In Parijs loopt een tentoonstelling over de affaire-Dreyfus, een verhaal van verraad, machinaties, politiek opportunisme, afrekeningen en antisemitisme. In de expo 'Alfred Dreyfus, Vérité et justice' (Alfred Dreyfus, waarheid en gerechtigheid) wordt de ophefmakende spionagezaak opnieuw belicht. En zelfs een eeuw later blijft de zaak brandend actueel.
"J’accuse": waarom deze historische woorden ruim 125 jaar later nog steeds brandend actueel zijn
“Als je mijn verhaal vertelt”, zo staat in grote letters bij het binnenkomen van het mahJ (musée d’art et d’histoire du Judaïsme-Parijs), “lijkt het erg onwaarschijnlijk.” Het is een citaat van Alfred Dreyfus, de man wiens naam synoniem is voor een inderdaad onwaarschijnlijk verhaal dat zich afspeelt eind 19e eeuw.
In september 1894 is een poetsvrouw aan het werk op de Duitse ambassade in Parijs. Haar taak is niet alleen de boel netjes te houden, ze is vooral op zoek naar stof die haar andere broodheren interesseert. Want de poetsvrouw is een spionne voor de Franse militaire inlichtingendienst. De vuiligheid veegt ze onder de mat en in haar ijver haalt ze een brief uit de prullenmand.
De brief die ze doorspeelt, is een borderel, een brief (zie afbeelding) met geheime militaire informatie. Dat die informatie bij de Duitsers terechtkomt, betekent dat iemand verraad pleegde.
Veel erger kan een nachtmerrie voor het militaire apparaat niet zijn. De jacht op de mol wordt geopend. Voor de toenmalige minister van Oorlog, generaal Mercier, is het niet alleen een principekwestie, ook zijn politiek overleven hangt ervan af. Er moet en er zal een schuldige gevonden worden.
© Christophe Fouin
Ordinaire verrader
Vrij snel richt men de blik op Alfred Dreyfus, een jonge beloftevolle man die opgroeit in een Joods gezin en zijn talent ten dienste wil stellen van het land. Om die reden kiest hij voor een carrière in het Franse leger. Die verloopt erg veelbelovend, tot het onderzoek, vooral geleid door antisemitische vooroordelen, hem aanwijst als verdachte.
Van de ene dag op de andere wordt de talentrijke Dreyfus gezien als een ordinaire verrader. Ook al bewijst een grafologisch onderzoek dat de brief niet door hem geschreven is: in de beeldvorming is Dreyfus schuldig. En die beeldvorming zal alsmaar meer versterkt worden.
© mahJ, don de Gilbert Schil – photo Niels Forg
Dreyfus schreeuwt zijn onschuld uit. Maar gehoord wordt hij niet. Integendeel, de bewijzen tegen hem stapelen zich op. Of juister gezegd, worden tegen hem opgestapeld. Men construeert een dossier tegen hem om te bewijzen wat men bewezen wil hebben: zijn schuld.
Een geheim proces, voor een militaire rechtbank, gevoerd achter gesloten deuren, zonder dat de bewijzen getoond worden, bevestigt dat oordeel.
© mahJ/Christophe Fouin
Alfred Dreyfus wordt veroordeeld tot de maximumstraf en zal levenslang verbannen worden naar een eiland. Opgezweept door een partijdige pers ziet een massa volk hoe men hem op het plein van een kazerne ostentatief zijn militaire insignes afneemt.
Van een eerlijk proces is geen sprake geweest. De ideale schuldige die Dreyfus is, wordt publiekelijk gedegradeerd. Het volk smult van de vertoning en voelt zich bevestigd in zijn vooroordelen.
Anti-Joodse tijdsgeest
Het effect van een Jood die niet te vertrouwen is, wordt zo maximaal geëxploiteerd. De dag na deze erg bedenkelijke ceremonie zullen politici wetsvoorstellen indienen om Joodse burgers het recht te ontzeggen bij de overheid te werken.
