"Na alle oorlogsmisdaden hebben we gezegd 'nooit meer'. Maar zoals je ziet, gebeurt het nog altijd." Dat zegt Azir Osmanovic, overlevende van de genocide in Srebrenica. Die begon vandaag 30 jaar geleden. Bosnische Serviërs doodden toen meer dan 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens.
Meer dan 8.000 jongens en mannen vermoord in 1 week: 30 jaar geleden begon genocide in Srebrenica
Vooraf: de Bosnische Oorlog (1992-1995)
De genocide in Srebrenica wordt gepleegd tijdens de Bosnische oorlog. Die breekt uit wanneer Bosnië en Herzegovina zich afscheuren van Joegoslavië, in 1992.
De bevolking in Bosnië bestaat uit Bosnische moslims, Bosnische Serviërs, die orthodox-christelijk zijn, en katholieke Kroaten.
De Bosnische Serviërs willen geen onafhankelijk Bosnië, waar ze een minderheid zouden worden tegenover de Bosnische moslims. Ze roepen daarom hun eigen staat uit: de Republika Srpska.
De Bosnische Serviërs, geleid door Radovan Karadzic en gesteund door het Servië van president Slobodan Milosevic, vallen de hoofdstad Sarajevo aan. De troepen van de Republika Srpska veroveren snel bijna twee derde van Bosnië. Generaal Ratko Mladic krijgt het militaire commando.
De Bosnische Serviërs voeren etnische zuiveringen uit op iedereen die niet Servisch is. Vooral de Bosnische moslims zijn daar het slachtoffer van. Ze worden vermoord, hun huizen worden in brand gestoken, ze worden opgesloten in concentratiekampen en vrouwen worden massaal verkracht.
Srebrenica veilige zone
Srebrenica is een stad in het oosten van Bosnië, die ligt in de Republika Srpska, gebied onder controle van de Bosnische Serviërs dus.
De stad wordt een toevluchtsoord voor Bosnische moslims in de regio. Het wordt een enclave, die volledig is omsingeld en wordt belegerd door de Bosnische Serviërs.
Het bevolkingsaantal in Srebrenica verdubbelt bijna tegenover voor de oorlog: tienduizenden mensen wonen er opeengepakt, velen slapen op straat of in de gangen van appartementsgebouwen. Er is amper water of eten.
In 1993 wordt Srebrenica door de Verenigde Naties uitgeroepen tot een zogenoemde 'veilige zone'. Er worden vredestroepen van de VN naartoe gestuurd.
"Toen we dat hoorden, dachten we dat er een einde zou komen aan de oorlog. Maar dan gebeurde de genocide", vertelt Azir Osmanovic. Hij overleefde de genocide als 13-jarige jongen.
Srebrenica valt
Op 11 juli 1995 valt generaal Ratko Mladic met zijn troepen Srebrenica binnen.
De dagen daarvoor was het leger van de Bosnische Serviërs begonnen met aanvallen op de observatieposten van de VN. Enkele tientallen Nederlandse blauwhelmen waren als gijzelaar genomen.
De NAVO bombardeert tanks van de Bosnische Serviërs rond Srebrenica, om hun aanvallen op Srebrenica te stoppen. Maar als die dreigen om de gegijzelde VN-soldaten te doden, stopt de NAVO met de luchtaanvallen, en kan Mladic zonder veel weerstand de enclave binnen walsen.
In de nacht van 11 op 12 juli 1995 trekt een colonne van 10.000 tot 15.000 mannen de bossen in. Het zijn soldaten van het Bosnische regeringsleger, maar ook gewone burgers. Ze slaan te voet op de vlucht, omdat ze niet in handen willen vallen van de Bosnische Serviërs.
De familie van Azir splitst in tweeën: zijn broer van 16 en zijn vader gaan mee met de mannen in het bos.
Zelf gaat hij met de rest van zijn familie naar de basis van de VN-vredestroepen in Potocari, enkele kilometers van Srebrenica. Tienduizenden mensen, vooral vrouwen, kinderen en ouderen vluchten daar naartoe. Ze hopen er veilig te zijn.
Maar in de basis worden door de VN-troepen maar 5.000 tot 6.000 mensen binnengelaten. Meer dan 20.000 mensen blijven buiten de basis, in de hitte, zonder eten of water.
"Het was een verschrikkelijke situatie", beschrijft Azir. "Mensen werden vermoord, vrouwen en meisjes werden verkracht. Veel mensen hallucineerden, ook mijn moeder. Ze huilde heel de nacht."
Het was een verschrikkelijke situatie. Mensen werden vermoord, vrouwen en meisjes werden verkracht
Azir Osmanovic, overlevende van de genocide in Srebrenica
De Bosnische Serviërs beginnen de mannen van de vrouwen te scheiden. De vrouwen en kinderen worden op bussen gezet en gedwongen verplaatst.
Azir vreest voor zijn leven. Hij is 13, en jongens die maar een paar jaar ouder zijn, worden bij de mannen ingedeeld en meegenomen.
