Italië en Griekenland slaan alarm: de Russische dreiging beperkt zich allang niet meer tot Oekraïne. Volgens de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken wil Moskou zijn marinebasis in Syrië vervangen door een nieuwe in Oost-Libië. Wat is Rusland van plan en wat betekent dat voor Europa?
Italië en Griekenland waarschuwen voor Russische invloed in Libië: "Bedreiging voor Europa groeit"
Italië en Griekenland sloegen op de NAVO-top eind juni alarm over de groeiende invloed van Rusland in Libië. Volgens de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antonio Tajani, wil Moskou zijn marinebasis in Syrië vervangen door een nieuwe in Oost-Libië. Moskou gebruikt al langer zijn invloed om operaties in Afrika te coördineren en zijn aanwezigheid richting Europa uit te breiden.
Tegelijkertijd nemen ook de migratiestromen vanuit Libië weer sterk toe. Vooral rondom de Griekse eilanden Kreta en Gavdos is de situatie nijpend: alleen al vorige week redde de Griekse kustwacht bijna 2.000 mensen uit zee. De Griekse regering zette daarop de asielaanvragen voor migranten die via de Middellandse Zee komen tijdelijk stop.
Na de val van het regime van president Assad in Syrië eind vorig jaar verloor Rusland een belangrijke bondgenoot in het Midden-Oosten. Voor Rusland is Libië dus nu des te meer van strategisch belang. Via Libië kunnen de Russen invloed uitoefenen op andere plekken in Afrika, zoals in Mali en Tsjaad, waar Westerse troepen zich de laatste jaren hebben teruggetrokken.
Emeritus hoogleraar van de Universiteit van Leiden en Libië-kenner Jan Michiel Otto zegt in De Ochtend op Radio 1 dat de Russische inmenging inderdaad verontrustend is, maar niet nieuw: "De Russische inmenging is al bezig van toen voormalig dictator Khadaffi aan de macht was. Rusland levert al decennialang wapens aan Libië en krijgt steeds meer macht sinds de dood van Khadaffi in 2011."
Wie heeft de macht in Libië?
Sinds de dood van Khadaffi in 2011 is Libië verdeeld tussen 2 rivaliserende machtsblokken. In het westen, rond de hoofdstad Tripoli, zit een door de VN erkende regering (GNU) onder leiding van Abdul Hamid Dbeibeh. In het oosten heerst generaal Khalifa Haftar, die met zijn Libyan National Army (LNA) de regio controleert en samenwerkt met een niet-erkende regering in Benghazi.
Beide partijen krijgen steun van het buitenland. Dbeibeh wordt onder meer gesteund door Turkije, dat militair actief is in West-Libië en in 2011 voorkwam dat Haftar het volledige land kon overnemen. Haftar krijgt dan weer steun van Rusland, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten.
Deze verdeeldheid veroorzaakt chaos in het land. Gewapende milities hebben veel macht en smokkelnetwerken zijn zeer actief, vooral langs de kust. Door het gebrek aan eenheid en controle is Libië een belangrijk vertrekpunt geworden voor Afrikaanse migranten richting Europa.
De EU is verdeeld over wie te steunen. Toen Dbeibeh in 2021 aan de macht kwam, werd hij erkend door de Verenigde Naties en het grootste deel van het Westen als tijdelijke overgangsregering. Hij organiseerde echter nooit verkiezingen, waardoor sommige landen, zoals Frankrijk, Dbeibeh niet echt meer steunen.
Onlangs liep een EU-diplomatieke missie naar Benghazi nog uit op een fiasco. De delegatie van ministers uit Griekenland, Italië en Malta onder leiding van EU-migratiecommissaris werd ‘persona non grata’ verklaard door de Oost-Libische regering van Haftar en moest vertrekken.
Gevaar voor Europa
Als Rusland meer macht krijgt in de Libië kan dat volgens Otto wel een probleem zijn: "Stel dat Rusland daar militaire raketten kan plaatsen, dan vormt dat zeker een bedreiging voor Europa". Dat Griekenland en Italië als eerste aan de alarmbel trekken, is logisch, omdat ze geografisch dicht bij Libië liggen.
Er zijn veel zwaarbewapende milities die veel macht en geld hebben. Ze handelen in mensen, drugs, wapens, olie, benzine, … Het zal moeilijk worden die te stoppen
Emeritus hoogleraar van de Universiteit van Leiden en Libië-kenner Jan Michiel Otto
Italië heeft een koloniale geschiedenis in Libië en onderhoudt daardoor nog altijd nauwe banden in het land. Daarnaast heeft het, net als Frankrijk en Griekenland, grote economische belangen, vooral op het gebied van olie en gas.
Meer betrokkenheid van de NAVO bij Libië is volgens Otto nodig voor de veiligheid van Europa. Maar dat is niet eenvoudig: "Er zijn veel zwaarbewapende milities die veel macht en geld hebben. Ze handelen in mensen, drugs, wapens, olie, benzine, … Het zal moeilijk worden die te stoppen".
Momenteel is Turkije de belangrijkste NAVO-bondgenoot van Libië. Voor Griekenland is die Turkse steun problematisch. In 2019 sloot Turkije immers een maritieme overeenkomst met de Libische regering in Tripoli om zeegebieden te claimen ten zuiden van het Griekse eiland Kreta. Griekenland beschouwt dat verdrag als illegaal en in strijd met het internationaal zeerecht.
