Het aandeel van leerlingen in een STEM-richting in het Vlaamse secundair onderwijs is vorig schooljaar opnieuw kleiner geworden. Dat blijkt uit de nieuwe STEM-monitor van het departement Onderwijs en Vorming.
Het gaat om een aandeel van 36,44 procent in schooljaar 2023-2024. Het jaar ervoor was dat nog 37,5 procent, wat ook een daling was ten opzichte van schooljaar 2021-2022. Toen was er nog sprake van 37,95 procent. Dat schooljaar was de 'nulmeting' gezien de uitrol van de modernisering van het secundair onderwijs. De percentages hebben betrekking op het percentage leerlingen in de 2e en 3e graad voltijds secundair in een STEM-richting.
"Na een groeiperiode van STEM in het secundair onderwijs blijft de sterke daling aanhouden", luidt het in de monitor.
Voor het huidige schooljaar 2024-2025 is er een tussentijds streefcijfer van 39 procent van de leerlingen secundair die een richting georiënteerd op pakweg wiskunde, wetenschappen en techniek volgen. Het streefcijfer voor 2030-2031 ligt zelfs op 40,25 procent.
"Dringend actie nodig"
Het 'STEM'-aandeel was vorig schooljaar het grootst in het aso met 45,6 procent. In het bso was dat 33,9 procent en in het tso 31,1 procent. Ten opzichte van zowel de nulmeting als het voorafgaande schooljaar is er een stijging in het aandeel in aso, terwijl er een daling is in tso en bso, klinkt het.
De cijfers tonen voor de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka aan dat "dringend actie nodig is" om de trend om te buigen omdat de vraag naar STEM-profielen zeer hoog is op de arbeidsmarkt. "Onze ondernemingen hebben STEM-profielen nodig om te kunnen blijven innoveren en excelleren", dixit gedelegeerd bestuurder Hans Maertens. Het tussentijds streefcijfer lijkt voor Voka veraf.

