamse landbouwbedrijven is vorig jaar bijna verdubbeld ten opzichte van het jaar ervoor. Dat blijkt uit cijfers van statistiekenbureau Statbel. Landbouwgrond braak laten liggen is goed voor de biodiversiteit en helpt de bodem te herstellen.
Goed voor biodiversiteit en bodem: Vlaamse landbouwers laten dubbel zoveel grond braak liggen
Uit het jaarlijkse landbouwrapport van statistiekbureau Statbel blijkt dat Vlaamse landbouwers steeds grotere stukken van hun grond braak laten liggen. Vorig jaar verdubbelde het aandeel braakliggend terrein bijna in vergelijking met het jaar ervoor. Zo'n 1,9 miljoen are, ofwel 3,1 procent van de totale Vlaamse landbouwgrond, ligt nu braak. In 2015 was dat nog maar 260.000 are.
Voor Waalse landbouwbedrijven is de stijging aanzienlijk minder: daar steeg het aandeel braakliggend terrein vorig jaar slechts met 21,4 procent ten opzichte van 2023.
Braakliggend terrein in de landbouw is landbouwgrond waarop tijdelijk geen productie plaatsvindt. Op die grond kan er dan spontaan vegetatie groeien door bijvoorbeeld een akker bewust niet in te zaaien. Landbouwers kunnen er ook voor kiezen om er een gewas te zaaien dat goed is voor de biodiversiteit.
Terrein braak laten liggen heeft voordelen voor de natuur, maar ook voor de landbouwer zelf. Zo krijgt de bodem tijd om te rusten en te herstellen. Door het land even met rust te laten, kunnen planten en dieren er zich vrij ontwikkelen, wat de biodiversiteit ten goede komt.
Daarom nam de Europese Unie in haar nieuwe gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) op dat boeren minstens 4 procent van hun totale grond braak moeten leggen in ruil voor subsidies. Dat was niet naar de zin van heel wat boeren: meer braakland betekent minder gewassen en dus minder opbrengsten.
Onder druk van de landbouwsector schrapte de Vlaamse regering vorig jaar die norm. Al komt de Vlaamse landbouw met 3,1 procent braakland nu wel in de buurt.
Aantal landbouwbedrijven daalt licht
Uit hetzelfde rapport van Statbel blijkt ook dat het aantal landbouwbedrijven in ons land voor het vierde jaar op rij is gedaald. Al is de daling in 2024 minder groot dan in de jaren ervoor: er verdwenen netto 276 bedrijven tegenover 820 in 2022 en 943 in 2023. In totaal zijn er nog 33 973 landbouwbedrijven in ons land.
2024 was bovendien een goed jaar voor Belgische groenten met een stijging van bijna 17 procent in oppervlakte. De productie van appelen en aardbeien is wel gedaald, maar daartegenover staat een lichte stijging voor de peren.
De Belgische rundveestapel is in 2024 met 4 procent gedaald ten opzichte van 2023, terwijl de varkensstapel stabiel bleef en het aandeel pluimvee, vooral dan in Wallonië, licht toenam.

