9 op de 10 bewoners van de Vlaamse woonzorgcentra voelen zich er veilig en gerespecteerd. Dat blijkt uit een grootschalige bevraging bij meer dan de helft van alle Vlaamse woonzorgcentra. Tegelijk geven ze aan dat er weinig aandacht of tijd is voor de band tussen de bewoners en het personeel en dat er te weinig wordt ingezet op 'zinvolle dagbesteding'.
Bewoners woonzorgcentra missen sociaal contact en zinvolle activiteiten: "Samen 'In de Stille Kempen' zingen is niet meer genoeg"
De bevraging is een initiatief van het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg (VIKZ), de Vlaamse Ouderenraad en het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen. Ze bevroegen 8.000 bewoners en 11.000 naasten. 600 vrijwillige enquêteurs gingen met bewoners en hun naasten in gesprek.
In het onderzoek worden 10 thema's bevraagd: privacy, maaltijden, veiligheid, comfort, respect, een band voelen met wie hier werkt, zinvolle dagbesteding, persoonlijke relaties, keuzevrijheid en de reactie van medewerkers op vragen. Op de meeste thema's geven zowel bewoners als familieleden aan dat het woonzorgcentrum goed scoort.
“Ondanks grote verschillen tussen woonzorgcentra, kunnen we een aantal duidelijke trends vaststellen”, zegt Deneckere, directeur van het Vlaams Instituut voor Kwaliteit van Zorg (VIKZ) die het onderzoek coördineerde. “We zien gemiddeld positieve resultaten, in de bevraging bij bewoners én in de bevraging bij hun familieleden. 3 thema’s scoren zelfs zeer goed. Bij drie andere thema’s is er nog ruimte voor verbetering.”
9 op de 10 voelen zich veilig
Het hoogst scorende thema is privacy: 92% van de bewoners geeft aan meestal tot altijd tevreden te zijn over de privacy in het woonzorgcentrum. Dit thema meet bijvoorbeeld of bewoners alleen kunnen zijn wanneer ze dat willen.
Ook het thema veiligheid scoort hoog. 90% van de bewoners gaat meestal of altijd akkoord met een stelling zoals 'Ik heb het gevoel dat mijn spullen hier veilig zijn'.
Respect vult de top drie aan. 88% van de bewoners voelt zich meestal of altijd door medewerkers gerespecteerd.
Ook thema's zoals maaltijden, eigen keuzes maken, comfort en kwaliteit van zorg werden bevraagd. Die scoren gemiddeld tot hoog, met wel sterke verschillen tussen woonzorgcentra.
Band met het personeel kan beter
Een drietal thema’s scoren opvallend lager. Ze situeren zich allemaal in de relationele en sociale sfeer. Maar liefst 49% van de bewoners antwoordt met ‘zelden’ of ‘nooit’ op stellingen die peilen naar de persoonlijke band met andere bewoners, zoals 'Er is een bewoner die een goede vriend of vriendin van me is'.
Ook de band met de medewerkers kan beter. 40% van de bewoners geeft aan zelden of nooit een persoonlijke band met hen te hebben.
Wat betreft zinvolle tijdsbesteding in het woonzorgcentrum zien we dat 39% van de bewoners met ‘zelden’ of ‘nooit’ antwoordt op stellingen als 'Ik doe mee aan activiteiten die ik de moeite vind'. Dit thema scoort bovendien het laagst in de naastenbevraging – meestal ingevuld door (schoon)kinderen.
Magda De Meyer, voorzitter van de Vlaamse Ouderenraad, vindt dat de enquête aantoont dat de aanpak in woonzorgcentra moet veranderen: “We moeten weg van het puur medische, verzorgende model. We moeten veel meer aandacht hebben voor het aspect van wonen en leven. Want het gaat om hun huis: dat moet het uitgangspunt zijn.”
We moeten veel meer aandacht hebben voor het aspect wonen en leven, want het gaat om hun huis.
Magda De Meyer, Voorzitter Vlaamse Ouderenraad
Opvallend is dan weer dat deze 3 onderdelen als minder belangrijk worden aanzien door de bewoners. Terwijl andere thema's door meer dan 85% van de bewoners als belangrijk worden beschouwd.
De vereniging van de mutualiteiten (VICO) maakt zich zorgen over het gebrek aan aandacht hiervoor. Luc Van Gorp, voorzitter van VICO: "Er is te weinig verbinding en zingeving. Dat zijn geen zaken die je kan verwerven van de ene dag op de andere. Het is een relatie die elke dag opnieuw moet worden aangegaan. Zorg- en verpleegkundigen zetten zich daar vandaag ook keihard voor in, maar stoten op tijdsgebrek door de hoge werkdruk. Om aan die noden te beantwoorden, moeten er op de eerste plaats maatregelen genomen worden om het probleem van de werkdruk op te vangen. "
Nieuwsgierig naar de resultaten van een bepaald woonzorgcentrum? Je kan ze hier checken
Ondanks personeelskrapte is er toch heel wat mogelijk
Dat er te weinig aandacht is voor die zinvolle dagbesteding of die relaties, zou volgens het VICO dus te maken met de krappe personeelsbezetting in woonzorgcentra. De gemiddelde personeelsverhouding in een woonzorgcentrum is vandaag 60 voltijdse medewerkers per 100 bewoners, met andere woorden: per bewoner werken er 0,6 voltijdse medewerkers.
