Een ruimtevaartuig van de toenmalige Sovjet-Unie is op weg om neer te storten op de aarde. De Kosmos 482 is in 1972 gelanceerd naar de planeet Venus, maar heeft zijn bestemming nooit gehaald. Volgens berekeningen stort het ruimtetuig vanochtend ongecontroleerd neer. Het is nog onvoorspelbaar waar dat precies zal zijn. Maar het kan ook op België zijn.
Sovjetruimteschip uit 1972 stort straks ongecontroleerd neer op aarde (en niemand weet waar precies)
Volgens de laatste berekeningen van het Europese ruimtevaartagentschap ESA (van vrijdagmiddag) zal de Kosmos 482 op zaterdag 10 mei om 8.26 uur Belgische tijd ergens op de aarde neerstorten. Al kan het ook 4 uur vroeger of later zijn.
Het is voorlopig ook nog niet duidelijk waar het ruimtetuig precies zal neerstorten. Volgens de berekeningen strekt het gebied zich uit van 52 graden ten noorden van de evenaar tot 52 graden ten zuiden van de evenaar. Kortom: pakweg alles wat tussen Amsterdam en het meest zuidelijke punt van Argentinië en Chili ligt. België inclusief.
"Het is onmogelijk om precies te voorspellen waar en wanneer een stuk ruimtepuin neerkomt", zegt onderzoeker Stijn Lemmens van het Space Debris Office van ESA.
"Het ruimtetuig bevond zich donderdagavond nog op zo'n 300 kilometer hoogte. Naarmate de terugkeer dichterbij komt, zullen de voorspellingen wel preciezer worden. Maar er blijft altijd een grote onnauwkeurigheid op de berekeningen."
De mislukte vlucht van Kosmos 482
De Kosmos 482 is op 31 maart 1972 gelanceerd met een Russische Sojoez-raket, op de ruimtebasis Bajkonoer in Kazachstan. Het ruimtetuig moest naar Venus vliegen om er zelfs te landen op de planeet.
Maar niet lang na de lancering ging het mis en brak het ruimtetuig in stukken. 2 ervan stortten 48 uur later neer ten zuiden van Nieuw-Zeeland. De lander zelf kwam in een elliptische baan om de aarde terecht, met op het verste punt een hoogte van 8.000 kilometer.
Heel geleidelijk (omdat er op die hoogte weinig weerstand is) is de lander gezakt om na 53 jaar in de ruimte neer te storten op de aarde.
Moeten we ons zorgen maken?
De Kosmos 482 is (vermoedelijk) een halve ton zwaar en ongeveer 1 meter groot. Hij vliegt momenteel nog met een snelheid van 28.000 kilometer per uur rond de aarde.
Toch moeten we ons volgens experten geen zorgen maken. "70 procent van het aardoppervlak is bedekt met water, dus als er al iets overblijft van het ruimtetuig dan is de kans het grootste dat het in zee zal neervallen", zegt Lemmens.
Volgens ESA is het risico dat er een stuk ruimteschroot op je hoofd valt, kleiner dan 1 op de 100 miljard. Dat betekent dat je 65.000 keer meer kans hebt om neergebliksemd te worden.
"Er storten elke week grote stukken ruimtepuin neer op de aarde en bijna dagelijks kleinere stukken. Toch zijn er in de laatste 70 jaar maar een 80-tal brokstukken op land teruggevonden, waarvan we zeker zijn dat ze afkomstig zijn van ruimtepuin. En die hebben lang niet allemaal schade veroorzaakt."
Al zijn er toch recente voorbeelden. In 2022 bijvoorbeeld kwam een brokstuk van een Dragon-capsule van het ruimtebedrijf SpaceX in een wei van een boerderij in Australië terecht. En vorig jaar startte een Amerikaans gezin een rechtszaak tegen de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA, nadat hun huis in Florida was geraakt door een metalen onderdeel.
Schild van titanium
Meestal branden satellieten en andere stukken ruimteafval grotendeels op tijdens hun terugkeer in de atmosfeer. Of vallen ze uit elkaar in kleinere stukken. Maar dat zal zaterdag misschien wel anders zijn.
Kosmos 482 is ontworpen om te landen op Venus, de heetste planeet van ons zonnestelsel. Het is er gemiddeld 460 graden warm en er zijn dikke wolken van zwavelzuur. De atmosferische druk is 100 keer hoger dan de luchtdruk op aarde.
De kans is dus reëel dat de Kosmos 482, die een schild uit titanium heeft, de terugkeer door onze dampkring zal overleven en in 1 geheel zal neerstorten. Maar zeker weten we dat dus niet.
Wel zeker is dat ruimteafval een steeds groter probleem wordt. Volgens het ESA is het aantal stukken ruimteafval vorig jaar met 8 procent gegroeid en er zijn nu naar schatting 1,2 miljoen stukjes afval van minstens 1 cm groot.
"Satellieten die in een lage baan om de aarde draaien, worden tegenwoordig zo ontworpen dat ze bij hun terugkeer grotendeels opbranden in de dampkring en dat er aan het einde van hun leven nog voldoende brandstof is om ze gecontroleerd in zee te laten vallen", zegt Lemmens. "Want het is wel duidelijk dat we dringend iets moeten doen aan het probleem van ruimteafval."


