Koning Filip is op bezoek in Pilsen om er persoonlijk de herdenking bij te wonen van de Tsjechische stad. In 1945, op het einde van WO II, waren Belgische militairen cruciaal bij de bevrijding van de Tsjechische stad Pilsen. De bakermat van het pintje (de allereerste geslaagde pils werd er gebrouwen in 1842) is een van de weinige Tsjechische steden die niet door Sovjettroepen is bevrijd, maar wel door het Belgische 17e bataljon Fuseliers, samen met Amerikaanse troepen. Wie waren de helden die koning Filip vandaag gaat eren?
Koning Filip in Pilsen, de Tsjechische stad die 80 jaar geleden door Belgisch Bataljon werd bevrijd
"Mijn vader was net 18 toen hij zich ging aanbieden als rekruut voor het 17e bataljon Fuseliers", vertelt Luc Rensonnet (76) over zijn vader Georges Rensonnet. Het 17e bataljon Fuseliers werd opgericht eind 1944, begin 1945, met vrijwilligers uit de provincie Luik.
"Luik is in september 1944 bevrijd door de Amerikanen. Ze zochten toen oorlogsvrijwilligers, tussen 18 en 24 jaar oud. De straten hingen vol met rekruteringsaffiches. Wie aangenomen werd, engageerde zich voor de rest van de oorlog, zonder dat ze wisten hoelang die nog zou duren."
Het idee voor eenheden met vrijwilligers was al gegroeid een jaar eerder, in juni 1943, bij de Belgische regering die in Londen in ballingschap zat. Volgens het 'plan Pierlot' (van toenmalig premier Hubert Pierlot) zou België nieuwe eenheden oprichten naarmate de bevrijding van België vorderde.
"De geallieerden hadden daarom gevraagd", vertelt Majoor Dave Warnier, Hoofd van de Leerstoel Geschiedenis aan de Koninklijke Militaire School (KMS). "Eigenlijk om de zogenaamde ‘stomme jobs’ over te nemen, zoals munitiedepots bewaken. Daarvoor geallieerde troepen met veel gevechtservaring ‘opofferen’ zou zonde zijn, dat zagen de Britten en de Amerikanen niet zitten."
Tegen 12 september 1944 was het grootste deel van België bevrijd, en waren er snel troepen nodig om wegen te herstellen en ook om wegen, steden, depots en krijgsgevangen Duitsers te bewaken. Omdat de geallieerden op dat moment nog infanterie voor de fronteenheden tekort hadden, waren nieuwe eenheden van vrijwilligers erg welkom.
Jong en vastberaden
In totaal zijn er 53 bataljons met vrijwilligers opgericht, van elk 801 personen. Het 17e bataljon Fuseliers zag het licht in Péruwelz in Henegouwen. "Mijn vader moest naar de medische keuring", vertelt Rensonnet. "Daar vonden ze hem te groot en te mager, en hij werd afgekeurd. Ze dachten, die is te zwak. Hij vroeg toen achteloos of de keuring de volgende dag door dezelfde arts zou gebeuren. Nee, was het antwoord, en waarom wil je dat weten. Gewoon, uit nieuwsgierigheid, zei hij."
"Hij heeft dan thuis zijn zus gevraagd om lood in zijn zakken te naaien, en heeft zich de volgende dag opnieuw aangeboden bij de dokter. En toen is hij goedgekeurd. Hij was vastberaden om erbij te zijn. Hij had de gruwel van de oorlog gezien. Ze woonden vlak bij een brug en het station, plekken die volop gebombardeerd werden. Op een bepaald moment waren er in Luik 2.000 gewonden."
"Mijn vader was net 18, maar in het bataljon waren er ook jonger dan 18, die met valse identiteitskaarten toch binnen waren geraakt. Iemand van 16 zelfs."
De medische keuring vond mijn vader te groot en te mager, dus naaide hij lood in zijn zakken en bood zich opnieuw aan
Luc Rensonnet, zoon van Georges Rensonnet, lid van het 17e bataljon Fuseliers
De vrijwilligers voor de nieuwe bataljons werden vooral gerekruteerd onder oud-verzetsleden. In het 17e bataljon Fuseliers zaten de leden van het vroegere geheime ondergrondse verzet tegen het nazibewind in de provincie Luik. "Ze gaven voorrang aan mensen van het verzet, want die hadden gevoel voor discipline en die hadden al geleerd wapens te gebruiken", vertelt Majoor Warnier. "Daardoor hadden ze een minder lange opleiding nodig."