Magda De Meyer, voorzitter van de Ouderenraad, begrijpt die bezorgdheid, maar zegt dat er desondanks mogelijkheden zijn: "Het personeel dat er werkt doet hun stinkende best om in de moeilijke omstandigheden en met de weinig handen die er nu zijn toch de beste zorg te geven. Maar wat ze wel kunnen doen is inzetten op de participatiecultuur: het betrekken van de ouderen zelf."
"Er zijn heel wat woonzorgcentra die dat al doen: 1 op 8 woonzorgcentra past het "Tubbe-model" toe, dat uit Denemarken komt. Volgens dat model beslissen bewoners zelf hoe hun dag eruit zal zien: hoe laat ze opstaan, wat ze willen eten, of ze zich willen wassen en of ze bijvoorbeeld een hele nacht televisiereeksen willen 'bingewatchen'. Ze kiezen zelf hoe ze zich bezig houden, dat is het allerbelangrijkste."
De nieuwe generatie is niet tevreden met 'In de stille kempen' te zingen. Ze willen en kunnen meer.
Magda De Meyer, Voorzitter Vlaamse Ouderenraad
De Meyer wijst er ook op dat er een nieuwe generatie toekomt in de woonzorgcentra die veel mondiger is en nog langer actief deel wil uitmaken van de maatschappij. Om die mensen tevreden te houden is de manier waarop ze kunnen leven belangrijk: "Zet de mensen die het nog kunnen en willen in. Bekijk ze als een persoon. De nieuwe generatie is veel mondiger. Ze zijn niet tevreden met 'In de stille kempen' te zingen onder begeleiding van een accordeon. Ze willen en kunnen meer. Ze hebben die creativiteit en mogelijkheden, dus geef ze die.”
Grote verschillen tussen woonzorgcentra
Voor wie op zoek is naar een woonzorgcentrum, is deze enquête dus zeker interessant. Des te meer omdat er grote verschillen zijn op het vlak van tevredenheid.
Als we naar de geografische spreiding kijken dan zien we dat de provincies het allemaal ongeveer even goed doen, maar dat de Limburgse bewoners wel duidelijk hogere scores geven op het vlak van zinvolle tijdsbesteding, persoonlijke relatie, comfort en maaltijden. West-Vlaamse naasten of familieleden zijn dan weer tevredener dan de naasten in andere provincies.
Als we kijken naar de soorten woonzorgcentra (openbaar, non-profit of profit) dan merken we in de beoordeling van de bewoners amper verschil. Ook de grootte van een woonzorgcentrum maakt voor hen weinig uit. De naasten van de bewoners geven hogere scores aan kleinere woonzorgcentra en geven de voorkeur aan openbare en not-for-profit voorzieningen. Hier moet wel de kanttekening gemaakt worden dat er veel minder private woonzorgcentra meededen aan de bevraging.
Wat overal wel duidelijk is, is dat hoe meer zorg een bewoner nodig heeft, hoe minder tevreden ze zijn van hun woonplek. Op 7 van de 10 onderdelen geven deze mensen lagere scores dan de andere bewoners.
Speciale bevraagmethode voor bewoners met dementie
Een belangrijke nota bij de bevraging is dat de enquêteurs enkel de mensen hebben bevraagd die cognitief nog goed genoeg waren. Dit betekent dat meer dan de helft van de bewoners niet kon deelnemen.
In 30 woonzorgcentra is wel een observatiemethodiek getest die gericht is op de kwaliteit van leven bij bewoners die cognitief niet in staat zijn deel te nemen aan zo'n bevraging, bijvoorbeeld bij verregaande dementie.
Jurn Verschraegen, directeur van het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen: “Er werden 270 personen met dementie geobserveerd. Het gaat om een pilootproject waarvan de resultaten niet gedeeld worden, maar we koppelen ze aan het Referentiekader Dementie. Op die manier willen we ook de kwaliteit van leven, wonen en zorg voor bewoners met dementie verbeteren.”
Nulmeting voor toekomstig onderzoek?
Het is de eerste keer dat er zo'n grootschalige kwaliteitsbevraging plaatsvond én die resultaten ook publiek gemaakt worden.
De drie initiatiefnemers overleggen met minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) over de mogelijkheden om deze bevraging, die ze zelf zien als een nulmeting, te herhalen en duurzaam te maken. Op die manier willen ze in de toekomst nog meer woonzorgcentra engageren en willen ze het mogelijk maken om huidige deelnemers elke 3 jaar opnieuw te bevragen, om progressie te kunnen meten.
Gennez heeft alvast die intentie: "Ik ben zeer tevreden dat meer dan 90% van de bewoners van onze woonzorgcentra zich veilig, goed en gerespecteerd voelt. Dat bewijst nog maar eens hoe hard het personeel zich elke dag inzet. Daarnaast is het natuurlijk ook nuttig om te weten wat nog beter kan, zodat de woonzorgcentra én wij als beleidsmakers daarmee aan de slag kunnen gaan. Daarom hebben we besloten de bevraging ook in 2026 te ondersteunen. "
Woonzorgcentra die deelnamen kunnen aan de slag met de resultaten. En dat is volgens Magda De Meyer dan ook het doel van deze enquête: "De verschillen tonen dat er verbeteringsmogelijkheden zijn. We zien duidelijk wie het goed doet en wie het minder goed doet en hoe we kunnen leren van elkaar. En dat is de bedoeling."

