Vijf maanden voor de start van de VN-klimaatconferentie zijn in de Duitse stad Bonn de tussentijdse klimaatonderhandelingen afgelopen. Daarin worden er al zoveel mogelijk technische kwesties uitgeklaard. Maar in Bonn werden de gesprekken opnieuw gedomineerd, en soms geblokkeerd, door getouwtrek tussen het Westen en de ontwikkelingslanden. Oude spanningen spelen opnieuw op, terwijl er eigenlijk geen tijd is voor oponthoud.
"Het moet verder, sneller en eerlijker": klimaatonderhandelingen in Bonn eindigen zonder grote doorbraak
"Als Bonn al frustrerend was, dan kan COP30 nog veel erger worden", concludeert de Britse krant The Guardian na 11 dagen klimaatonderhandelingen in de Duitse stad Bonn.
Halfweg tussen 2 VN-klimaatconferenties bereiden technische werkgroepen daar elk jaar opnieuw de volgende COP voor. De details van de beslissingen op de laatste COP worden er verder uitgewerkt, en de agenda voor de volgende wordt er opgesteld.
Die onderhandelingen zijn sinds gisterenavond afgelopen, maar zeer veel kon er niet afgeklopt worden. "Het moet verder, sneller en eerlijker", speechte VN-klimaatgezant Simon Stiell in de slotvergadering. "Ik ga er geen doekjes om winden. We moeten nog veel doen voor we elkaar opnieuw zien in Belém (de Braziliaanse stad waar de klimaatconferentie plaatsvindt, red.)."
Op weg naar Brazilië
Er stond nochtans veel op de agenda. COP30, in november, wordt immers een erg belangrijke klimaatconferentie.
193 landen zullen er hun klimaatplannen voor 2035 moeten voorstellen. Daarin moeten de maatregelen staan waarmee ze de opwarming van de aarde zullen helpen beperken tot maximaal 2 graden Celsius, en als het kan 1,5. Dat is de doelstelling die tijdens de VN-klimaatconferentie in Parijs werd vastgelegd.
In Belém zou ook duidelijk moeten worden hoe de rijke landen 1.300 miljard dollar aan klimaatgeld bijeen willen krijgen voor de ontwikkelingslanden. Die (toen nogal vage) afspraak werd vorig jaar gemaakt tijdens COP29 in Azerbeidzjan. COP-voorzitters Azerbeidzjan en Brazilië zouden zich er samen over buigen in de aanloop naar COP30, de zogenaamde "Baku to Belém Roadmap".
Gastland Brazilië kan zich geen gezichtsverlies veroorloven, maar de eerste voortekenen zijn weinig hoopgevend. Van de 193 deelnemende landen hebben er voorlopig nog maar een 30-tal hun nieuwe klimaatplannen ingediend, en dat terwijl de deadline aanvankelijk in februari verliep. Die is nu uitgesteld naar september.
Gepolariseerd
Brazilië wil absoluut vermijden dat het het land wordt waar het klimaatakkoord van Parijs begraven wordt. Maar de wereld van vandaag is een andere dan die van 2015.
De Amerikaanse president Trump zond met zijn handelstarieven een schokgolf door de internationale markten. En de oorlogen in Oekraïne, Gaza en Iran hebben een wapenwedloop op gang gebracht die handenvol geld kost. Westerse politici staan nog minder dan vroeger te springen om klimaatgeld toe te zeggen aan het Zuiden.
Dat globale Zuiden is vandaag dan weer een bonte alliantie van arme ontwikkelingslanden en rijke groeieconomieën die sinds de jaren 90 grote stappen hebben gezet, zoals China, India, Saudi-Arabië en andere Golfstaten.
Die alliantie wilde een aantal erg gevoelige onderwerpen toevoegen aan de agenda, hoewel Brazilië had gevraagd om dat niet te doen. Zo dook de vraag weer op of het klimaatgeld voor het Zuiden alleen uit publiek geld mag bestaan of ook uit privaat geld. Ook de Europese koolstofgrenstaks CBAM werd op tafel gelegd. Die zien veel landen als een handelsbelemmering. Door al die gepolariseerde kwesties gingen de onderhandelingen met 2 dagen vertraging van start.
Het Westen ziet dat als blokkeringsmanoeuvres en tactische spelletjes, in de eerste plaats van de rijkere landen die nog steeds tot de ontwikkelingslanden gerekend worden. Voor veel armere landen gaat het echter om de grond van de zaak. Voor hen kan er enkel over klimaatfinanciering gesproken worden als het gaat om publieke fondsen, en bijvoorbeeld geen leningen die nadien terugbetaald moeten worden en de schuldenput alleen maar doen groeien.
Zo zei de alliantie van kleine-eilandstaten in de loop van de gesprekken dat ze "verbijsterd was door het terugkrabbelen" van de rijke landen. "Wij zijn verloren als die landen geen echte ambitie tonen."
Dubbel gevoel
Daardoor is Bonn gisterenavond geëindigd zonder een echte doorbraak op de sleutelkwesties.
"Ik kijk er met een dubbel gevoel op terug", zegt de Belgische hoofdonderhandelaar Peter Wittoeck. Hij is al jaren een vaste waarde op de klimaatconferenties en zat in Bonn mee rond de tafel. "Er zijn wel degelijk stappen vooruit gezet op een paar belangrijke domeinen, zoals klimaatadaptatie en eerlijke transitie."
"Sommigen wilden bijvoorbeeld een Noord-Zuid-verdelingsvraagstuk maken van de kwestie 'eerlijke transitie'. Maar nu gaat het toch eerder in de richting van sociale zekerheid en mensen beschermen tegen de impact van klimaatmaatregelen. Denk dan bijvoorbeeld aan koopkracht en het sociale draagvlak, niet alleen bij ons maar ook in de ontwikkelingslanden."
Praten over waarover er gepraat kan worden, daar komt het dus op neer. Dat iedereen het op zijn minst daarover eens is, is soms al een succes, zegt Wittoeck. "Je moet weten dat er soms letterlijk met een blanco blad moet herbegonnen worden. Maar we hebben toch een aantal dossiers kunnen doorsturen. Dat stemt me dus optimistisch."
"Maar dat er politieke spelletjes gespeeld worden met de agenda, dat stemt me dan weer pessimistisch. Het blokkeert voor een groot stuk de vooruitgang van de klimaatconferenties, het enige internationale proces waarbij echt iedereen betrokken wordt. Er wordt op de rem gestaan terwijl de hoogdringendheid allang geen nieuws meer is."