De Britse en Amerikaanse troepen konden de versterking van de vrijwilligers goed gebruiken. "Normaal duurt een opleiding 3 maanden", vertelt Rensonnet, "maar de Amerikanen hadden sneller mensen nodig, en dus moesten de rekruten na 5 weken al mee op pad. Het 17e bataljon ging eerst naar Eupen, en dan verder de Rijn over."
Uniformen en helmen vol bloed en gaten
In maart 1945 werd het 17e bataljon Fuseliers toegevoegd aan het 3e Leger van generaal Patton. "Patton had een militaire vurigheid", lacht Rensonnet. "Hij ging vooruit en vooruit. Patton wou ook Praag bevrijden, maar er was internationaal afgesproken dat dat door de Russen zou gebeuren."
“Mijn vader moest mijnen vegen, de weg open maken voor de Amerikanen, maar België had geen materiaal, geen uniformen… Ze droegen uniformen en helmen van gewonde of gesneuvelde Britten. Met bloed op en vol gaten. Ze hebben kou geleden. Eten hadden ze wel, omdat ze bij de Amerikanen waren. Maar ja, ze hebben afgezien."
België had geen materiaal. Ze droegen uniformen en helmen van gewonde of gesneuvelde Britten. Met bloed op en vol gaten
Luc Rensonnet, zoon van Georges Rensonnet, lid van het 17e bataljon Fuseliers
Samen met de Amerikanen hebben de Belgische Fuseliers aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de nazi-invallers honderden kilometers terug kunnen dringen in Duitsland en Tsjecho-Slowakije. "Ze zijn het enige bataljon dat zo ver geraakt is", vertelt majoor Warnier. "Eigenlijk was het niet de bedoeling dat ze mee de grens zouden overgaan, uiteindelijk waren het maar troepen met een basisopleiding, maar de Amerikanen hebben ze meegenomen. Het 17de bataljon Fuseliers was redelijk deftig getraind."
"De Belgen deden de achterhoedebeveiliging, en hebben daar een heel belangrijke rol gespeeld. Iedereen denkt, dat zijn gewoon toeristen, maar dat klopt niet. De frontlijn op het einde van de oorlog beweegt heel snel. Er zijn heel veel Duitse troepen snel voorbijgestoken, en de Belgen hebben veel opruimwerk gedaan van die achtergebleven Duitse troepen."
Felicitaties van Eisenhower
Op 6 mei 1945, 2 dagen voor het naziregime zich overgaf, bevrijdden de Belgen, samen met Amerikaanse troepen, de stad Pilsen. Ook gemeenten errond zoals Stříbro en Tachov werden bevrijd en de Luikse Fuseliers ontmantelden mee het concentratiekamp Holýšov en bevrijdden er 700 onschuldige vrouwen die er waren vastgehouden. Pilsen was een van de laatste slagvelden van de Tweede Wereldoorlog in Europa.
Twee maanden later kregen ze felicitaties van de opperbevelhebber van de Amerikaanse troepen, generaal Eisenhower. “Officieel bleven de bataljons bestaan tot 1946”, vertelt majoor Warnier, “maar in de praktijk werden ze naar huis gestuurd zodra de Britten of Amerikanen ze niet meer nodig hadden, en dan opgedoekt.” Er waren er die het leger ingingen, anderen gingen voort met hun leven van voor de oorlog.
“Na de oorlog is mijn vader geen beroepsofficier geworden”, vertelt Luc Rensonnet. “Hij is in de zaak van zijn vader gestapt, die was verzekeringsmakelaar. Het familiebedrijf bestaat nog altijd, intussen zitten we aan vier generaties.”
Bevrijding van Pilsen pas laat herdacht
De bevrijding van Pilsen, en de heroïsche rol van de Amerikanen en de Belgen daarbij, is pas laat herdacht. "Na de oorlog kwam Tsjecho-Slowakije onder communistisch bestuur", vertelt Rensonnet. "Herdenken dat Pilsen door Amerikanen en Belgen bevrijd was, was tijdens de Koude Oorlog onmogelijk." Het najaar van 1989 veranderde alles. De Berlijnse muur viel op 9 november, en luidde het einde in van het communisme in Europa.
