Het fietsknooppuntennetwerk in Limburg blaast 30 kaarsjes uit. Het allereerste fietsknooppunt werd geplaatst in wat toen nog de afzonderlijke gemeente Meeuwen-Gruitrode was. Als de gemeente in 1988 geen 'ja' had gezegd tegen Hugo Bollen, de bedenker van de fietsknooppunten, zou het fietsroutenetwerk er wellicht nooit gekomen zijn.
30e verjaardag van fietsroutenetwerk: "Als Meeuwen-Gruitrode 'nee' had gezegd tegen bedenker Hugo Bollen, was het er misschien nooit gekomen"
In 1988 stapt Hugo Bollen, de bedenker van de fietsknooppunten, naar Jos Berben, die op dat moment gemeentesecretaris was in Meeuwen-Gruitrode. "Ik kom even met je babbelen, met de moed der wanhoop. Want ik ben al op zoveel gemeenten geweest, maar mijn project raakt niet van de grond", zou Bollen letterlijk gezegd hebben tegen de gemeentesecretaris.
"Hugo Bollen wilde de natuur toegankelijk maken voor de eigen inwoners en wilde dat combineren met zijn idee van een fietsknooppuntennetwerk waarmee je een fietstocht kan maken op eigen maat", vertelt de voormalige gemeentesecretaris van Meeuwen-Gruitrode. "Dat was niet zo evident, want gemeenten hadden toen hun eigen gemeentelijke fietsroutes in lusvorm."
"Dat schrikte heel wat gemeenten af", zegt Berben. "Het college van burgemeester en schepenen in Meeuwen-Gruitrode zag er wel toekomst in. Ze hebben me de opdracht gegeven om samen met de gemeentelijke diensten en het Regionaal Landschap het hele project mee vorm te geven."
Toegankelijkheidsregels bossen omgedraaid
"We zijn alle bospaden, landbouwwegen, kerkwegen enzovoort afgewandeld en afgefietst om te kijken welke het geschiktst zouden zijn", vertelt Berben. "Dat hebben we allemaal in kaart gebracht en nagegaan hoe we die wegen technisch in orde konden brengen om er een fietsroutenetwerk mee uit te bouwen. We zijn er zelfs in geslaagd de toegankelijkheidsregels van bossen om te draaien: alle bossen werden voortaan toegankelijk, tenzij anders aangegeven."
Pas 7 jaar later, in 1995, is het fietsknooppuntennetwerk geopend. "We zijn begonnen met 7 gemeenten in Noordoost-Limburg, het gebied van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland. Daarna is het uitgebreid naar de andere Regionale Landschappen in Limburg", blikt Berben tevreden terug.
Het fietsroutenetwerk in Limburg is intussen goed voor zo'n 2.000 kilometer aan verharde, veilige en deels autovrije fietspaden in Limburg. Het concept kreeg navolging in de rest van Vlaanderen, en later ook in Wallonië, Nederland, Duitsland en Kroatië.
164 fietsmeters en -peters
Om de kwaliteit van het fietsroutenetwerk op te volgen kan de Provincie rekenen op 164 fietsmeters en -peters. Dat zijn vrijwilligers die af en toe een vast traject van het fietsroutenetwerk afleggen om te controleren of de bewegwijzering, het comfort en de veiligheid nog in orde zijn. Gebreken melden ze aan de Provincie.
"Ik ben al jaren fietsmeter", zegt Moelly Henno uit Hasselt. "Intussen is het ook al zodanig geprofessionaliseerd dat je met een foto een gebrek kan melden. De fietspalen zijn trouwens genummerd aan de zijkant. Ook als je gevallen bent, kan je daarmee makkelijk aangeven waar je bent."
In Stokrooie heb ik ooit een achtergelaten pingpongtafel ontdekt aan een fietsknooppunt
Moelly Henno, fietsmeter
Soms komt ze als fietsmeter vreemde dingen tegen. "In de omgeving van Bokrijk had iemand graffiti gespoten op de borden, uit liefdesverdriet denk ik. In Stokrooie lag er ook eens een pingpongtafel bij het fietsknooppunt. Je vraagt je toch af wie dat daar achterlaat."
"Het leuke aan fietsmeter zijn is de mensen die je leert kennen. Niet alleen onderweg, maar ook dankzij het fietsevenement dat georganiseerd wordt voor de vrijwilligers", zegt Henno.
"De voorbije jaren was dat bijvoorbeeld in het Begijnhof in Sint-Truiden en de Velodroom in Heusden-Zolder. Daar kregen we een rondleiding met een gids en werden we echt in de watten gelegd."
Regionaal nieuws uit Limburg


