“Ik heb dit huis zelf gebouwen”, zegt een Kempenaar terwijl hij fier zijn voordeur opent. Grammaticaal klopt deze zin niet, want het voltooid deelwoord van ‘bouwen’ is ‘gebouwd’. “Alles begint bij het feit dat we door de jaren heen onze taal zelf versimpelen”, vertelt Chris De Wulf, dialectoloog (UA).
Elke woensdag gaat Peter Van de Veire in ‘Goeiemorgen morgen!’ (Radio2) samen met dialectoloog Chris De Wulf (UA) op zoek naar de eigenheid van onze taal. Meer weten? Vorige keer vertelde hij waar de namen van onze gebakjes vandaan komen.
Kempenaars zijn niet de enigen die ‘gebouwen’ zeggen wanneer ze ‘gebouwd’ bedoelen. Ook in andere delen van de provincie Antwerpen en in Oost-Vlaanderen duikt die vorm op.
Om te begrijpen hoe deze grammaticale fout in onze taal terechtkomt, moeten we terug naar de schoolbanken. Naar de les Nederlands over de sterke en zwakke werkwoorden. Zwakke werkwoorden zijn werkwoorden die niet van klinker veranderen bij het vervoegen in de verleden tijd en het voltooid deelwoord.
Denk hierbij aan ‘werken’ en ‘spelen’. Je plakt er –‘te’ of –‘de’ achter in de verleden tijd en een –‘t’ of–‘d’ in het voltooid deelwoord. ‘Werken’ wordt dan ‘werkte’ en ‘gewerkt’. En ‘spelen’ wordt dan ‘speelde’ en ‘gespeeld’.
Bij sterke werkwoorden is de vervoeging moeilijker. De klinker van de stam verandert in de verleden tijd. ‘Zwemmen’ wordt dan ‘zwom’. Bovendien eindigt het voltooid deelwoord bij sterke werkwoorden op –‘en’. Zo krijg je de vormen ‘zwemmen’, ‘zwommen’ en ‘gezwommen.’ Sterke werkwoorden noemen we ook onregelmatige werkwoorden.
Er zijn niet zo veel onregelmatige werkwoorden. Maar net die gebruiken we wel vaak. Je moet dus de vervoeging uit je hoofd leren. Doorheen de jaren komt dat wel grotendeels goed, maar tijdens het leerproces maken beginners veel fouten. Kinderen, maar ook anderstaligen zeggen dan dingen zoals ‘hij zwemde’ of ‘zij geefde’.
Die fouten zorgen ervoor dat onze taal doorheen de jaren vanzelf eenvoudiger wordt. Sommige sterke werkwoorden worden doorheen de jaren zwak. Soms is die verandering zo succesvol dat het in de meeste dialecten en uiteindelijk ook de standaardtaal gebeurt. Dat is het geval bij 'gebouwen'. De Kempen is dus een van de regio's waar het werkwoord wel nog historisch juist wordt vervoegd.

