Het lijkt een simpele formule: de prijs van je stroom op een groothandelsbeurs, vermenigvuldigd met een bepaald percentage en gevolgd door een getal. Ze staat in bijna alle energiecontracten. Alleen het percentage en het toegevoegde getal verschillen. Elke leverancier mag ze invullen zoals hij wil. En dat maakt een wereld van verschil. Want die formule bepaalt of je geld krijgt voor de stroom die je verkoopt, of je niets krijgt of zelfs nog moet betalen voor de stroom die je verkoopt.
Dit is de formule die je doet betalen als je zonnestroom verkoopt (en zo vind je ze in je contract)
Wanneer je leverancier stroom aan jou verkoopt, wil hij daarvoor zoveel mogelijk geld krijgen. Hij zal dan zijn groothandelsprijs vermenigvuldigen met een percentage dat boven de 100 procent ligt en er een getal bij optellen. Dat is zijn bruto-winstmarge.
Stel dat de stroomprijs op de groothandelsmarkt op 10 cent per kWh staat. Je leverancier wil je 110 procent van die prijs aanrekenen en telt er nog 3 cent bij op. De formule wordt dan: (10 c/kWh x 110 procent) + 3 (de haakjes zijn strikt genomen zelfs niet nodig, maar zetten we er bij voor de duidelijkheid). Als we alles uitrekenen, betaal je 11 c/kWh + 3 = 14 cent. De bruto winstmarge van je leverancier is 40 procent.
Hoe je betaald wordt wanneer je zonnestroom veel waard is
Wanneer je leverancier stroom van jou koopt die je hebt opgewekt via zonne-energie, zal hij meestal niet de volle 100 procent van de marktwaarde willen betalen. Het percentage wordt dan kleiner dan 100 procent en het op te tellen getal wordt niet positief, maar negatief. Je leverancier telt er geen getal bij op, maar trekt er 1 van af.
Stel dat de overschotten van je zonnestroom op de groothandelsbeurs 10 cent per kWh waard zijn. De leverancier beslist je 85 procent van de marktwaarde te bieden en daar nog eens 3 cent af te trekken. De formule op je terugleveringscontract wordt dan: (prijs groothandelsbeurs x 85 procent) - 3.
Dat wordt dus (10 cent x 85 procent) - 3 = 5,5 cent. Je leverancier heeft dan 5,5 cent betaald voor je zonnestroom die in feite 10 cent waard is. Brutowinst: 45 procent.
De leveranciers doen daarmee wat elke handelaar doet: winst maken door zo duur mogelijk te verkopen en zo goedkoop mogelijk aan te kopen. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat op bijna alle variabele en dynamische terugleveringscontracten die fameuze formules staan met percentages allemaal kleiner dan 100 én getallen die worden afgetrokken in plaats van op te tellen.
De leveranciers tonen zich daarin zeer creatief: ze goochelen voortdurend met het percentage en het af te trekken getal. Maar dat getal dat wordt afgetrokken heeft zo zijn gevolgen.
Hoe je dreigt te betalen wanneer je zonnestroom wat minder waard is
We nemen opnieuw onze formule, maar deze keer zijn de overschotten aan zonnestroom op de beurs nog 1 cent waard. In de formule wordt dat (1 x 85 procent) - 3 = 0,85 - 3 = -2,15. Je moet je leverancier dus 2,15 cent betalen voor stroom waarvoor je eigenlijk 1 cent zou kunnen krijgen.
De formule met het negatieve getal zit in maar liefst 75 van de 76 dynamische en variabele terugleveringscontracten ingebakken. Overigens: de fictieve leverancier die we hierboven als voorbeeld gaven, is nog de slechtste niet. Want in werkelijkheid zijn er 2 terugleveringscontracten waar het resultaat nog slechter uitvalt.
Hieronder vind je de lijst met 75 onderzochte dynamische en variabele contracten (enkelvoudige teller), met de bedragen tot waar de leverancier je vraagt bij te betalen. Onder dat bedrag krijg je niets voor je verkochte zonne-energie, maar betaal je bij. Boven dat bedrag begin je iets te krijgen voor je zonnestroom. De bedragen zijn uitgedrukt in groothandelsprijzen (€/MWh). Als je dat wil omzetten naar cent per kWh (c/kWh), volstaat het het bedrag te delen door tien. 25 €/MWh is dus 2,5 c/kWh.
Uit de lijst kan je opmaken dat er maar één leverancier is die in één van zijn terugleveringscontracten je altijd iets betaalt wanneer de prijs van de stroom boven 0 staat: Engie. Maar Engie heeft 5 contracten, waarbij eentje waar je tot bijna 30 euro niets krijgt en zelfs moet bijbetalen.
Dat betekent overigens niet dat het ene Engie-contract het beste uit de markt is. Uit de V-test blijkt dat er meerdere voordeliger terugleveringscontracten zijn, omdat bijvoorbeeld de abonnementsprijs lager uitvalt, of er kortingen worden aangeboden.
Uit de vergelijking blijkt dat je in zowat de helft van de contracten moet bijbetalen tot de stroomprijs boven de 20 €/MWh (of 2 c/kWh) staat. Bij sommige contracten van Mega, Engie en Octa+ ligt het "omslagpunt" zelfs boven de 30 euro of 3 cent.
Ook prijsbreker EnergyVision scoort slecht, net als een paar contracten van Trevion en Aspiravi.
Hoe je die formule terugvindt in je contract
Nu nog de formule vinden én ze begrijpen, want de leveranciers stellen die wel héél creatief en soms ook gewoon ronduit fout voor in hun terugleveringscontracten. Dit hebben we onder meer teruggevonden in de 76 contracten die we hebben onderzocht.
Onze basisformule is dus: (beursprijs x 85 procent) – 3
Op de contracten staat dat zo: 0,085 * beursprijs – 3,00 (in c/kWh) of 0,85 x beursprijs -30 EUR/MWh of beursprijs * 0,85 – 30 €/MWh of -0,3000 + (0,085 x beursprijs) (c/kWh) of nog (0,85 x beursprijs-3,0 ) c/kWh. En ook: -0,3000 + (0,0850 x beursprijs) of (beursprijs x 0,85) + €-30/MWh.
Bijna niet te begrijpen, maar voor wie flink kan rekenen zal er wel iets zijn opgevallen: soms staan de komma's gewoon verkeerd en gaan de berekeningen met een factor tien naar omhoog of naar omlaag. Dat komt meer omdat de leveranciers de cijfers in c/kWh en €/MWh uitdrukken en die soms gewoon door elkaar halen. Heel verwarrend en heel ondoorzichtig.
Zelfs de leveranciers lopen verloren in hun eigen formules. Ze schrijven dat ze je amper 8,5% van de marktprijs willen geven, terwijl ze eigenlijk 85% bedoelen.
Ze stellen hun winstmarges zo zelfs tien keer hoger voor dan ze zijn. Wat de verwarring nog groter maakt.

