Meisjes halen betere punten op school. Jongens blijven vaker zitten en verlaten school meer zonder diploma. Dat blijkt uit de cijfers van het Vlaams departement Onderwijs. Wat is er aan de hand?
Waarom presteren jongens minder goed op school dan meisjes?
Eén voor één komen ze in een lange rij uit het schoolgebouw de trappen af, het schoolplein op. De scholieren van het laatste jaar middelbaar zien er prachtig uit op de proclamatie: de meisjes in feestelijke jurken, de jongens in een hemd of zelfs kostuum.
De meisjes wat stuntelig op hoge hakken (het is wat anders dan de sneakers die ze gewoon zijn!), de jongens hebben nog dat laatste restje slungelachtig, zo net op de rand van het volwassen worden.
52 meisjes tel ik, 34 jongens. Ik heb ze gefilmd met mijn gsm, zoals alle andere fiere ouders die rond me zitten. De gsm blijft in de hand, want zo meteen krijgen ze één voor één dat diploma middelbaar onderwijs.
Maar eerst worden er prijzen uitgereikt aan de meest verdienstelijke en best presterende leerlingen. De prijs voor wiskunde, chemie, Frans, fysica en geschiedenis ... telkens zie ik meisjes met welverdiende trots de prijs in ontvangst nemen. Walid is de uitzondering, een jongen met krullen tot diep over zijn ogen.
Met stijgende verbazing sla ik alles gaande. "Allemaal meisjes", fluister ik tegen de mama naast me, die zelf ook leerkracht is. "Ja", knikt ze, "meisjes doen het beter in het onderwijs."
Meisjes doen het beter
"Meisjes halen inderdaad betere punten", bevestigt VUB-professor Els Consuegra. Ze is expert genderdiscriminatie in de klas. "We zien het in alle statistieken terug dat het voor jongens moeilijker is om goed te presteren op school."
Jongens krijgen vaker een B-attest en mogen dan dus bepaalde richtingen niet meer doen. Jongens krijgen ook vaker een C-attest, dan moeten ze het jaar opnieuw doen.
Jongens komen dus vaker terecht in het zogenoemde watervalsysteem. De ongelijke verdeling van jongens en meisjes over de verschillende richtingen aso (doorstroomfinaliteit), tso (dubbele finaliteit), bso (arbeidsmarktfinaliteit) is opmerkelijk. Op het einde van de middelbare school zitten jongens beduidend minder in het aso, meisjes veel minder in het bso.
En ook meer jongens dan meisjes verlaten de middelbare school zonder diploma.
Het resultaat is dat er meer meisjes doorstromen naar het hoger onderwijs. De laatste cijfers van 2023-2024 vertellen ons dat 56 procent van de studenten meisjes zijn, 44 procent zijn jongens.
Zijn jongens minder slim?
Wie die vraag stelt, krijgt sowieso verontwaardigde reacties. Niemand denkt dat dat zo is. Hoe zou je dat zelfs durven denken?
"Bij gestandaardiseerde testen waar we gaan kijken naar wiskunde of taalinzicht is het verschil tussen jongens en meisjes veel kleiner", zegt Consuegra.
"Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat er zeker 3 oorzaken zijn voor dat onderpresteren van jongens." Ze benadrukt daarbij dat het gaat over gemiddelden en dat het niks zegt over individuen.
1. Verwachtingen en stereotypen
"De verwachtingen voor jongens zijn onterecht lager als het gaat over studeren", zegt Consuegra. "We zien eigenlijk hetzelfde mechanisme van stereotiepe vooroordelen die ook spelen bij huidskleur of een andere thuistaal."
"De samenleving is ook strenger voor het gedrag dat we doorgaans toeschrijven aan jongens", gaat Consuegra door. "Uitbundigheid, enthousiasme, luider en meer ongeremd gedrag wordt vaker als storend gezien, zeker in een klascontext. Daartegenover wordt stilzitten, gehoorzamen en discipline beloond."
De combinatie verwachting en strenger is duidelijk waar te nemen in de klasdynamiek. Consuegra verduidelijkt: "We hebben in klassen de interactie tussen leerkrachten en leerlingen gefilmd. Zo hebben we kunnen vaststellen dat leerkrachten strenger zijn voor jongens. Meisjes komen meer weg met praten of lachen. We zien dat meisjes vaker strategieën hebben ontwikkeld om bijvoorbeeld te vleien en zo meer ruimte te krijgen. Jongens worden strikter gehouden."
2. Kloof tussen lerarenkorps en leerlingen
In het kleuter- en lager onderwijs zijn de mannelijke leerkrachten langzaamaan de uitzondering geworden. In het secundair onderwijs is het verschil iets minder uitgesproken. Maar de meeste leerlingen krijgen vooral vrouwen als leerkracht.
Dat versterkt wellicht het beeld voor jongens dat school meer iets voor meisjes is. Ze hebben minder voorbeeldfiguren waaraan ze zich kunnen spiegelen.
3. Macho en subculturen
Ook de opkomst van subculturen die machogedrag verheerlijken zijn een oorzaak van de kloof tussen jongens en meisjes. "In bepaalde groepen, soms zelfs scholen, halen jongens status door stout te zijn in de klas", vertelt Consuegra. "Het is dan cool om niet gestudeerd te hebben. Goeie punten halen mag, maar niet als je daar veel moeite voor hebt gedaan."
Wat willen we als samenleving?
"Het is belangrijk dat we nadenken over wat we willen als samenleving", voegt Consuegra er op het einde nog aan toe. Vlaams minister van onderwijs Zuhal Demir bezocht onlangs het Verenigd Koninkrijk om te kijken hoe ze daar met leerlingen omgaan.
In de 'strengste school van Engeland' draait het om routine, orde en structuur. Kinderen uit kansarme milieus halen er indrukwekkende studieresultaten.
"De verheerlijking van de schoolmentaliteit in het Verenigd Koninkrijk heeft ook een keerzijde", vreest Consuegra. "Wat zou die volgzaamheid en discipline doen met jongens die niet passen in dat smalle hokje?"
Bijkomende vragen dringen zich daarbij op: "Hoe belangrijk vinden we het dat we kinderen opvoeden tot kritische burgers die voor zichzelf kunnen denken? Hoeveel belang hechten we aan creativiteit? Zeker in de geopolitieke context van vandaag is dat niet onbelangrijk om goed doordacht de koers te kiezen die we willen varen."


