Bij VRT NWS kregen we de afgelopen week heel wat vragen binnen over de nieuwe meerwaardebelasting. In dit artikel geven we daarop antwoord - met verschillende voorbeelden - op basis van de informatie die op dit moment beschikbaar is.
Is vrijstelling voor koppels hoger? En hoe moet ik betalen? Jullie vragen over meerwaardebelasting beantwoord
De meerwaardebelasting is een taks van 10 procent op de gerealiseerde meerwaarde op financiële activa. Zolang je jouw beleggingen bijhoudt, word je niet belast. Je betaalt de taks alleen als je jouw belegging verkoopt en er winst en dus meerwaarde op boekt.
De belasting is onderdeel van de personenbelasting en is dus gelinkt aan jou als persoon. In welk land of via welke instelling (bank, broker,..) je meerwaarde boekt, maakt niet uit. Als je in België woont, betaal je de belasting in België.
De regering hanteert een brede definitie van financiële activa. Het gaat onder meer om:
Aandelen
Obligaties
Beleggingsfondsen
ETF’s (Exchange-Traded Funds)
Tak 21 (spaarverzekering met gegarandeerd rendement)
Tak 23 (beleggingsverzekering met mogelijk hoger, maar niet gegarandeerd rendement)
Verzekeringsproducten
Afgeleide producten zoals opties
Fysiek goud
Valuta (munteenheden zoals de Amerikaanse dollar of de Japanse yen)
Cryptomunten
De meerwaardebelasting is niet van toepassing op vastgoed en op de verschillende pensioenpijlers. Zowel de tweede pijler (pensioenfondsen en groepsverzekeringen) als de derde pijler (een individuele pensioenspaarverzekering bij een verzekeraar of een individueel pensioenspaarfonds bij een bank) worden vrijgesteld van de nieuwe taks. Ter informatie: de eerste pijler is het wettelijk pensioen.
Als je boven de 10.000 euro meerwaarde uitkomt, wordt de 10 procent berekend op het bedrag boven 10.000 euro.
Voorbeeld 1
Karl is een actieve belegger en heeft een portefeuille van 300.000 euro. In 2027 realiseert hij een meerwaarde van 20.000 euro door verschillende aandelen te verkopen.
Karl geniet van de vrijstelling van 10.000 euro. In 2027 is die door de indexering en de overdraagbaarheid opgelopen tot 11.200 euro.
Op de resterende meerwaarde van 8.800 euro betaalt Karl 10 procent meerwaardebelasting, zijnde 880 euro.
Karl kan de meerwaardebelasting milderen of ontwijken door de verkoop van aandelen te spreiden over verschillende jaren. En telkens gebruik te maken van de vrijstelling van 10.000 euro. Hij kan ook een aandeel, waarop hij veel verlies heeft geleden, van de hand doen. Op die manier verkleint hij zijn meerwaarde.
Er is een manier om je vrijstelling op te trekken tot maximaal 15.000 euro. Dat is het geval als je de 5 voorafgaande jaren geen beroep hebt gedaan op de vrijstelling tot 10.000 euro.
De vrijstellingen van 10.000 en 15.000 euro zullen de komende jaren stijgen. Ze volgen namelijk de index. Hoe hoger de inflatie en dus hoe duurder het leven wordt, hoe sneller ook het bedrag van de vrijstelling zal stijgen.
Voorbeeld 2
Sarah, een alleenstaande moeder, wil sparen voor haar zoon. Ze stopt 150 euro per maand in een beleggingsfonds. Wanneer de zoon 30 jaar is en van plan is om een woning te kopen, wil Sarah hem het geld schenken.
In 18 jaar tijd heeft Sarah 50.000 euro bijeen gespaard (32.000 euro inleg en 18.000 euro meerwaarde).
Sarah geniet van een vrijstelling van 15.000 euro omdat ze de vrijstelling 5 jaar lang niet gebruikt heeft. Door de indexering (uitgaande van 2 procent per jaar) is de vrijstelling in 2044 opgelopen tot 19.282 euro.
De meerwaarde is kleiner dan de vrijstelling. Sarah hoeft geen meerwaardebelasting te betalen.
De regering wil vermijden dat kleine beleggers de belasting moeten betalen. Daarom geldt die enkel voor meerwaarden boven 10.000.
Die vrijstelling wordt jaarlijks berekend. Het gaat dus over winst die je boekt op de aandelen die je dat jaar verkocht hebt. Concreet kan je dus elk jaar bijvoorbeeld voor 9.000 euro meerwaarde realiseren zonder de meerwaardebelasting te moeten betalen.
De vrijstelling geldt per persoon. Bij een koppel dat gehuwd is of wettelijk samenwoont en een gemeenschappelijke belastingaangifte doet, kan de vrijstelling oplopen tot 30.000 euro.
Maar er is wel een belangrijk onderscheid tussen koppels die getrouwd zijn volgens het stelsel van scheiding van goederen en koppels die getrouwd zijn met gemeenschap van goederen.
Ben je getrouwd volgens het stelsel van gemeenschap van goederen, geniet je van een dubbele vrijstelling: 20.000 euro (of om de 5 jaar tot 30.000 euro). Het doet er dan niet toe op wiens naam de effectenrekening staat.
Ben je getrouwd volgens het stelsel van scheiding van goederen en de effectenrekening staat op beide namen van het koppel, ook dan geniet je van de dubbele vrijstelling.
Ben je getrouwd volgens het stelsel van scheiding van goederen of wettelijk samenwonend en het vermogen staat op één effectenrekening op naam van één van de partners, dan geeft die recht op één vrijstelling.
Ben je getrouwd volgens het wettelijk stelsel? Dan voorziet dat stelsel in gemeenschap van aanwinsten. Dat betekent dat alles wat je als koppel verdient tijdens het huwelijk, gemeenschappelijk is. Je geniet op dat gemeenschappelijk vermogen van de dubbele vrijstelling.
Ja. De belasting wordt berekend op basis van al je verkochte financiële activa. Zowel die waar je winst (meerwaarde) als verlies (minderwaarde) op boekt. Het bedrag dat je aan de fiscus betaalt is uiteindelijk dus je minderwaarde afgetrokken van je meerwaarde.
Een voorbeeld
Je verkoopt verspreid over een jaar een groot aantal aandelen.
Op een deel daarvan boek je 20.000 euro meerwaarde, op een ander deel pak je een verlies van 500 euro.
Dan betaal je uiteindelijk 950 euro belasting. 20.000 euro - 500 euro (minderwaarde) - 10.000 euro (vrijstelling) = 9.500. 10 procent daarvan is 950 euro.
Belangrijk: je kan je minderwaarde alleen via de belastingaangifte in rekening laten brengen. Ook als je beslist om je meerwaardebelasting te laten inhouden door je bank of broker. Die houdt namelijk meteen de belasting af bij verkoop van een individueel aandeel en kan geen rekening houden met minderwaardes.
Er zijn twee mogelijkheden waartussen je kan kiezen.
Via je bank of broker
De standaardprocedure is dat je bank of broker zelf meteen 10 procent inhoudt op de meerwaarde die je boekt op het moment dat je het financieel actief verkoopt. Dat wordt dan doorgestort naar de staat.
Opgelet: dat kan alleen bij Belgische instellingen. Beleg je bijvoorbeeld via Degiro - een populaire Nederlandse broker - dan moet je de meerwaardetaks regelen via je belastingaangifte.
2. Zelf via je belastingaangifte
De regering voorziet ook een zogenoemde opt-out uit de standaardprocedure. Daarbij spreek je af dat je bank of broker helemaal niets inhoudt en je de toepassing van de taks zelf regelt via je belastingaangifte. Je bent verplicht om via de personenbelasting dan zelf je meer- en minderwaarden van dat jaar aan te geven. Dat kan in veel gevallen wel een complexe administratieve klus worden.
Voor financiële activa die je niet via een bank of broker verhandelt - bijvoorbeeld crypto of goud - moet het hoe dan ook via de belastingaangifte.
Je minderwaarden laten meetellen of aanspraak maken op de vrijstelling kan enkel via de belastingaangifte. Daar kan een bank of broker geen rekening mee houden, omdat de belasting per individuele transactie wordt afgehouden.
Nee. De meerwaardebelasting is een onderdeel van de personenbelasting en rechtspersonenbelasting. Ze geldt dus voor fysieke personen, maar ook voor vzw's en stichtingen.
De nieuwe belasting heeft geen rechtstreekse impact op vennootschappen of ondernemingen, aan de vennootschapsbelasting verandert er niets.
De regering heeft een andere regeling uitgewerkt voor personen met een zogeheten aanmerkelijk belang. Dat wil zeggen dat je een groot deel van de aandelen van een vennootschap bezit. Het gaat in de praktijk vaak om mensen met een eigen zaak of een groot aandeel in een familiebedrijf.
Bij de verkoop van hun aandelen betalen ze pas meerwaardebelasting vanaf 1 miljoen euro. Om op die uitzondering een beroep te kunnen doen moeten ze wel minstens 20 procent van de aandelen van de vennootschap bezitten. Je kan ook maar eens per vijf jaar gebruik maken van de uitzondering.
