In Turkije zijn 3 cartoonisten opgepakt omdat ze hebben meegewerkt aan een cartoon van de profeet Mohammed. De afbeelding werd gepubliceerd in het Turkse satirische magazine LeMan. De Turkse minister van Binnenlandse Zaken noemt de cartoon "walgelijk", terwijl de hoofdredacteur van het magazine meent dat de afbeelding verkeerd geïnterpreteerd wordt.
Op de cartoon naar de hand van de 3 cartoonisten is Mozes samen te zien met profeet Mohammed, die laatste is de belangrijkste boodschapper van God in de islam. Mozes is dan weer een belangrijk figuur uit het Jodendom. De beide figuren lijken elkaar de hand te schudden, terwijl ze zich aan elkaar voorstellen. Op de achtergrond is een stad te zien die gebombardeerd wordt.
De profeet Mohammed afbeelden is een gevoelige kwestie. Sommige zeer gelovige moslims geloven dat dit verboden is. Een van hen is de Turkse minister van Binnenlandse Zaken Ali Yerlikaya: hij noemt de cartoon een "walgelijke tekening" en "vervloekt degenen die proberen verdeeldheid te zaaien door karikaturen van onze profeet te tekenen".
Toen bekend werd dat de cartoonisten opgepakt waren, vielen verschillende betogers een bar in Istanbul aan waar het personeel van het magazine regelmatig iets drinkt na de werkuren. Al snel raakten daarbij 250 tot 300 mensen betrokken.
Op X wordt de cartoon volop gedeeld, met daarbij de vraag om het magazine niet meer uit te brengen. De 3 cartoonisten worden verdacht voor het aanzetten tot haat en zijn daarom opgepakt.
Verkeerde interpretatie
Daartegenover staat LeMans hoofdredacteur Tuncay Akgun. Hij blijft achter de cartoon staan en steunt zijn cartoonisten. "De naam Mohammed is een van de meest gebruikte namen ter wereld door moslims die de profeet eren. De cartoon beeldt de profeet niet af en bespot de religieuze waarden niet. Daar zouden we ons niet aan wagen", klinkt het.
Hij spreekt van een lastercampagne en wijst op het recht op vrije meningsuiting. Een recht dat bovendien beschermd moet worden door de autoriteiten, benadrukt de hoofdredacteur.


