Grasland dat kronkelend of meanderend gemaaid wordt, kan tot een derde meer bestuivers tellen. Dat blijkt uit een 6 jaar lopend onderzoek van de UGent op verschillende plaatsen in Vlaanderen. Voorwaarde is dat een deel van het grasland ongemoeid en ongemaaid blijft. De techniek zou ook in tuinen kunnen werken. Er komt een vervolgstudie in heel Noord-Europa.
UGent-onderzoek pleit voor kronkelend maaien: "Leidt tot opvallend meer bestuivers"
"Al sinds de jaren 90 gebruiken boeren en landbeheerders gefaseerde maaitechnieken om de biodiversiteit op te drijven", stelt entomoloog Laurian Parmentier (UGent). Ze gebruiken daarbij grote rechte maaistroken, afgewisseld met kleinere stroken ongemaaid grasland. "In die stukken kunnen grassoorten en andere planten bloeien. Ze vormen voedsel voor insecten. Ze zijn belangrijk voor de bestuiving van gewassen."
Parmentier kreeg zo'n 10 jaar geleden te horen dat er in Lokeren, in natuurgebied 'De Venne', een beheerder was die al experimenteerde met het zogenaamde sinusbeheer, het kronkelend maaien. De biodiversiteit leek er hoger te liggen dan op plaatsen waar er in blokken gemaaid werd. Er kwam ook toen al een eerste onderzoek, waar deze studie op verder borduurt.
"Ook toepasbaar in natuurreservaten, parken én tuinen"
Parmentier bekeek het idee eerst verder met natuurbeheerder Jurgen Couckuyt. Later koos hij 6 locaties verspreid over Vlaanderen. Er werd 5 tot 6 jaar na elkaar kronkelend gemaaid. "Al na een 2-tal jaar bleken er meer bestuivers te zijn. Aan het eind van het onderzoek ging het om 25 tot 35 procent meer."
Kronkelend maaien leidt onder meer tot ongelijke afstanden tussen de gemaaide en ongemaaide stukken. Zo kunnen insecten makkelijker de oversteek maken. Er is verder onderzoek nodig om de andere oorzaken in kaart te brengen. Er komt al een vervolgstudie in heel Noord-Europa.
Het onderzoek kan volgens Parmentier ook buiten de landbouw gebruikt worden om de biodiversiteit op te voeren. "We vermoeden een soortgelijk effect in natuurreservaten, parken en zelfs tuinen. Iedereen kan met het kronkelend maaien bijdragen aan de verbeterde biodiversiteit." Verschillende ecologische tuinaanleggers gebruiken de techniek al.
Daarbij is het erg belangrijk dat er niet telkens dezelfde stroken gemaaid worden. "Mensen mogen daar best wel creatief mee zijn. Insecten houden van verschillende lengtes van graslanden. Sommige soorten zoeken net de kortere zones op - zoals de vlindersoort dikkopjes - andere soorten hebben meer baat bij langer gras. Als je maait, mag je dus zeker altijd een andere kronkel nemen."
MaaiMeiNiet of MaaiMeiWel?
De bevindingen van de UGent liggen in de lijn van wat de HOGENT eerder aantoonde. De hogeschool voerde een grootschalig burgeronderzoek uit over het project 'MaaiMeiNiet', waarbij mensen een maand lang het gras in de tuin niet afreden. Dat bleek niet zaligmakend om de biodiversiteit op te voeren.
"In Vlaanderen moet je af en toe verschralen om een betere biodiversiteit te creëren. Je moet dus wel af en toe maaien, maar je wil de insecten zo weinig mogelijk verstoren. Het kronkelend maaien biedt een oplossing. Zeker omdat je ook zo hoogte en structuur aanbrengt, daar houden insecten van."
Het onderzoek werd uitgevoerd door de faculteit Bio-igenieurswetenschappen van de UGent, de resultaten zijn gepubliceerd in het vaktijdschrift 'Agriculture, Ecosystems & Environment'.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen

