Groenland is prachtig, maar weerbarstig. Het zit vol grondstoffen, maar het is lang geen walk in the park om die effectief te ontginnen. Dat leert een reportagereis van VRT NWS. Donald Trump wil Groenland hebben? Good luck with that. Groenland krijg je niet cadeau.
Groenland krijg je niet cadeau: 6 conclusies na een bezoek aan het eiland dat Donald Trump wil
Alle Groenlandkenners hadden ons vooraf gewaarschuwd en aangeraden om niet te veel plekken op te zoeken in één reis. Daarvoor is Groenland te groot en het weer te onberekenbaar. We hebben moeten ervaren dat ze gelijk hadden. Groenland is, nuchter beschouwd, een enorme wildernis met hier en daar een miniem vlekje bewoning en ontwikkeling. Bij alle opgelaaide aandacht voor het geopolitieke belang van het land wordt dat simpele geografische feit meestal vergeten.
1. Een land zonder wegen is een archipel
Hoewel we met onze televisieploeg alles samen al zo'n 80 landen bezocht hebben, kan niemand van ons zich herinneren ooit in een land te zijn neergestreken waar tussen de verschillende steden of dorpen niet zoiets lag als een weg. Meer of minder berijdbaar, lang of kort, veilig of gevaarlijk - een weg geeft je de optie om over land van de ene woonkern naar de andere te reizen. Een weg verbindt die plekken en hangt ze aan elkaar. Dat is zo vanzelfsprekend dat je het simpele bestaan van wegen niet meer in vraag stelt.
Een land zonder wegen is daarom, in het huidige tijdsgewricht en voor de westerse wereld, iets heel aparts. In de hoofdstad Nuuk kan je naar twee kanten van de stad een weg volgen en plompweg zien doodlopen - een bruuske grens tussen natuur en cultuur, tussen bewoning en wildernis. Wil je een andere stad bereiken, kan je enkel reizen met de boot (door fjorden en over de zee langs de kust), met het vliegtuig (kleine Canadese Dash-8-toestellen) of per helikopter.
De hondenslee wordt enkel nog 's winters ingezet door lokale jagers of als recreatieve en toeristische activiteit. Ook de sneeuwmobiel - de modernere versie van de slee - helpt Groenlanders bij verplaatsingen in een ondergesneeuwd landschap, maar biedt enkel soelaas voor de kortere afstand. Dus voor de langere trips kom je toch weer bij boot of vliegtuig uit.
Dat alles relativeert de omvang van Groenland. De landmassa mag dan al drie keer zo groot zijn als de staat Texas, de bewoonde delen samen bestrijken niet eens de oppervlakte van de provincie Antwerpen. Bovendien geeft dit alle woonkernen een bijzondere dimensie van isolatie: een eilandgevoel op het land.
Zo bekeken is Groenland een archipel, een keten van eilandjes. Bewoners reizen niet zomaar naar een andere stad met de boot of het vliegtuig, want dat is duur en kan vele uren varen vergen. En dan is het nog afwachten of je kan vertrekken.
2. Extreem weer maakt planning uitzonderlijk moeilijk
We hebben het zelf in één week tijd twee keer moeten ondervinden. Eerst was het een boottrip die werd geannuleerd omdat de vooruitzichten voor varen op zee te riskant waren. Die boten zijn doorgaans geen grote schepen, maar kleine motorboten met zitplaatsen voor 12 tot hooguit 60 passagiers. Nietige stipjes op de uitgestrekte zee naast de machtige rotsige kust.
Schippers nemen daar liever geen risico's mee, en terecht. We hoorden verhalen over bootjes van bewoners die waren uitgevaren en nooit meer zijn teruggezien. Reken daarbij nog het ijs dat in de strengste wintermaanden fjorden onbevaarbaar maakt en de ijsbergen die de scheepvaart kunnen bemoeilijken.
Daarna was het een vlucht die niet kon doorgaan. Het vliegtuig was weliswaar naar onze luchthaven in Sisimiut gevlogen, maar kon door de stevige wind niet veilig landen. Zoiets is vaste prik in Groenland, mensen zijn daaraan gewend geraakt. Zelfs op de gloednieuwe internationale luchthaven van Nuuk, pas sinds vorig jaar operationeel, rijgen de annulaties zich aan elkaar. Vliegtuigen kunnen geregeld niet vertrekken wegens ijs, sneeuw of wind, en zelfs aanvliegende toestellen moeten af en toe rechtsomkeer maken naar Kopenhagen of IJsland.
