"Wij kunnen niet werken zoals het volgens de medische deontologie hoort." Dat zeggen verschillende gevangenisartsen. Ze trekken aan de alarmbel omdat de medische zorg in gevangenissen volgens hen ondermaats is. En dat heeft volgens de directeurs gevolgen voor de gedetineerden, maar ook voor de samenleving.
Gevangenisarts: "De medische zorg in gevangenissen is ondermaats"
In het kort:
Gevangenisartsen trekken aan de alarmbel over de ondermaatse medische zorg in Belgische gevangenissen, waarbij ze stellen dat ze "niet kunnen werken zoals het volgens de medische deontologie hoort".
Psychiater Wout De Ruyck en huisarts Brecht Verbrugghe wijzen op structurele problemen zoals overbevolking, personeelstekort en het feit dat de gezondheidszorg door Justitie wordt georganiseerd in plaats van door Volksgezondheid.
De problematische werkomstandigheden leiden tot onveilige situaties zoals fouten bij medicatietoediening, gebrekkige screening van ziektes en onvoldoende privacy tijdens consultaties, wat gevolgen heeft voor zowel gedetineerden als de samenleving.
"Ik heb eigenlijk geen goesting om te vertrekken. Je moet je eens inbeelden dat je wordt geopereerd door een chirurg die geen goesting heeft om naar het ziekenhuis te gaan, die zich mentaal moet opladen, gewoon om naar het ziekenhuis te gaan om die operatie uit te voeren… Dat is dus op dit moment hoe de psychiater naar de gevangenis gaat in Gent."
Zo begon psychiater Wout De Ruyck onlangs zijn getuigenis op een studiedag over het gevangeniswezen. Zijn gemoedstoestand zegt iets over de werkomstandigheden voor artsen in de gevangenissen.
Een matras op de grond, goed voor de rug is dat niet
dr. Wout De Ruyck
Want De Ruyck staat niet alleen met zijn klacht. Verschillende artsen getuigen aan de redacties van VRT, Le Soir en RTBF over de problematische gezondheidszorg in de Belgische gevangenissen. Die zorg zou idealiter op hetzelfde niveau moeten zijn als buiten de gevangenis en misschien zelfs meer dan dat. "Alle gezondheidsproblemen die je in de maatschappij tegenkomt, komen ook voor in de gevangenis. Je ziet bovendien heel veel mensen in de gevangenis die eerder niet de zorg kregen die ze nodig hadden."
Uit een rondvraag blijkt dat de situatie van gevangenis tot gevangenis kan verschillen maar in grote lijnen komen dezelfde kritieken wel vaak terug.
De Ruyck wijst vooral naar de overbevolking en de daarbij horende stijgende werklast, ook voor het medisch personeel. "Als je iedere keer met dezelfde middelen steeds meer mensen moet behandelen of verzorgen, ja, dan is het logisch dat de zorg achteruit gaat." Hij geeft het voorbeeld van de grondslapers. "Een matras op de grond, goed voor de rug is dat niet."
Wat overblijft is een bepaalde 'cultuur', die een collega eens omschreef als 'folkloristisch'
dr. Brecht Verbrugghe
Het gevangeniswezen verkeert in een diepe crisis en dat heeft ook zijn impact op de gezondheidszorg. "Het is brandjes blussen. Proberen te maken dat de zaken niet nog erger worden." De frustratie is dubbel: menselijk en professioneel.
"Ik werk ruim 5 jaar in de gevangenis van Gent. En ik heb het echt wel achteruit zien gaan in die periode. Iedereen heeft een bepaalde draagkracht en op een bepaald moment kan het voor iedereen wel eens te veel zijn. Ik heb nog het geluk dat ik daar niet 24 uur op 24, 7 dagen op 7, in de loopgraven sta te ploeteren, bij wijze van spreken hé."
Brecht Verbrugghe werkt als huisarts in de gevangenis van Haren en voordien in de gevangenis van Sint-Gillis. Hij schreef een lange brief aan de Orde der Artsen die onze redactie kon lezen. Hij wijst op een fundamenteel probleem. Als arts ziet hij gedetineerden in de eerste plaats als patiënten aan wie hij medische zorg wil geven. "Wat hij of zij gedaan heeft, hoef ik eigenlijk niet te weten. Ik ben geen rechter. Mijn rol is de gezondheid te bevorderen."
Is een handjevol ambtenaren van een Justitiedepartement uitgerust om de organisatie van de zorg voor duizenden gedetineerden verspreid over 38 lokale gevangenissen te organiseren?
dr. Brecht Verbrugghe
Maar dat gaat niet, omdat in zijn werk te veel de logica van de gevangenis domineert. Dat uit zich bijvoorbeeld bij mensen die in de strafcel zitten. Als arts moet hij die mensen in de praktijk onderzoeken aan het kleine venstertje van de celdeur. "Maar ik wil als arts mijn patiënt fysiek kunnen onderzoeken."