"Op dat moment dacht ik alleen maar aan hoe ik mezelf kon beschermen. Ik dacht niet na over mijn ouders, mijn broers of zussen. Het was een soort dierlijk instinct dat naar boven kwam."
Azir wordt uiteindelijk samen met zo'n 30.000 andere vrouwen, kinderen en ouderen weggevoerd. De vluchtelingen worden door de Bosnische Serviërs gedropt vlak bij het gebied dat onder controle staat van het Bosnische regeringsleger.
De genocide
Azirs grootvader en neef mogen niet op de bus, en worden net als honderden moslimmannen en jongens in Potocari opgesloten, en daarna vermoord.
Ook van de groep mannen die in de bossen gevlucht was, worden duizenden gevangengenomen door de Bosnische Serviërs, sommigen worden ook gewoon ter plekke gedood.
De mannen worden vastgehouden in scholen en pakhuizen in de buurt van Srebrenica. Ze moeten al hun bezittingen achterlaten, de omstandigheden zijn onmenselijk. Ze krijgen geen eten of water, en worden mishandeld.
De mannen worden in groepen geëxecuteerd in velden of bossen. Of ze worden beschoten en bekogeld met granaten in de ruimtes waar ze vastzitten en zo uitgemoord. De lichamen worden begraven in massagraven.
In totaal worden in zo'n week tijd meer dan 8.000 Bosnische moslimmannen en -jongens gedood.
De gebeurtenissen in Srebrenica zijn de enige in Europa die erkend zijn als genocide na de Tweede Wereldoorlog.
Massagraven en identificatie
Kort na de genocide worden de massagraven ontdekt op Amerikaanse satellietbeelden. De Bosnische Serviërs beginnen daarop aan een grote cover-up-operatie. De duizenden lichamen worden opnieuw begraven op andere plaatsen, verder van de locaties waar de executies hadden plaatsgevonden.
Dat maakt het veel moeilijker om de slachtoffers te identificeren. Van sommige slachtoffers worden resten teruggevonden in verschillende massagraven. In totaal worden er meer dan 90 ontdekt, soms tot op 50 kilometer van Srebrenica.
30 jaar later worden nog altijd slachtoffers van de genocide geïdentificeerd. 3 jaar geleden werd ook het stoffelijk overschot van Azirs broer teruggevonden. Hij was 16 toen hij gedood werd.
Een genocide meemaken, slaat wonden die generaties lang meegaan, zegt Azir: "Toen ik hoorde dat mijn broer geïdentificeerd was, moest ik huilen. Mijn kinderen zagen dat. Het is bewezen dat genocide of andere zware oorlogsmisdaden een impact kunnen hebben op 3 generaties van overlevers."
Daders bestraft?
Radovan Karadzic, de politieke leider van de Bosnische Serviërs, wordt opgepakt in 2008 en in 2016 schuldig bevonden aan genocide in Srebrenica door het Joegoslaviëtribunaal. Dat was speciaal opgericht om oorlogsmisdaden te berechten die gebeurd waren tijdens de Joegoslavische oorlogen, waarvan de Bosnische oorlog er een was.
Karadzic wordt veroordeeld tot 40 jaar cel, maar gaat daar tegen in beroep. Dat verliest hij, en zijn straf wordt in 2019 in beroep zelfs opgetrokken tot levenslang.
Ratko Mladic wordt gearresteerd in 2011 en in 2017 door het tribunaal ook veroordeeld tot levenslang voor genocide en andere oorlogsmisdaden.
In totaal worden zo'n 90 mensen veroordeeld door het Joegoslaviëtribunaal voor oorlogsmisdaden tijdens de Bosnische oorlog. De meesten van hen zijn Bosnische Serviërs.
Maar volgens Azir Osmanovic hebben veel verantwoordelijken ook hun straf ontlopen. Hij woont vandaag nog steeds in Srebrenica, met zijn gezin, en werkt als curator voor het Srebrenica Memorial Center.
"Soms kom ik mensen tegen, Bosnische Serviërs, die ik gezien heb op beelden van de genocide in juli 1995. Die mensen zijn gewoon op vrije voeten."
Dagelijkse gruwel
In zijn job houdt Azir zich ook dagelijks bezig met de gruwel van Srebrenica. En dat is zwaar.
"Maar iemand moet het doen", zegt hij. En het is ook meer dan een job voor hem, het is een missie. "Ik wil het verhaal vertellen van diegenen die het niet overleefd hebben."
Want 30 jaar later heeft de wereld duidelijk nog niet veel geleerd. We zien bijna elke dag beelden van genocidaal geweld op de Palestijnen in Gaza. En ook nu grijpt de internationale gemeenschap niet in.
"Na alle oorlogsmisdaden hebben we gezegd 'nooit meer', maar zoals je ziet, gebeurt het nog steeds", zegt Azir.
"Ik kan me in de plaats stellen van al die mensen die afzien, in Gaza, of in Oekraïne bijvoorbeeld, en leven onder constante beschietingen. Als iemand die dat ook heeft meegemaakt, heb ik er gewoon geen woorden voor."