Voor buitenlanders - of het nu toeristen, zakenlui of investeerders zijn - is dat soort onvoorspelbaarheid een stevige uitdaging. Just-in-time als logistiek en economisch concept is hier een hoog gegrepen ideaal. Het zou bovendien te simpel zijn om te denken dat de klimaatverandering het weer milder en meer voorspelbaar zal maken. Er zijn aanwijzingen dat het weer juist nog onstuimiger zal worden.
3. De Groenlandse grondstoffen krijg je niet cadeau
Die factoren van geografie-zonder-wegen en wispelturig weer doen je ook het enthousiasme relativeren over Groenland als schatkamer van 's werelds meest begeerde grondstoffen. Het is waar dat in de kustzones waardevolle reserves zijn ontdekt van goud, koper, ijzer en zink.
Belangrijker is de aanwezigheid van kritieke grondstoffen als beryllium, zirconium of grafiet. En dan heb je nog vindplaatsen van zogenoemd zeldzame aardmetalen als ytterbium, neodymium of terbium. Nu dat hele gamma aan mineralen en metalen een toepassing vindt in de groene energietechnologie, de ruimtevaart of de defensie-industrie, lijkt Groenland wel het nieuwe Eldorado.
Theoretisch tenminste. Want die grondstoffenvoorraden liggen meestal ver weg van de bewoonde steden. Omdat er geen wegen zijn, moet je alle machines, vrachtwagens, generators, brandstof, wooncontainers en andere infrastructuur grotendeels per schip ter plaatse krijgen. Zelfs voor de exploratiefase, waarin alleen maar proefboringen gebeuren, vereist dat een haast avontuurlijke expeditie.
Mijnmaatschappijen die daarna daadwerkelijk met commerciële ontginning willen beginnen, zullen zelf kades en wegen moeten aanleggen en een vorm van energievoorziening. Daarna moeten ze de gedolven materialen nog kunnen wegsluizen per schip, áls de weersomstandigheden dat toelaten.
Groenland heeft de voorbije decennia tientallen licenties verleend aan buitenlandse mijnmaatschappijen. Toch zijn momenteel maar twee mijnen echt operationeel, een goudmijn en een mijn waar anorthosiet wordt ontgonnen. Dat zegt genoeg: tussen droom en daad staat in de Groenlandse mijnbouwrealiteit een toren aan praktische, geografische en weerkundige bezwaren.
4. Groenland ligt maar half in het westen
Groenland behoort geografisch en geologisch (qua geologische geschiedenis) tot Noord-Amerika. Maar als onderdeel van Denemarken is Groenland het meest westelijke deel van Europa: de westkust reikt westelijker dan bijvoorbeeld het Franse eiland Martinique of het Nederlandse Curaçao.
Die Deens-Europese binding tekent de materiële cultuur en organisatie van het land. De kleurrijke met hout beslagen huizen lijken op hun Scandinavische landelijke tegenhangers. De tweede taal van de bewoners is Deens, aangeleerd (als tweede taal) op school. En er is een sociaal vangnet naar Deense snit.
Toch wordt dat beeld doorkruist en zelfs gelogenstraft door de mensen die je tegenkomt. Bijna 90 procent van de bewoners zijn Inuit: mensen van de inheemse bevolkingsgroep met duidelijk verschillende fysionomische kentrekken. Hun eigen (en officiële) taal is Kalaallisut of West-Groenlands. Die taal staat mijlenver af van de Indo-Europese talen, ook al omdat ze met ellenlange en moeilijk leesbare woorden werkt.
De Inuit lijken (tenminste tegenover bezoekers) tamelijk afstandelijk en gesloten. Ook al oefenen de meesten uiteraard moderne beroepen uit, traditionele bezigheden als jagen en vissen, met sleehonden of bootjes, vormen voor heel wat families nog een aanvullend potje aan voedsel en inkomsten.
Dat alles geeft je onwillekeurig het gevoel dat je in een kolonie bent beland – wat Groenland strikt genomen ook nog altijd is. Je kan je afvragen of Groenland, áls het onafhankelijk zou zijn, zich nog zo eenduidig in het westerse kamp zou blijven nestelen. Misschien zou het een derde weg zoeken tussen de grootmachten, zoals Chili, Brazilië of Zuid-Afrika dat proberen, of hernieuwde inspiratie zoeken in de inheemse tradities en cultuur – zoals je dat bijvoorbeeld in Bolivië al zag.
