Kankercellen kunnen zich vermommen voor ons immuunsysteem, waardoor ze onopgemerkt blijven. Dat vertelt onderzoeker Yanti De Visser, na het nieuws over de uitgezaaide longkanker bij zanger Freek Rikkerink (32). "De ziekte is zodanig sluw, leert continu bij en weet te ontsnappen."
Schijnbaar kerngezond en toch doodziek: waarom we kanker vaak veel te laat opmerken
Vorig weekend gaven ze nog alles op het podium van de Ziggo Dome, dinsdag kwam het nieuws dat Freek van het Nederlandse duo Suzan en Freek ongeneeslijk ziek is. Hoe komt het dat ons lichaam ons niet waarschuwt als er een dodelijke ziekte in ons lijf groeit?
Je zou kunnen denken dat het een evolutionaire fout in ons systeem is dat we kanker vaak pas laat voelen, maar volgens doctoraatsonderzoeker Translationeel Cel- en Weefselonderzoek Yanti De Visser (KU Leuven) maken kankercellen net gebruik van hoe we geëvolueerd zijn.
"Evolutionair gezien wil ons lichaam ons vooral beschermen tegen bedreigingen van buitenaf. Zeker vroeger waren dat bij uitstek de dingen waar we nog iets aan konden doen. We voelen het heel goed als we met onze hand aan een veel te hete pan komen, of in contact komen met een scherp voorwerp. Dan hebben we meteen een beschermende reflex", vertelt ze.
"Aan de binnenkant van ons lichaam is die perceptie van pijn minder belangrijk, omdat we daar destijds toch geen oplossing voor hadden. We voelen minder duidelijk, en ook minder precies gelokaliseerd. Denk maar aan rugpijn of buikpijn."
Beluister - Yanti De Visser in 'Zijn er nog vragen?'
Sluwe cellen in vermomming
Ook ons immuunsysteem is nog erg gefocust op dreiging van buiten ons lichaam. "Daarom reageert het wel snel op bacteriën en virussen, maar minder snel op kankercellen. Dat is immers lichaamseigen weefsel. Bovendien zijn kankercellen ook nog eens heel sluw en kunnen ze zich zelfs vermommen voor ons immuunsysteem", weet De Visser.
Die vermomming mag je vrij letterlijk nemen. Kankercellen hebben bepaalde uiterlijke kenmerken, maar als ze merken dat die hen verraden, kunnen ze die ook weer doen verdwijnen. Ze kunnen zich dus voordoen als gezonde cellen.
De Visser: "Als de kankercellen doorkrijgen dat het immuunsysteem of een bepaalde therapie hen aanvalt op basis van bepaalde uiterlijke kenmerken, gaan de cellen daaruit leren en hun uiterlijke kenmerken verwijderen. Dan werkt de therapie plots niet meer, of is ons immuunsysteem helemaal in de war."
Mensen hebben vaker last van de gevolgen van de tumor, meer dan van de tumor zelf
Een bijkomende moeilijkheid is dat tumoren zelf amper zenuwen bevatten. Daardoor geeft kanker in een vroeg stadium doorgaans geen pijn. Die komt er pas wanneer de tumor groeit en begint te drukken, of wanneer de tumor uitzaait en daardoor andere weefsels of organen aantast. Mensen hebben dan vooral last van de gevolgen van de tumor op het lichaam, meer dan van de tumor zelf.
Naald in een hooiberg
Als pijn of andere symptomen uitblijven, wat kan dan wel een manier zijn om kanker tijdig op te sporen? "Tumormarkers opsporen in het bloed kan in sommige gevallen helpen. Voor prostaatkanker bijvoorbeeld, is het kijken naar de PSA-waarde een heel goeie manier. Tegenwoordig is er ook onderzoek naar zogenoemde 'circulating tumor cells'. Dat zijn enkele cellen die zich van je tumor afscheuren en in de bloedbaan terechtkomen."
Maar ook daar is het zoeken naar een naald in een hooiberg. "Het gaat om 1 tumorcel per 100 miljoen bloedcellen. Dat is sowieso al niet makkelijk om te vinden, en daar komt dan ook nog eens bij dat je bij een screening zelfs niet weet waar je precies naar op zoek bent. Zoek je een longkankercel of een borstkankercel? Dat is een ander verhaal."
Op de vraag of de evolutie hier een antwoord op zal bieden, antwoordt De Visser negatief. "Ik vrees dat we ons lichaam niet gaan kunnen leren om kanker in een vroeg stadium te herkennen en af te vechten. De ziekte is zodanig sluw, leert continu bij en weet te ontsnappen."
Lichtpuntje
Maar, om toch met een positieve noot te eindigen, het gaat vaker goed dan fout. "Ons lichaam maakt continu cellen aan om het verlies van cellen te compenseren. Soms gebeuren daar foutjes. Die foutjes noemen we mutaties, en die kunnen aanleiding geven tot kanker. Vergeet niet: we spreken over 10.000 mutaties per cel per dag. En toch zijn we nog steeds geen wandelende zak kanker."
"Ons lichaam beschermt ons dus wel degelijk. Het verbetert foutjes in ons DNA en probeert cellen die door de mazen van het net glippen, te vernietigen."
Bovendien hebben we zelf een en ander in de hand. "Externe factoren kunnen ervoor zorgen dat er veel meer mutaties plaatsvinden, en dus je kans op kanker aanzienlijk verhogen. Primaire preventie is dus heel belangrijk. Rook niet, sport veel, eet minder rood vlees en suiker, drink minder alcohol en smeer zonnecrème. En voor de mensen met een baarmoeder: een HPV-vaccin tegen baarmoederhalskanker helpt ook enorm", besluit De Visser.

