19.435 nieuwkomers in Vlaanderen zijn vorig jaar begonnen met een cursus maatschappelijke oriëntatie over de waarden en normen in ons land. Dat blijkt uit de jaarverslagen van de agentschappen voor integratie en inburgering. De lessen maatschappelijke oriëntatie maken deel uit van het inburgeringstraject in Vlaanderen, dat een groot deel nieuwkomers van buiten de Europese Unie verplicht moet volgen.
Bijna 20.000 nieuwkomers in Vlaanderen volgden vorig jaar cursus die hen wegwijs maakt in onze samenleving
Vorig jaar kwamen zo'n 53.000 nieuwkomers ouder dan 18 in Vlaanderen wonen. De meeste nieuwkomers die van buiten de Europese Unie komen, zijn na hun aankomst verplicht om een inburgeringstraject te volgen. Denk aan gezinsherenigers of erkende vluchtelingen. Mensen van binnen de Europese Unie en arbeidsmigranten kunnen vrijwillig een inburgeringstraject volgen.
Een cursus maatschappelijke oriëntatie is meestal de eerste stap in zo'n inburgeringstraject. Nieuwkomers leren er in hun eigen taal de waarden en normen kennen binnen onze samenleving.
Ze krijgen er ook heel wat praktische info mee, bijvoorbeeld over ons onderwijs of onze gezondheidszorg. Ook de Vlaamse Canon krijgt een plaats in de cursus.
19.435 nieuwkomers begonnen vorig jaar met lessen maatschappelijke oriëntatie, dat is 7 procent meer dan 5 jaar geleden. In Antwerpen is er een sterkere stijging van 28 procent.
Volgens Vlaams minister van Integratie en Inburgering Hilde Crevits (CD&V) spelen de lessen maatschappelijke oriëntatie een steeds belangrijkere rol bij de integratie van nieuwkomers. "Het is veel meer dan een cursus: het is de sleutel waarmee nieuwkomers de deur openen naar volwaardige participatie in onze samenleving. We verhogen zo de zelfredzaamheid van nieuwkomers en zorgen ervoor dat ze zich thuisvoelen."
Ongeveer de helft van de nieuwkomers volgt de lessen omdat ze daartoe verplicht zijn. De andere helft begint vrijwillig aan de lessen en dus ook aan een inburgeringstraject.
Wat is een inburgeringstraject?
Een inburgeringstraject bestaat uit 4 onderdelen:
1. Een cursus maatschappelijke oriëntatie waarin de nieuwkomers leren hoe onze samenleving werkt. Daarover volgt een inburgeringstest met meerkeuzevragen.
2. Lessen Nederlands tweede taal, NT2. Daarover moeten ze een examen afleggen.
3. Een verplichte inschrijving bij de VDAB binnen de 60 dagen na de ondertekening van het inburgeringscontract.
4. Een participatie- en netwerktraject van 40 uur om het sociaal netwerk van de nieuwkomers te versterken. Ze krijgen daarvoor bijvoorbeeld een buddy toegewezen of kunnen een stage volgen of vrijwilligerswerk doen.
Wachttijd
De meeste nieuwkomers starten binnen de 6 maanden nadat ze hun inburgeringscontract hebben getekend met de lessen maatschappelijke oriëntatie. Een aantal jaar geleden lukte dat bij velen niet en waren er lange wachtlijsten.
Die wachtlijst is intussen sterk gedaald, maar nog niet helemaal weggewerkt. Bij het Agentschap Integratie en Inburgering, dat instaat voor de lessen maatschappelijke oriëntatie buiten de steden Antwerpen en Gent, wachten vandaag nog zo'n 1.500 nieuwkomers langer dan 6 maanden om te kunnen starten.
Volgens minister Crevits blijft het aandeel wachtenden wel stabiel.
Er zijn in Vlaanderen 3 organisaties die instaan voor de inburgeringstrajecten. Atlas in Antwerpen, Amal in Gent en het Agentschap Integratie en Inburgering elders in Vlaanderen.
Overgrote meerderheid slaagt
Na een lessenreeks van 60 uur moeten de nieuwkomers een test afleggen met meerkeuzevragen. Mag een homokoppel bijvoorbeeld kinderen adopteren? Of wanneer kregen vrouwen stemrecht voor de nationale verkiezingen?
De overgrote meerderheid (90 procent) slaagt voor die test. Daarnaast speelt onder meer ook hun actieve deelname tijdens de lessen mee in de evaluatie.
Maar nieuwkomers zijn pas volledig geslaagd voor hun inburgeringscursus wanneer ze ook slagen voor hun lessen Nederlands, zich inschrijven bij de VDAB en een netwerktraject volgen. Vorig jaar werden er zo'n 17.900 inburgeringsattesten afgeleverd.