Hoe dan ook staat het niet in steen gebeiteld dat Groenland westers moet zijn. Alleen zijn er zo weinig Groenlanders (amper 57.000) dat buitenlandse bondgenoten onontbeerlijk zijn.
5. Groenland kan het niet alleen
We zagen geen enkele boom op Groenland. Het land is een enorme ijskap met daarrond een kustzone van rots en sneeuw, begroeid met mossen, lage grassoorten of heide. Door het barre klimaat en de rotsige bodem kan er weinig of niets groeien (tenzij in hoog verwarmde serres), dus groenten, fruit en aardappelen worden voornamelijk ingevoerd. Dat geldt eveneens voor het hout voor de huizen, de verf waarmee die in vrolijke kleurtjes worden geschilderd, de auto’s en fietsen, toestellen en machines en zowat alles wat je kan bedenken.
Wat Groenland lokaal produceert (en in beperkte mate exporteert) is vis en vlees – van muskusos, rendier, schaap of walvis. En hier en daar, zoals vermeld, wat mineralen uit de ondergrond. Met zo'n bescheiden economie sta je niet op eigen benen.
Ook al is Denemarken niet altijd graag gezien, de Denen betalen jaarlijks voor zo’n half miljard euro aan toelagen voor Groenland - goed voor de helft van het overheidsbudget. Als de Denen daarmee zouden kappen, of als Groenland zich los zou scheuren, zou het land snel in de problemen geraken.
De nieuwe Groenlandse coalitieregering onder leiding van de jonge centrumpremier Jens Nielsen beseft dat heel goed en tempert de ambities voor onafhankelijkheid. Eerst moet sprake zijn van economische zelfredzaamheid, pas daarna kan Groenland politiek zelfstandig worden.
Wat het “aanbod” van de VS betreft om de Groenlandse belangen beter te behartigen dan de Denen, daarover hoorden we bij de Groenlanders enkel schamper afwijzende reacties. De manier waarop de Amerikanen de Inuit in Alaska of de native Americans hebben behandeld, wekt allerminst vertrouwen.
6. Het gaat om de ligging, niet om wat er ligt
Beseffen de Amerikanen wel hoe weerbarstig Groenland is? Natuurlijk zouden ze militair best in staat zijn om in een mum van tijd alle bewoonde kernen in te nemen en te bezetten. Maar waarvoor? Als Amerikaanse mijnmaatschappijen er mineralen uit de grond willen halen, kunnen ze dat nu al even goed. Alleen kost het jaren aan voorbereiding, gedurfde logistieke investeringen en veel geduld vooraleer de eerste dollars aan inkomsten zullen binnenstromen.
De rijke Groenlandse ondergrond kan nooit de echte rationele reden zijn voor de Amerikaanse plannenmakers om Groenland te kopen of in te pikken. De zorg om Chinese of Russische invloed in het noordpoolgebied klinkt al veel overtuigender.
Met de opwarming van de aarde zouden de zeeën ten noorden en westen van Groenland meer bevaarbaar kunnen worden, en zelfs een kortere zomerroute over de Arctische oceaan kunnen openen voor commerciële én militaire scheepvaart vanuit het oosten van Rusland en China. Bovendien ligt het land strategisch onder de baan van ballistische raketten die China of Rusland richting VS kunnen lanceren.
Het is de ligging van Groenland die Washington het meest interesseert, niet wát er ligt. Om aan de zorg over vijandige invloed tegemoet te komen, kunnen nu al probleemloos afspraken worden gemaakt met NAVO-partner Denemarken.
Als president Trump Groenland echt wil hebben, kan daar uiteindelijk maar één echte reden voor zijn. Die is even gigantisch als futiel. Met Groenland erbij zou hij de oppervlakte van de VS uitbreiden met meer dan 2 miljoen vierkante kilometer of bijna 23 procent - een enorme expansie van het grondgebied. Ongeacht wat hij verder ook goed doet of verknoeit, het zou hem een plaats opleveren in de geschiedenisboeken.
De ijdelheid van de president is ons intussen vertrouwd, en ook dat hij niet vies is van cadeaus. Maar Groenland krijgt hij niet cadeau, zelfs niet als hij het met dwang of geweld zou inpikken.
Op 21 juni, de nationale feestdag van Groenland, zendt Canvas een langere VRTNWS Doc uit over Groenland en zijn grondstoffen.




