Net als vogels trekken ook vliegen naar warmere oorden. Dat gedrag hebben onderzoekers van de universiteit van Exeter gebundeld in een nieuwe overzichtsstudie. Van 592 soorten hebben ze bewijs gevonden. "Ze gaan eigenlijk het eten achterna", zegt insectkundige Peter Berx.
Tot wel duizenden kilometers ver: ook vliegen trekken naar warmere oorden, net als vogels
Grote kans dat je al hoorde van trekvogels of zelfs trekvlinders, maar wist je al dat ook vliegen migreren?
Nieuw onderzoek van de universiteit van Exeter heeft de migratiepatronen van vliegen deels in kaart gebracht. "De onderzoekers hebben een aantal onderzoeken gebundeld en zijn zo tot knappe vaststellingen gekomen", zegt insectkundige Peter Berx in 'Nieuwe feiten' op Radio 1.
"We wisten het al van bepaalde vlinders, zoals de monarchvlinder en distelvlinder, maar migratie blijkt bij meerdere insectensoorten voor te komen. Het is verrassend dat je dat bij vliegen ook ziet."
De algemene trend is dat de vliegen naar warmere oorden migreren tijdens koude periodes, net als trekvogels. "Ze gaan eigenlijk het eten achterna, want als de weersomstandigheden hier veranderen, verdwijnt ook het voedselaanbod."
Luister: Insectkundige Peter Berx heeft het in 'Nieuwe feiten' over trekvliegen
Bij insecten gaat het vaak om een 'enkele reis'. "Er is meestal een generatie die migreert en nog een generatie produceert, in dat andere gebied. Die geproduceerde generatie komt dan terug", zegt Berx. "Maar het kan bijvoorbeeld ook over hele kleine afstanden gaan. Er zit bijzonder veel variatie in."
Bijna 600 soorten
Ook qua soorten is er veel diversiteit. "Het gaat hierbij niet zomaar om 1 of 2 bepaalde soorten vliegen: het zijn muggen, maar ook zweefvliegen, huisvliegen… velen migreren in mindere of meerdere mate", zegt Berx. Het onderzoek vond bewijs voor trekgedrag bij maar liefst 592 verschillende vliegensoorten.
Vliegen zijn licht en kunnen heel makkelijk door de windstromingen worden meegenomen
Peter Berx, insectkundige
De soort die er met kop en schouders bovenuit steekt, is de zweefvlieg. "Die zie je vaak in de tuin bewegingloos hangen. Ze hebben een geel-zwart gestreept patroon en jagen op bladluizen. Er zijn generaties die in de zomer hier te vinden zijn, en generaties die naar het zuiden trekken."
Duizenden kilometers
Het zijn misschien kleine beestjes, maar dat wil niet zeggen dat ze geen verre afstanden aankunnen. Integendeel. "Ze zijn licht en kunnen heel makkelijk door de windstromingen worden meegenomen. Bepaalde soorten wachten ook op die luchtstromingen. Ze grijpen hun kans door naar boven te vliegen, waar de luchtstromen ze meenemen naar hun overwinteringsoorden."
In sommige gevallen leggen ze wel duizenden kilometers af. "Runderhorzels, die hun larven ontwikkelen in de neusholtes van runderen, volgen de trek van die dieren. Die leggen afstanden af van 2.000 tot wel 5.000 kilometer ver."
Ook de hoogte kan tellen. Zelfs in de buurt van het Himalayagebergte werden aanwijzingen gevonden van migrerende vliegen. "Maar de onderzoekers willen hier nog meer gespecialiseerd onderzoek naar doen. Wat zijn de routes? Hoe ver verplaatsen ze zich precies per dag en tot hoe hoog kunnen ze gaan? Er is nog heel wat werk aan de winkel."