In theorie kan hij weliswaar vragen om de deur te openen, maar daarvoor moet uit veiligheidsoverwegingen het interventieteam opgetrommeld worden. Dat vraagt tijd want dat team is, door de werkdruk, niet altijd onmiddellijk beschikbaar.
Een fragment uit de brief
Een gedetineerde klaagt gedurende meer dan 6 maanden over abdominale pijn. Zijn algemene toestand ging achteruit en er werden mails gestuurd vanuit verschillende diensten op verschillende momenten waarbij niet medisch-geschoolde personen hun ongerustheid deelden. Op een gegeven moment dronk hij enkel nog suikerwater. Dit werd toegeschreven aan een hongerstaking. Uiteindelijk werd hij met spoed afgevoerd en twee weken later was hij overleden in het ziekenhuis aan kanker. Er was een consultatie ingepland bij de gastro-enteroloog enkele maanden later, maar zoals wel vaker haalt de klinische realiteit de gevangenis logica in, of is het net omgekeerd?
Zijn overlijden kwam ik, zoals bijna altijd, toevallig te weten. Suïcide pogingen, ernstige automutilaties en overlijdens worden niet besproken en ook niet bijgehouden. (…) Zijn er vertragingen opgelopen bij de oppuntstelling van de abdominale pijn? Is dit aanvaardbare 'collateral damage' om de organisatie van verwijzingen draaiende en behapbaar te houden?
Een behoorlijk onderzoek van de gedetineerde in de strafcel, kan eigenlijk niet, zo stelt Verbrugghe. In de praktijk schrijven collega’s dan maar de simpele melding 'rien à signaler'. Er heerst een gevoel van demotivatie en defaitisme. “Als je als arts lange tijd in zo’n slechte arbeidscontext moet werken, heeft dat een effect op je functioneren.”
Maar ten gronde stoort hem ook de dubbelzinnigheid van dit werk. Als je als arts je fiat moet geven om iemand al dan niet uit de strafcel te halen, beslis je eigenlijk ook om iemand al dan niet in de strafcel te laten zitten. Zo word je eigenlijk onderdeel van het systeem, zo redeneert hij. "En dat wil ik niet. Als arts wil ik onafhankelijk werken." Om die principiële reden is hij alvast gestopt met het bezoeken van mensen in de strafcel.
Het voorbeeld van de strafcel raakt aan de kern van de kritiek. De gezondheidszorg in de gevangenis wordt georganiseerd door het ministerie van Justitie terwijl, in de visie van veel artsen, het veel logischer zou zijn mocht dat gebeuren door het ministerie van Volksgezondheid. "Is een handjevol ambtenaren van een Justitiedepartement uitgerust om de organisatie van de zorg voor duizenden gedetineerden verspreid over 38 lokale gevangenissen te organiseren?", zo vraagt dr. Verbrugghe zich luidop af.
Door dit gegeven is er geen Medische Raad om toe te zien op de deontologie, geen gedeelde werkwijze, geen visie, geen casusbesprekingen, nauwelijks kwaliteitsbewaking. "Wat overblijft is een bepaalde 'cultuur', die een collega eens omschreef als 'folkloristisch'," aldus Verbrugghe.
Maar blijkbaar is er meer dan dat. "Een omzendbrief gericht aan de medische diensten, afkomstig van de hiërarchische lijn die stelt dat 'afwachten dikwijls de klachten geneest' en dat de gevangenisarts 'niet de medische problemen dient op te lossen waar de patiënt buiten niet de moeite voor gedaan heeft ze aan te pakken' en daarbij aanspoort minder te verwijzen naar het ziekenhuis, is in deze context uiteraard uiterst problematisch."
Hepatitis C
In de brief wordt ook nog verwezen naar het probleem van hepatitis C. In tegenstelling tot de richtlijn van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is er geen veralgemeende screening van alle gedetineerden, laat staan dat er, bij positief resultaat, een behandeling wordt opgestart. Dat zou, zo schrijft Verbrugghe, te maken hebben met te beperkte budgetten.
Het voorbeeld maakt wel duidelijk dat het probleem ook gevolgen heeft voor de hele samenleving. Als mensen in de gevangenis niet beter worden, dan bestaat het risico dat ze slechter worden, ook als ze vrijkomen. Om die reden is het best dat de problemen zo snel mogelijk worden aangepakt. "Kwalitatieve medische zorg draagt bij aan een lager recidive-risico, denk maar aan de verslavingszorg", zo schrijft Verbrugghe.
Maar zorg aan drugsverslaafden wordt in een groot aantal gevallen aangeboden door externe diensten en ook daar is er een probleem. "Door staking, strikte beweging, een gebrek aan coördinatie, logistieke moeilijkheden en allerlei veiligheidsmaatregelen is een efficiënte aanwending van deze expertise niet vanzelfsprekend", zo staat er te lezen.
Artsen kampen met nog meer problemen bij de uitoefening van hun job in de gevangenis. Zo is er een gebrek aan informatiedoorstroming als er al een medisch dossier voorhanden is.
Het medisch beroepsgeheim stelt in de praktijk niet veel voor omdat in een overbevolkte cel andere gedetineerden meeluisteren en omdat penitentiaire beambten voortdurend binnen gehoorafstand het werk van de artsen in de gangen kunnen volgen.
Fragment uit de brief
Code ‘FOXTROT’ verschijnt op mijn DECT… dit wil zeggen brand! We lopen naar de aangegeven locatie. Het water loopt al van de tweede verdieping naar beneden als we aankomen. ‘Barbecue’ krijg ik te horen. Het vergaand cynisme is maar één van de manieren om met ingrijpende gebeurtenissen en machteloosheid om te gaan. Het interventie team blust maar dit loopt moeilijk omdat ze geen protectieve maskers hebben. (…)
Een andere cipier is in tranen en voelt zich schuldig omdat ze aanvoelde dat het niet goed ging met de gedetineerde, maar er geen tijd was om met hem in gesprek te gaan. Het lijkt logisch dat bij chronische personeelstekorten en overbevolking de aandacht nog meer naar de kerntaken van de beveiligingsopdracht verschuift. De gedetineerde roept van pijn en/of angst maar na een tijdje wordt het stil. Het is wachten op de brandweer om de deur te openen. Een volledig zwart lichaam wordt naar buiten getrokken. De man wordt nog gereanimeerd en naar het ziekenhuis overgebracht, maar enkele dagen later wordt besloten om de kunstmatige coma te beëindigen. Het slachtoffer, jong en zonder papieren was nog maar enkele dagen aangekomen. Hij werd gezien binnen de eerst 24u, dus ja er werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen. We zijn medico legaal ingedekt.
Nog problematischer is de toediening van medicatie. Die gebeurt best door de arts of een verpleegkundige. Maar in de praktijk is het soms ook een beambte die het doet. Dat is niet conform de medische deontologie en het kan leiden tot verkeerd medicatiegebruik of, erger nog, het verzamelen van medicatie voor een suïcide of het opzetten van een handeltje.
Fragment uit de brief
Een geïnterneerde wordt in de ochtend met de MUG naar het ziekenhuis gebracht wegens intoxicatie. Hij heeft de rol van de voorziene avondmedicatie van zijn volledige sectie ingenomen. Niemand die precies weet hoe hij toegang had tot die rol medicatie. Het medicatiebeheer laat te wensen over, medicatiefouten zijn legio. Dit wordt nergens bijgehouden, dit wordt niet geanalyseerd. De distributie van medicijnen en soms ook de gecontroleerde inname van medicijnen wordt uitgevoerd door agenten.
Is de medische zorg binnen de gevangenis al een probleem, dan is het nog moeilijker om die zorg aan gedetineerden te geven buiten de gevangenis. Voor een aantal onderzoeken is het nochtans nodig een transfer te organiseren naar een ziekenhuis. Maar dat is tegelijk soms een veiligheidsrisico. Bovendien zijn er niet altijd mensen beschikbaar om dat transport uit te voeren, dat is trouwens ook zo bij het transport van en naar de gerechtsgebouwen.
"Meer en meer beschouw ik het werken in de gevangenis echter als één groot deontologisch probleem. De gevangenisarts probeert zijn werk te doen in moeilijke omstandigheden, de problematische werkomstandigheden vormen een belangrijke risicofactor voor normvervaging", zo besluit Verbrugghe zijn brief aan de Orde. "Gezien het maatschappelijk belang, de hardnekkigheid van de problematieken, het immobilisme en de belangrijke gevolgen voor de patiënt onder mijn zorgmandaat, voel ik mij ook verplicht de maatschappij in te lichten over bepaalde aspecten hierboven beschreven."
In een reactie laat het gevangeniswezen weten dat het zelf ook voorstander is van een overheveling van de gezondsheidszorg naar het ministerie van Volksgezondheid. Al zal er altijd rekening moeten worden gehouden met het specifieke van een gevangenis, zo voegt men eraan toe.
Een interview met dr. De Ruyck en dr. Verbrugghe kan je vanavond zien in Terzake, VRT-Canvas, 20 uur.