Anderen gaan nog een stap verder en stellen voor om Joodse burgers het Franse burgerschap te ontzeggen. De tijdsgeest is anti-Joods en Alfred Dreyfus, inmiddels uitgegroeid tot de affaire-Dreyfus, is daar duidelijk een slachtoffer van. Alle redelijkheid is zoek. Elementaire principes van de rechtsstaat zoals het vermoeden van onschuld worden overboord gegooid.
De raison d’état, het staatsbelang, primeert op de waarheid. Later zullen anderen zeggen dat het in zo’n tijdsgeest onmogelijk was voor een Joods burger om een eerlijk proces te krijgen. Propaganda met erg beledigende spotprenten hitst de gemoederen op. De Franse samenleving is in de ban van het populisme.
© mahJ/Christophe Fouin
Verbannen naar Duivelseiland
Op 21 februari 1895 wordt Dreyfus verscheept naar Duivelseiland (zie afbeelding hierboven), een helse zeetocht van 63 dagen. Het is het gevangeniseiland voor de kust van Frans-Guyana, in Latijns-Amerika, waar later ook Papillon (bekend van de gelijknamige film) zal vastgehouden worden. Dreyfus verblijft er in totale isolatie in een cel van 16m². “Ik heb momenten gehad van wilde waanzin, maar mijn geweten is blijven waken”, zo schrijft hij. Om zijn knetterende geest enigszins onder controle te houden, houdt hij een dagboek bij.
Ik ben klaar om te sterven. Het is hier vreselijk
Alfred Dreyfus
“Ik ben klaar om te sterven,” zo schrijft hij in een brief aan zijn broer. “Het is hier vreselijk.” Toch is er iets dat hem ervan weerhoudt een einde aan zijn leven te maken. “Als ik niets doe om mijn naam te zuiveren, zal het slechts stil zijn rond mijn graf. Dat wil ik niet.” Alfred Dreyfus is een man van eer. Hij schrijft: “Ik zal vechten voor mijn eer en die van mijn familie tot mijn laatste druppel bloed.”
Op het thuisfront doet zijn broer Mathieu dat ook. Hij slaagt erin de ware identiteit van de verrader te onthullen: commandant Esterhazy. Maar de staf van het leger neemt Esterhazy in bescherming. Na opnieuw een schijnproces wordt Esterhazy vrijgesproken.
Emile Zola mengt zich in debat
De zaak blijft de Franse samenleving erg beroeren en ook wel polariseren. Eigenlijk is de samenleving opgesplitst in een minderheid ‘dreyfusards’ (die geloven in zijn onschuld) versus een meerderheid ‘antidreyfusards’. Die laatsten worden aangevoerd door de generale staf van het leger, die schrik heeft haar eigen machinatie te moeten toegeven, en een politieke klasse die uit zuiver opportunisme een deel van haar kiezers niet wil tegenspreken.
Maar het debat wordt pas echt opnieuw gelanceerd door een tekst van de bekende schrijver Emile Zola. In het dagblad L’Aurore publiceert hij een vlammend betoog waarin hij oproept Dreyfus een nieuw proces te geven, deze keer zoals het hoort: met woord en wederwoord, voor een burgerlijke rechtbank met gewone magistraten en vooral met open deuren.
© mahJ/Christophe Fouin © Adagp, Paris, 2025
'J’accuse' is de titel van zijn tekst die uitgroeit tot een artikel met eeuwigheidswaarde. Zola wijst op de schuld van Esterhazy en de onschuld van Dreyfus. Het is een open brief aan de president van Frankrijk. De impact van zijn actie is nauwelijks te overschatten.
Op een paar uren worden er 300.000 exemplaren van de krant verkocht. En hij haalt zijn slag thuis: het onderzoek Dreyfus wordt heropend. “De waarheid is onderweg en niets houdt haar tegen”, zo schrijft Zola.
Manipulatie door legerleiding
Men stelt vast dat er inderdaad gemanipuleerd werd bij het verzamelen van het zogezegde bewijs tegen Dreyfus. De man die dit getuigt, luitenant-kolonel Henry, zegt het te hebben gedaan om zijn militaire oversten te beschermen. Hij bekoopt zijn getuigenis met de dood. De man wordt vermoord.
