De bouw van 2 nieuwe kerncentrales in Nederland zal naar schatting 20 tot 30 miljard euro kosten, veel meer dan de regering daar nu voor beschikbaar heeft. Dat meldt klimaat- en energieminister Sophie Hermans. Het is voor het eerst dat het kabinet een kostenraming geeft.
Twee nieuwe kerncentrales in Nederland kosten naar schatting 20 tot 30 miljard euro
De schatting komt voort uit een onderzoek naar de haalbaarheid van de ontwerpen die mogelijke leveranciers van nucleaire technologie hebben ingediend. Er zijn nog 2 bedrijven in de race, het Franse EDF en het Amerikaanse Westinghouse. Nadat een ontwerp is gekozen, kan een nauwkeurigere inschatting worden gemaakt van de kosten.
Gezien de hoge bouwkosten ligt het volgens Hermans voor de hand dat de nieuwe kerncentrales in eerste instantie met publiek geld worden gefinancierd. De overheid kan nu eenmaal goedkoper geld lenen dan bedrijven. Als de kerncentrales eenmaal draaien, kan mogelijk een deel van de aandelen worden verkocht.
Het kabinet heeft in totaal 14,5 miljard euro uit het Klimaatfonds gereserveerd voor de bouw van niet 2 maar 4 nieuwe kerncentrales. Van dat geld moeten ook de al lopende voorbereidingen worden betaald en daarnaast de kosten voor het langer openhouden van de bestaande kerncentrale in Borssele.
Hermans erkende eerder al dat het gereserveerde geld waarschijnlijk niet voldoende zou zijn om alle benodigde investeringen te kunnen doen. De regering komt na de zomer met een plan voor de verdere financiering.
Dicht bij de Belgische grens?
De Nederlanders kijken nog naar 4 mogelijke gebieden waar de eerste 2 kerncentrales kunnen worden neergezet. 2 ervan, de Zeeuwse plaatsen Borssele en Terneuzen, zijn vlak bij de Belgische grens. Daarnaast gaat het nog om het Eemshavengebied in Groningen en de Tweede Maasvlakte. Wanneer meerdere locaties geschikt blijken, gaat de voorkeur uit naar Zeeland.
Hermans verwacht nu dat de eerste nieuwe kerncentrales op zijn vroegst eind jaren 30 in gebruik kunnen worden genomen. Oorspronkelijk werd gemikt op 2035, maar de minister gaf in februari al toe dat dit gezien de tijdrovende procedures niet langer haalbaar is.