De meerwaarde tussen 1 en 2,5 miljoen euro wordt belast aan 1,25 procent, die tussen 2,5 en 5 miljoen euro aan 2,5 procent en die tussen 5 en 10 miljoen euro aan 5 procent. Pas vanaf een winst van 10 miljoen euro betaal je de 'volledige' meerwaardebelasting van 10 procent.
De regering wil dat belasting ingaat vanaf 1 januari 2026.
Al hebben de banken al laten weten dat dat bijna onhaalbaar wordt. Zij hebben laten weten dat “de praktische uitwerking van een complexe maatregel als deze grondige voorbereiding, aanzienlijke IT-aanpassingen en zorgvuldige afstemming met de overheid vergt.”
Minister van Financiën Jan Jambon (N-VA) zegt dat er al overleg geweest is met de banken en ook nog zal volgen. Volgens hem is 1 januari wel degelijk mogelijk, met “goede wil” van de banken.
In principe wel. De waarde op 31 december 2025, onafhankelijk of je het aandeel al 5 jaar of 2 dagen in portefeuille hebt, geldt als basis voor de berekening. Je wordt belast op de meerwaarde die je vanaf dat moment boekt. Ook al is het op 31 december al veel meer waard dan bij je aankoop.
Als de aankoopwaarde hoger ligt dan de koers op 31 december 2025 is dat nadelig. Daarom mag je die hogere aankoopwaarde uit het verleden gebruiken als basis om de meerwaarde te berekenen. Dat kan tot 31 december 2030. Vanaf dan geldt hoe dan ook de waarde op 31 december 2025.
Een voorbeeld
Stel dat je in 2022 aandelen Umicore gekocht heb aan 40 euro.
Op 31 december 2025 zijn die aandelen 15 euro waard.
Je verkoopt die aandelen in 2027 aan 20 euro.
Je hebt geen meerwaarde gerealiseerd, wel een minderwaarde van 20 euro per aandeel.
Voor beursgenoteerde activa is de waardering duidelijk. Daarvoor wordt gekeken naar de laatste beurskoers van het jaar 2025.
Voor activa die niet-beursgenoteerd zijn, zijn er 3 verschillende manieren om de waarde te bepalen. Je kan kiezen voor de waardebepaling die voor jou het interessantst is.
Als een niet-beursgenoteerd bedrijf in het jaar 2025 een transactie met derden gedaan heeft, kan die prijs gebruikt worden voor de waardering.
Ook de boekhoudkundige berekening kan gebruikt worden op basis van de cijfers van het laatste afgesloten boekjaar: het gaat dan om het eigen vermogen, plus 4 keer de ebitda of bedrijfskasstroom.
Je kan de waarde ook laten bepalen door een onafhankelijke revisor of accountant.
Dan wordt het FIFO-principe (First In, First Out) gebruikt. De eerste gekochte aandelen worden geacht het eerst te zijn verkocht. De meerwaarde wordt berekend op de aankoopkoers van de eerst gekochte aandelen.
Een voorbeeld
Stel dat je in 2026 10 aandelen koopt aan 100 euro. In 2027 koop je 20 aandelen aan 150 euro. In 2028 koop je nog eens 70 aandelen aan 200 euro.
Stel dat je nadien 25 aandelen verkoopt aan 200 euro. Dan word je geacht de 10 aandelen, aangekocht in 2026, en 15 van de 20 aandelen, aangekocht in 2027, te hebben verkocht, met een meerwaarde van 1.750 euro tot gevolg (10 x 100 euro) + (15 x 50 euro).
Van dit principe wordt wel afgeweken voor financiële activa die reeds op 31 december 2025 in het bezit zijn van de belastingplichtige. Daarvoor geldt het gewogen gemiddelde.
Dan blijven de algemene regels gelden. Je betaalt de belasting enkel bij de verkoop. Op het moment dat een aandelenpakket van eigenaar wisselt, komt daar nog geen meerwaarde belasting aan te pas. Mogelijk wel een andere belasting: als een aandelenpakket bijvoorbeeld onderdeel is van een erfenis geldt de erfbelasting.
Net als in gewone omstandigheden betaal je de meerwaarde ten opzichte van 31 december 2025. (Zie eerdere vraag voor meer details).
Nee. Mogelijk wordt er nog aan details gesleuteld.
De wetteksten moeten nog een definitieve goedkeuring krijgen binnen de regering. Daarna wordt de wet besproken in het parlement. Pas als ze daar uiteindelijk gestemd is, ligt alles definitief vast.