"Sinds 1990 organiseert Pilsen elk jaar het Festival van de Bevrijding. Mijn vader was er dat jaar bij, ze waren met 2 veteranen, en sindsdien heeft hij geen enkele herdenking gemist, tot hij overleden is in april 2011. Ik ben zelf 3 keer met hem mee geweest. In 2011 wilden ze hem eren, en vroegen ze me te komen. Sindsdien ga ik elk jaar."
De bevrijdingsfeesten zijn echt indrukwekkend, mensen daar zijn nog altijd super dankbaar. Als je er in je Belgische uniform rondwandelt, komen ze naar je toe.
Majoor Dave Warnier, Hoofd van de Leerstoel Geschiedenis aan de Koninklijke Militaire School (KMS)
"De bevrijdingsfeesten zijn echt indrukwekkend", vertelt Majoor Warnier. Het feest duurt 5 dagen, en de hele binnenstad van Pilsen is versierd met Amerikaanse en Belgische vlaggen. "Ik ben er geweest bij de herdenking 10 jaar geleden, 70 jaar na de bevrijding, en mensen daar zijn nog altijd superdankbaar. Als je er in je Belgische uniform rondwandelt, komen ze naar je toe. Er is een groot monument, een parade van oude voertuigen, waar veteranen in worden rondgereden."
"Ik heb toen met een aantal Belgische veteranen gesproken, en er waren er die heel veel geluk hebben gehad. Ze vertelden dat ze in hun jeep aankwamen op een open plek in het bos, en dat ze opkeken, en allemaal Duitsers zagen rond hen, zwaarbewapend. Plots staken die hun handen in de lucht en gooiden hun geweer weg. Ze gaven zich over. Anderen hebben wel moeten vechten."
Koning Filip voor het eerst bij herdenking in Pilsen
Voor het eerst dit jaar zijn België en Tsjechië bij de herdenking in Pilsen vertegenwoordigd op het allerhoogste niveau, dat van staatshoofd. 80 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog reist ook koning Filip af naar Pilsen. Samen met de Tsjechische president Petr Pavel volgt hij de plechtigheid vandaag, en legt hij ook bloemen bij een herdenkingsplaat voor het 17e bataljon Fuseliers aan het stadhuis.
Koning Filip praat er ook met familie van de Belgische veteranen, zoals Luc Rensonnet. Belgische veteranen zelf zijn er niet meer, de laatste overleed in 2023.
Dat koning Filip de bevrijdingsfeesten bijwoont, kadert in een officieel tweedaags bezoek van hem aan Tsjechië, op uitnodiging van de president. Pavel wou graag de banden met België aanhalen. Hij is president sinds 2023, en was ervoor voorzitter van het militair comité van de NAVO en stafchef van de Tsjechische strijdkrachten.
"Ik wist dat de koning naar Tsjechië wou komen en ik had onze nieuwe ambassadeur in Tsjechië gezegd, waarom hem niet uitnodigen voor de herdenking van 80 jaar bevrijding", vertelt Rensonnet.
Dat koning Filip nu de herdenking bijwoont, is een hele eer
Luc Rensonnet, zoon van Georges Rensonnet, lid van het 17e bataljon Fuseliers
De dag voor de herdenking in Pilsen, is koning Filip door de president ontvangen met een militaire ceremonie op de Praagse Burcht. Het laatste Belgische koninklijk bezoek aan Tsjechië dateert van 2000, toen waren koning Albert en koningin Paola er op staatsbezoek, op uitnodiging van toenmalig president Václav Havel. Zijn opvolger Václav Klaus was in 2011 op officieel bezoek in Brussel.
"Dat de koning nu de herdenking bijwoont, is een hele eer", vindt Rensonnet. "Weinigen kennen het 17e bataljon Fuseliers, terwijl geen enkel ander bataljon zover gekomen is." En zo kan Pilsen voortaan niet alleen de stad worden die we kennen van het pilsbier, maar ook van de heroïsche Belgische oorlogsvrijwilligers van het 17e bataljon Fuseliers uit Luik.





