Als rond een onderwijsrichting een negatieve betekenis hangt, zal de taal waarmee je die benoemt dat probleem niet oplossen. Dat zegt professor Nederlandse taalkunde Freek Van de Velde na de oproep van de Scholierenkoepel om nieuwe termen te zoeken voor 'B-stroom' en 'arbeidsmarktfinaliteit'. Bij leerlingen uit die onderwijsvorm is er veel frustratie, omdat hun richting door die termen een negatieve bijklank krijgt.
Moeten namen om richtingen aan te duiden (alweer) anders? "Nieuwe termen lossen stigma rond beroepsonderwijs niet op"
Het is al jarenlang een probleem dat veel leerlingen uit het beroepsonderwijs gefrustreerd zijn over de termen die op hun richting wordt geplakt. Door termen zoals 'bso', 'B-stroom' of 'arbeidsmarktfinaliteit' hebben ze het gevoel dat hun richting als "minder" wordt beschouwd.
Onderwijsfinaliteiten- en vormen
Sinds de onderwijshervorming delen scholen hun studierichtingen in volgens finaliteiten. Je hebt de 'doorstroomfinaliteit', daaronder vallen aso- en enkele tso- en kso-richtingen. Na die richtingen kan je doorstromen naar hoger onderwijs. Daarnaast is er ook nog de 'dubbele finaliteit', met verschillende tso- en kso-richtingen die je zowel voorbereiden op de arbeidsmarkt als op verderstuderen. De onderwijsvorm bso valt onder de 'arbeidsmarktfinaliteit'.
In de eerste graad van het secundair onderwijs wordt er gewerkt met de nieuwe termen A-stroom en B-stroom. In de A-stroom zitten leerlingen die het basisonderwijs hebben afgerond met een getuigschrift. De B-stroom is voor leerlingen die geen getuigschrift hebben behaald in het basisonderwijs.
Een van de redenen om voor finaliteiten te kiezen, was de stigmatisering die hing rond het woord 'bso'. De nieuwe termen moesten neutraler en duidelijker zijn. Al is dus niet iedereen het daarmee eens.
Ook voor de Vlaamse Scholierenkoepel blijven die benamingen een groot probleem. De organisatie roept dan ook op om voor die termen uit het beroepsonderwijs een alternatief te voorzien. Freek Van de Velde, professor Nederlandse taalkunde aan de KU Leuven, vindt dat geen slecht idee. "Het zijn te ingewikkelde, te lange en te moeilijke termen", zegt hij in De Wereld Vandaag op Radio 1.
"Niemand begrijpt die termen, tenzij je zelf in de materie zit. Ik heb zelf kinderen die naar het secundair onderwijs gaan. Elk jaar moet ik opnieuw opzoeken wat die termen juist betekenen."
Negatieve betekenis
Van de Velde pleit dus voor duidelijkere en heldere termen. Al vreest hij wel dat het sociale stigma rond die benamingen zal blijven hangen. "We moeten openstaan om alternatieven te zoeken. Maar zolang mensen een negatieve betekenis aan een term plakken, is het onmogelijk om te verwachten dat een nieuwe term dat probleem zal oplossen."
"Als er een vooroordeel bestaat over een bepaalde term, verwacht men van onze taal dat een nieuwe label dat probleem zal oplossen. Dat is onrealistisch. Eigenlijk zou de sociale mening over het beroepsonderwijs moeten veranderen."
Zijn er goede alternatieven voor 'B-stroom' en 'arbeidsmarktfinaliteit'?
Wat zijn de alternatieven?
Een nieuwe term voor het beroepsonderwijs zal de negatieve bijklank niet doen verdwijnen, volgens Van de Velde. Toch stelt hij voor om een neutralere term te kiezen. Luisteraars van Radio 1 sturen alvast hun ideeën door: van theoretische (aso) en praktische (bso) richting tot algemene (aso) en toegepaste (bso) richting.
"Dat zijn transparante termen waar ik geen problemen in zie." Van de Velde waarschuwt vooral voor gerangschikte termen. "Zoals A-stroom en B-stroom. Van zulke termen zou ik wegblijven. Daar zit een rangschikking in en dat is gevaarlijk."