Er volgt een nieuw proces Dreyfus, deze keer in Rennes. Dreyfus wordt overgebracht van zijn gevangenis op Duivelseiland naar het Franse vasteland. Door de polarisering in de samenleving en de te verwachten rellen, is de stad uitgebouwd tot versterkte burcht. De sfeer in de rechtszaal is om te snijden. De advocaat van Dreyfus, Fernand Labori, is slachtoffer van een aanslag.
Het nieuwe proces wordt opnieuw gemanipuleerd door de legerleiding. Getuigen worden gedwongen te zeggen wat de legerleiding graag wil horen. Het nieuwe proces wordt een maat voor niets. Dreyfus wordt opnieuw veroordeeld: 10 jaar gevangenis.
Presidentiële gratie en vrijspraak
Maar deze keer heeft de president het laatste woord. Hij geeft presidentiële gratie en Alfred Dreyfus krijgt amnestie. Dreyfus, man van eer, is niet tevreden. “Ik heb dan misschien wel mijn vrijheid terug,” zo zegt hij, “maar die is me niets waard zo lang ik geen eerherstel krijg. Ik blijf verder strijden om deze gerechtelijke dwaling recht te zetten. Ik wil dat het hele land door een duidelijke uitspraak van een rechtbank weet dat ik onschuldig ben.”
Hij krijgt wat hij vraagt. Het Hof van Cassatie verbreekt de uitspraak van de rechtbank van Rennes. Dreyfus wordt ondubbelzinnig vrijgesproken van de feiten waarvoor hij ten onrechte veroordeeld werd.
© mahJ/Christophe Fouin
Dreyfus wordt opnieuw in het leger opgenomen (zie afbeelding hierboven) met de graad van commandant én hij krijgt een medaille van het Légion d’honneur. Maar het is vooral de waarheid die finaal zegeviert. ‘Un crime judiciaire’, een gerechtelijk misdrijf, is rechtgezet.
Waarom deze tentoonstelling actueel is
De organisatoren van de tentoonstelling in Parijs wijzen op de actuele betekenis van dit historisch proces. Voor hen ligt die in het verlengde van de waarden van de Franse Republiek.
Iedereen die al eens naar een gemeentehuis in Frankrijk keek, weet dat daar de woorden liberté (vrijheid), égalité (gelijkheid) en fraternité (broederlijkheid) op staan. Zij voegen daaraan toe: burgerschap, waarheid, gerechtigheid en neutraliteit, met andere woorden, een strikte scheiding tussen kerk en staat.
Kortom, zo is hun stelling, de dreyfusards belichamen de waarden van de Franse revolutie uit 1789. Die waarden zien ze vandaag bedreigd, zo staat te lezen in de catalogus.
Zelfs ruim 125 jaar later is het proces Dreyfus voer voor controverse in Frankrijk. De Franse radicaal-rechtse presidentskandidaat Eric Zemmour trok in 2022 de juridische waarheid nog steeds in twijfel. “Het is een troebele affaire”, zo zei hij. “We zullen het nooit weten.” De tentoonstelling biedt nochtans voldoende stof om het eigenlijk wel te weten. Op een erg boeiende manier wordt de zaak Dreyfus getoond aan de hand van tal van historische documenten en voorwerpen.
Praktische info: De tentoonstelling 'Alfred Dreyfus: verité et justice is te zien in het Musée d’art et d’histoire du judaïsme in Parijs tot 31 augustus 2025.
Omstreden Polanski-verfilming
De zaak-Dreyfus is in 2019 ook verfilmd door Roman Polanski. De film won de juryprijs op het filmfestival van Venetië, maar Polanski kreeg ook kritiek op zijn themakeuze. Hij wordt zelf in de Verenigde Staten gezocht wegens seksueel misbruik van minderjarigen. In Brussel werd van 3 bioscopen de gevel beklad, omdat ze Polanski's film 'J'accuse' vertoonden.

