Woorden doen ertoe in de politiek, want met woorden wordt altijd een werkelijkheid benoemd. De naam die politici aan de werkelijkheid geven, zegt veel over hoe politici in het leven, en in de politiek, staan. Zeker wanneer er zware woorden vallen, dan moeten politici er zich van bewust zijn dat hun woorden gevolgen kunnen hebben.
Woorden doen ertoe in de politiek
1. "Uitschot" en "ongedierte"
Het was de minister van Binnenlandse Zaken, Bernard Quintin, die in Le Soir meegaf dat hij moeite had met de uitspraken van sommige Brusselse politici. In De Afspraak op Vrijdag herhaalde hij zijn opmerking. "Er stoorde me zondag, na de incidenten in Brussel, iets heel erg", zegt Quintin in de Franstalige krant. "In een aantal tweets werd taal gebruikt waarvan ik vind dat politici die niet moeten gebruiken. Ik vind dat politici ook een verantwoordelijkheid hebben in wat ze zeggen."
Wanneer de journalist om verduidelijking vraagt, noemt Quintin 2 woorden: 'vermine' en 'racaille'. De 2 woorden, 'ongedierte' en 'uitschot', zijn terug te vinden in tweets van 2 PS’ers uit Brussel, de voorzitter van de Brusselse PS, Ahmed Laaouej, en PS-Kamerlid Ridouane Chahid uit Evere.
"Horden uitschotsupporters van FC Brugge zijn gekomen om de Brusselaars in elkaar te slaan en aan te vallen. Hier in Molenbeek. Andere video's en ooggetuigenverslagen tonen verwondingen en minstens 1 persoon die niet meer reageert. Wat doet de politie in Vlaanderen om te voorkomen dat deze mensen thuis en onderweg schade aanrichten?", schrijft Laaouej.
'Uitschot' is in de eerste plaats een zware term, maar ook de redenering van de Brusselse PS'er is opvallend. Er bestaat dus, volgens de Laaouej, een 'Vlaamse politie', die verzuimd heeft haar werk te doen. Wat er niet staat, maar wat er wel gesuggereerd wordt, is dat de Brusselse politie wel haar werk zou hebben gedaan, maar nu verrast is geworden door het verzuim van 'de politie in Vlaanderen'.
Chahid heeft het wel over de 'Brugse politie', dat is de correcte redenering, maar spreekt ongegeneerd over 'ongedierte'. "Het ongedierte dat Bxl is komen bezoedelen moet gestraft worden! Waarom heeft de Brugse politie niet het nodige gedaan om te verhinderen dat dit tuig zich verplaatste? Ik roep de minister van Binnenlandse Zaken op om een intern onderzoek in te stellen!"
De wandaden van de Brugse supporters in de straten van Molenbeek zijn op geen enkele manier goed te praten, vooral niet omdat er een duidelijke racistische inslag is. Maar door zelf te spreken van 'ongedierte' is het de pot die de ketel verwijt. Want ongedierte moet bestreden worden, in het verleden werd de term ook gebruikt om bepaalde bevolkingsgroepen te benoemen. Het ergste van dit taalgebruik is het voorbeeld dat politici (niet) stellen. Hoe kun je van jongeren verwachten dat ze kalm blijven wanneer politici oproepen om 'ongedierte' te straffen?
Bovendien verduidelijkt dit taalgebruik voor een stuk de politieke houding van de PS-kopstukken in Brussel. Het is niet voor niets dat Ahmed Laaouej beweert dat de N-VA een "racistische" partij is. Die gesel (het racisme gedemonstreerd door Brugse voetbalsupporters) wil de PS uit Brussel weghouden, zelfs al moet dat gebeuren met een taalgebruik dat zelf op het randje van het welvoeglijke balanceert.
2. Woorden doen ertoe, bis
In dezelfde gedachte had Quintin ook moeite met de uitspraak van premier Bart De Wever. Die noemde Brussels procureur Julien Moinil in Villa Politica onomwonden "een PS-benoeming", terwijl die net bekendstaat als de man die werk heeft gemaakt van dossiers met juist PS’ers in de hoofdrol, zoals de zaak-Samusocial en de mogelijke corruptie bij het OCMW van Anderlecht.
De Wever voegde er nog aan toe: "Als die parketmagistraat vanaf nu alleen nog politieke corruptie wil onderzoeken, dan heeft hij voor de rest van z'n leven werk. Bij de PS zullen ze blij zijn dat ze hem benoemd hebben."
Quintin tikt de premier voorzichtig op de vingers in Le Soir. "Ik denk dat je een verantwoordelijkheid hebt als minister of ambtenaar. Je moet voorzichtig zijn met wat je zegt. (…) Laten we zeggen dat ik niet denk dat het per se nuttig was om dat te zeggen."
Het gaat Quintin dus niet alleen om de woorden van de politieke tegenstanders bij de PS, ook de eerste minister wijst hij op zijn verantwoordelijkheid.
3. Nog geen witte rook in Brussel
In Brussel is er, 337 dagen na de verkiezingen, nog altijd geen regering. Er wordt op dit moment niet eens onderhandeld. De situatie is helemaal uitzichtloos. Zowel aan Franstalige kant als aan Nederlandstalige kant is er theoretisch een meerderheid, maar de PS weigert in één regering te stappen met de N-VA. Die partij maakt nochtans deel uit van de Vlaamse meerderheid, grotendeels omdat de Vlaamse liberalen van de Open VLD haar absoluut aan boord willen houden.
Bernard Quintin, federaal minister maar een Brusselaar, bekritiseerde nog maar eens de houding van de PS in Brussel. "Je kan houden van de N-VA of niet, maar zeggen dat het een racistische partij is, is onaanvaardbaar."
Zijn partijgenoot en kandidaat minister-president David Leisterh feliciteert het Vaticaan omdat het erin geslaagd is "een regering" te vormen op 48 uren tijd.
Die kwadratuur van de cirkel maakt dat er op dit moment, zelfs na 337 dagen, geen uitzicht is op een Brusselse regering.
Over een maand vieren we de eerste verjaardag van de verkiezingen van 9 juni 2024, met een regering in lopende zaken, nog altijd onder leiding van minister-president Rudi Vervoort (PS), die dapper op weg is het record te breken van de langstdurende regering in lopende zaken.
Bovendien wenkt het faillissement aan de einder. Bij RTL zei eerste minister De Wever dat in dat geval de federale regering zich "zal gedragen als het Internationaal Monetair Fonds wanneer het landen met grote schulden moet helpen".
Onder curatele, heet dat dan.


