In 2023 waren er opnieuw meer kinderen die in verontrustende situaties opgroeien. Dat blijkt uit cijfers van het agentschap Opgroeien die VRT NWS en De Morgen konden inkijken. De consulenten bij de jeugdrechtbank zitten met de handen in het haar door het gebrek aan plaatsen en oplossingen binnen de jeugdhulp. Ondertussen blijft het wachten op een plan van aanpak van minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit).
Meer meldingen van verontrustende thuissituaties, maar plaatstekort blijft aanhouden
Een melding van verontrusting kan er via verschillende wegen en bij verschillende instanties en hulplijnen komen. Er is geen algemeen cijfer, maar overal is het aantal meldingen in 2023 toegenomen ten opzichte van het 2022.
Het agentschap Opgroeien, dat het rapport nu publiceert, verzamelde de cijfers van de hulplijn 1712 en de 6 Vertrouwenscentra Kindermishandeling (VK) -waaronder ook cijfers op basis van de chat nupraatikerover.be (NPIE)-, de Centra voor LeerlingenBegeleiding (CLB’s) en CLBch@t, Kind & Gezin, de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s), de Ondersteuningscentra jeugdzorg (OCJ’s), de Sociale Diensten van de Jeugdrechtbank (SDJ’s) en de Vlaamse jeugdparketten.
We spreken van verontrusting wanneer:
de ontwikkelingskansen van een minderjarige zijn bedreigd (bijvoorbeeld: de jongere gaat heel weinig naar school)
de (psychische, fysieke of seksuele) integriteit van de minderjarige is aangetast (bijvoorbeeld: een kind wordt geslagen of misbruikt).
Als je je zorgen maakt over de situatie van een kind of jongere, dan meld je dit best aan een dienst of organisatie in de buurt. Dat kan bijvoorbeeld aan politie, school, huisarts, CLB, CAW, organisaties jeugdhulp, regioverpleegkundigen Kind en Gezin (Opgroeien).
Overal meer meldingen
Bij alle bovengenoemde instanties zit het aantal meldingen in de lift. Bij de hulplijn 1712 gaat het in 2023 over 9.424 meldingen. Dat aantal is met 74 procent gestegen in 5 jaar tijd. Belangrijk is wel om te vermelden dat de cijfers bij 1712 gaan over zowel minderjarigen als meerderjarigen.
Ook bij het CLB en Kind en Gezin komen er meer en meer meldingen binnen. In de CLBch@t wordt vooral melding gemaakt van 4 problematieken: gezinsconflicten, zelfmoordgedachten, misbruik/mishandeling en zelfverwonding. Het zijn dan de jongeren zelf die de problemen aankaarten.
Niels Heselmans van het Agentschap Opgroeien verklaart de stijging in het aantal meldingen door de extra alertheid die er is in de maatschappij. "Er zijn natuurlijk ook steeds meer meldpunten die ook bekender worden. Dat helpt om jongeren zelf te laten vertellen dat het niet goed gaat met hen of met hun gezin, maar dat kan er ook voor zorgen dat andere mensen uit de omgeving de hulp kunnen opstarten."
Er zijn meer meldpunten die bekender worden. Dat helpt om jongeren zelf te laten vertellen dat het niet goed gaat
Niels Heselmans, Agentschap Opgroeien
Bij de Vertrouwenscentra Kindermishandeling komen de meeste meldingen niet van kinderen zelf, maar van hulpverleners die zich zorgen maken over kinderen en jongeren. De meeste meldingen van verontrusting gaan hier over emotioneel geweld en verwaarlozing, gevolgd door meldingen van (vermoedelijk) seksueel misbruik. Het aantal burgermeldingen neemt hier af, omdat meer mensen de weg vinden naar nupraatikerover.be
Bij de CAW's (Centrum Algemeen Welzijnswerk) gaan meer dan 86 procent van de meldingen (818 meldingen) over kindermishandeling. Dat aantal stijgt al jaren.
Bijna 38.000 meldingen bij de jeugdparketten
Van alle meldingen zijn er uiteindelijk 37.817 kinderen aangemeld bij de Nederlandstalige jeugdparketten in Vlaanderen en Brussel. Het gaat hier over alle minderjarigen waarover het parket verontrustende informatie ontvangt.
De meeste worden geteld via een proces-verbaal dat door de politie wordt opgesteld en waarin de jongere vernoemd wordt. Het gaat dan over verwaarlozing, mishandeling, misbruik, intrafamiliaal geweld, weglopers of spijbelaars. Dat is 7,3 procent meer dan in 2022. Meer dan de helft van de kinderen (60 procent) is jonger dan 12 jaar.
Wanneer er een melding wordt gemaakt bij een jeugdparket, wordt er hulp gezocht voor het kind of de jongere in kwestie. In eerste instantie wordt er nagegaan of de ouders en kinderen willen meewerken.
Als dat niet het geval is of als er te weinig verbetering merkbaar is na vrijwillige hulpverlening, kan er een traject gestart worden via een gemandateerde voorziening zoals de Ondersteuningscentra Jeugdzorg of de Vertrouwenscentra Kindermishandeling. Er wordt dan gesproken over een traject van "maatschappelijke noodzaak". Dat aantal is bij de Ondersteuningcentra Jeugdzorg tussen 2022 en 2023 gestegen met 10 procent.
Pas in laatste instantie wordt er overgegaan tot gedwongen hulpverlening via de jeugdrechtbank.
Voor het merendeel van de kinderen en jongeren blijft het bij vrijwillige hulpverlening. "Het is goed om te zien dat we veel gezinnen toch nog via die vrijwillige hulpverlening in beweging krijgen om te kijken hoe ze het anders kunnen aanpakken", zegt Niels Heselmans van het agentschap Opgroeien. "Of we kijken hoe kinderen en jongeren ook tijdelijk even een rustpauze kunnen pakken van die verontrustende situatie. Daar wordt dus gelukkig al veel opgevangen voor er naar de jeugdrechtbank gegaan wordt."
Groeiend aantal jongeren onder toezicht van jeugdrechter
Van de bijna 38.000 meldingen bij de jeugdparketten, worden er in 2023 zo'n 3.840 doorverwezen naar de jeugdrechtbank. Het gaat over zo'n 10 nieuwe dossiers van verontrusting per week. Dat aantal is gedaald met 6,7 procent t.o.v. 2022.
Die daling is wel relatief, want het totale aantal kinderen en jongeren onder toezicht van een jeugdrechter stijgt jaar na jaar. Omdat de verontrustende situaties complexer zijn, blijven kinderen ook langer onder het toezicht van de jeugdrechter. Dat aantal stijgt dus. In 2023 ging het over bijna 18.000 jongeren en kinderen.
Wanneer een kind of jongere onder de jeugdrechter wordt geplaatst, gaat die op zoek naar een oplossing. Het gaat hier over gedwongen hulpverlening. Het kan dan gaan over het strikt opstellen en volgen van een veiligheidsplan of verplichte begeleiding aan huis.
Wanneer er niets anders mogelijk is, bekijkt de jeugdrechter of een uithuisplaatsing nodig is. Eerst wordt gezocht naar een plek binnen het eigen netwerk van het kind. Als dat niet lukt, worden ze uiteindelijk in een pleeggezin of jeugdhulpvoorziening geplaatst.
Wanneer de uithuisplaatsing dringend is, vanwege de veiligheid van het kind, gaat het Crisismeldpunt -18 op zoek naar extra ondersteuning. Wanneer zij niet meteen een oplossing vinden, gaan ook consulenten zoeken naar mogelijke oplossingen. In Antwerpen gebeurt dat vanuit de permanentiedienst op de jeugdrechtbank.
Al meer dan 30 jaar hetzelfde verhaal: plaatstekort
VRT NWS kon een dag meevolgen in de jeugdrechtbank in Antwerpen. De hele dag zijn de consulenten er in de weer om hulp te zoeken voor kinderen en jongeren in een verontrustende thuissituatie. Soms kunnen consulenten zelf ondersteunen of kan thuisbegeleiding een antwoord bieden. Maar er zijn ook minderjarigen die niet naar huis kunnen en geen vaste plek hebben binnen de langdurige jeugdhulp.
In 2023 werd voor 1.904 kinderen onder toezicht van de jeugdrechtbank een plek gevonden in een jeugdhulpvoorziening of bij een pleeggezin, omdat ze niet meer thuis kunnen wonen. Het gaat om gemiddeld zo’n 5 kinderen en jongeren per dag.
Het is elke dag weer een helse zoektocht naar plaats, zegt Yaël Dubois, consulente. "Het is een mijnenveld. Elke dag ontploffen er duizend mijnen langs je. En dat ene mijntje, dat je kan ontmijnen... daarvoor doe je het voor, dat is waarvoor je hier zit."
Ik kan niet zoals een normale jongere naar school gaan of met vrienden afspreken doordat ik telkens van plek naar plek moet verhuizen
Janne*
Dat weet ook Janne. Ze is 15 jaar en meldt zich deze week al elke ochtend bij de jeugdrechtbank op zoek naar een plek om te slapen. Naar huis gaan is geen optie en er is geen plaats in een voorziening waar ze langer zou kunnen blijven. "Ik heb soms het gevoel dat mijn leven stilstaat. Ik kan niet zoals een normale jongere naar school gaan of met vrienden afspreken, doordat ik telkens van plek naar plek moet verhuizen."
Yaël probeert Janne zo goed mogelijk te helpen, maar botst daar op een chronisch gebrek aan plaats. "Wij als hulpverlening kunnen haar geen bed, bad, brood bieden. We slagen er zelfs niet in dat te geven. Die voelt zich ongelooflijk afgewezen door de wereld. Ze voelt zich niet gezien, het recht op bestaan wordt haar ontnomen op haar 15 jaar. Dat is heel schrijnend."
Iedereen binnen de hulpverlening staat onder zo een zware druk: het staat op breken.
Yaël Dubois, Consulente Jeugdrechtbank Antwerpen
De situatie in de jeugdrechtbank is helaas niet nieuw. Jeugdrechters en hulpverleners binnen de sector trekken al tientallen jaren aan de alarmbel, zegt Yäel Dubois. "Deze situatie is niet nieuw voor ons. Het is niet iets van de laatste 3 maanden. Het is al jaren zo. Het wordt ook alleen maar zwaarder en ernstiger: de profielen en problemen van de kinderen worden veel zwaarder. Iedereen binnen de hulpverlening staat onder zo een zware druk: het staat op breken."
Janne* blijft hopen op een oplossing: "Ik ben er al aan gewoon geworden dat ik naar hier kom en dat er altijd maar korte oplossingen zijn: 1 week crisisopvang, 1 week naar een crisisgezin, 1 week naar een instelling. Ik verlang naar een permanente oplossing. Dat zou veilig voelen, houvast bieden, waardoor ik ook mijn verleden beter zou kunnen verwerken."
Minister van Welzijn, Caroline Gennez (Vooruit), werkt aan een plan voor de jeugdhulp. Dat zou er nog voor de zomer moeten zijn.

