Wereldwijd vreest 1 op de 5 mensen niet het aantal kinderen te zullen krijgen dat zij of hij wil. Dat blijkt uit een VN-onderzoek. De oorzaak ligt bij structurele drempels als financiële onzekerheid, tijdsdruk en genderongelijkheid. De VN spreekt van een "crisis van keuze, niet van verlangen".
"Crisis van keuze, niet van verlangen": 1 op de 5 mensen wereldwijd denkt minder kinderen te zullen krijgen dan gewild
Volgens het rapport van UNFPA, het agentschap voor seksuele en reproductieve gezondheid van de VN, wil een meerderheid van de mensen wereldwijd 2 of meer kinderen. Maar 1 op de 5 zegt dat ze die kinderwens waarschijnlijk nooit zal kunnen vervullen. De redenen zijn universeel: de kosten van het ouderschap, de ongunstige huizenmarkt, onzekere werkomstandigheden en een tekort aan tijd.
In Zuid-Korea bijvoorbeeld, waar het geboortecijfer historisch laag is (0,8 kinderen per vrouw), noemt bijna 60 procent van de ondervraagden financiële druk als grootste obstakel. Ter vergelijking: in Zweden, waar ouders samen 480 dagen betaald ouderschapsverlof krijgen, is dat slechts 19 procent.
Demograaf Patrick Deboosere (VUB) wijst op een belangrijke nuance in het discours: "De Verenigde Naties spreken niet over een klassieke crisis. Ze keren zich juist tegen het paniekverhaal van bevolkingskrimp en pleiten voor het recht op reproductieve zelfbeschikking, zowel voor mensen die wel als niet kinderen willen."
Een onderzoek dat werd uitgevoerd door UNFPA. Het agentschap van de Verenigde Naties voor seksuele en reproductieve gezondheid.
UNFPA bevroeg meer dan 14.000 volwassenen in 14 landen over hun kinderwens en barrières daarbij. Deelnemers gaven aan of ze hun ideale aantal kinderen konden realiseren en welke factoren dat beïnvloedden.
De 14 landen waar onderzoek werd gevoerd waren Brazilië, Duitsland, Hongarije, India, Indonesië, Italië, Mexico, Marokko, Nigeria, Filipijnen, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Zweden en Thailand.
Gebrek aan keuzevrijheid
Het VN-rapport toont aan dat het mes langs 2 kanten snijdt. Enerzijds zijn er mensen die geen kinderen krijgen omdat ze het zich niet kunnen veroorloven. Anderzijds zijn er mensen die ongewild een kind krijgen, door gebrekkige toegang tot anticonceptie of sociale druk. Wereldwijd heeft 1 op de 3 ondervraagden ooit een ongeplande zwangerschap meegemaakt.
In landen als Nigeria of Marokko gaat het om de helft van de bevolking. In sommige contexten voelen vrouwen zich zelfs verplicht kinderen te krijgen tegen hun zin in. "We vergeten vaak dat ook dat deel van het verhaal bij een vruchtbaarheidscrisis hoort," aldus Deboosere. "Zowel te veel als te weinig kinderen kunnen het gevolg zijn van structurele ongelijkheid."
De VN pleit daarom niet voor meer kinderen, maar voor meer mogelijkheden. Een gezin kunnen plannen, op het juiste moment, zonder economische of sociale belemmeringen, dat is de kern van reproductieve rechten. Net dat is wat vandaag wereldwijd onder druk staat, volgens de VN.
Politieke paniekmaatregelen
In heel wat landen reageren overheden paniekerig op de dalende geboortecijfers. Sommige voeren babybonussen in of promoten traditionele gezinswaarden. Andere gaan nog verder: in de VS zien we beperkingen op abortus en seksuele voorlichting, vaak onder druk van conservatieve krachten.
UNFPA-directeur Natalia Kanem waarschuwt voor dat soort beleidskeuzes. Ze noemt de terugtrekking van de VS uit reproductieve gezondheidszorg "verwoestend", zeker voor kwetsbare regio’s zoals Afghanistan of Syrische vluchtelingenkampen. "Meer dan 330 miljoen dollar aan projecten werd van de ene op de andere dag geblokkeerd," zegt ze.
Ook Deboosere is kritisch: "Maatregelen die geboortecijfers willen opkrikken, werken meestal niet. Mensen laten zich niet dirigeren door overheidscampagnes. Wat wel helpt zijn stabiele sociale systemen en investeringen in opvang, gelijkheid en betaalbaar wonen."
Hij verwijst naar een land als Zweden, waar geboortecijfers relatief hoog blijven dankzij goed uitgebouwde kinderopvang en gelijke kansen voor vrouwen. "Als vrouwen niet moeten kiezen tussen hun carrière en een kind, stijgt het aantal geboortes vanzelf."
Mensen laten zich niet dirigeren door overheidscampagnes
Demograaf Patrick Deboosere
Tijdsdruk
Naast economische zorgen speelt ook tijdsdruk een grote rol. Veel mensen, zeker in steden, combineren lange werkuren met pendeltijd en gezinsleven. "Na een werkdag ben je gewoon op", zegt Namrata uit Mumbai, een van de respondenten in het VN-onderzoek. "We willen geen tweede kind omdat we ons eerste amper zien."
Deboosere herkent dat beeld. In België ziet hij jonge ouders hun kinderwens uitstellen bij gebrek aan opvang. "Dan wordt uitstel vaak afstel." Hij pleit voor een ambitieus beleid dat jonge gezinnen ademruimte geeft. "Zorg voor hogere minimumlonen en breid de kinderopvang uit. In ons land zijn er nog steeds tekorten, en veel vrouwen werken ondertussen voltijds. De opvangnormen moeten dringend mee evolueren."
Ook het vertrouwen in het sociaal systeem is cruciaal. "Als studenten zich nu al zorgen maken over hun pensioen, dan zegt dat iets over hoe we communiceren over de toekomst," merkt Deboosere op. "Wie bang is voor wat komt, denkt twee keer na voor hij een kind op de wereld zet."
We willen geen tweede kind omdat we ons eerste amper zien
Namrata Nangia, respondent VN-onderzoek
Toekomstperspectief
De VN verzet zich tegen geboortepolitiek, maar pleiten wel voor een beleid dat keuzes mogelijk maakt. De organisatie benadrukt dat reproductieve rechten ook gelden voor LGBTQIA+-personen, alleenstaanden en vrouwen die geen kinderen willen.
Het rapport waarschuwt voor stigmatisering en voor het romantiseren van ouderschap als maatschappelijke plicht. "We moeten mensen niet overtuigen om meer kinderen te krijgen," zegt UNFPA-directeur Kanem. "We moeten luisteren naar wat ze nodig hebben om die keuze zelf te maken."
Daar voegt Deboosere aan toe: "Er is geen perfecte bevolkingscurve. Er is wel nood aan een stabiel sociaal en maatschappelijk systeem dat mensen een veilige toekomst garandeert."

