Deze week is het 80 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Europa. Sindsdien heeft het grootste deel van het continent permanent vrede gekend. Maar net nu groeit de vrees dat er een einde komt aan die periode. Sinds de Russische invasie in Oekraïne vechten opnieuw twee Europese naties om grondgebied. En dat creëert spanningen die de schrik doen oplaaien: stevenen we af op een nieuw grootschalig Europees conflict, of zelfs een wereldoorlog?
80 jaar vrede na Tweede Wereldoorlog, maar wereldorde wankelt opnieuw: stevenen we af op een nieuw grootschalig conflict?
De 80 jaar sinds V-Day of 'Victory Day' op 8 mei 1945 kan je onderverdelen in twee bijna gelijke helften. De eerste 44 jaar werd de vrede gewaarborgd door het machtsevenwicht tussen twee concurrerende blokken: het westerse blok rond de NAVO en de communistische wereld met als kern het Warschaupact.
De twee blokken vermeden een rechtstreekse aanvaring uit angst voor wat bekendstond als de "mutual assured destruction". Zou één van beide blokken het andere aanvallen, dreigde een escalatie met kernwapens waarin ze elkaar zouden vernietigen en niemand als winnaar zou eindigen.
Na de val van het IJzeren Gordijn in 1989 volgde een periode waarin de VS almachtig leek en zich bovendien bereid toonde om de orde in de wereld te handhaven. Alleen duurde dat niet zo lang. De almacht wekte naijver, rancune en lokte een golf van terreur uit.
De war on terror leidde de aandacht af van de groei en wederopstanding van concurrerende grootmachten, tot op het punt waar we nu zijn: een wankele wereldorde waaruit de almachtige politieman zich liever terugtrekt.
De Koude Oorlog: geen vrede buiten Europa
Laten we de vrede van de Koude Oorlog ook niet idealiseren. De communistische staatsinrichting van de Sovjet-Unie en zijn satellietstaten smoorde de democratische rechten en verzuchtingen van miljoenen Europeanen. En ook binnen het westers-Europese blok werden lange tijd politieregimes en dictaturen getolereerd, zoals in Griekenland of Portugal.
Zelfs als het waar is dat het machtsevenwicht een nieuwe oorlog in Europa wist te beletten, dan werd er wel degelijk gevochten in tal van verre landen daarbuiten. Van Angola tot Vietnam, van Zimbabwe tot Cuba - de twee grootmachten bestreden elkaar via bevriende regimes of verzetsgroepen in langdurige en wrede burgeroorlogen.
Europa bleef dan wel gespaard van geweld, maar in wat toen nog "de derde wereld" werd genoemd, kostte de krachtmeting tussen Oost en West miljoenen mensen het leven.
Na het IJzeren gordijn: de VS als politieman
Toen in 1989 het IJzeren Gordijn werd doorgeknipt en het Sovjetrijk kort daarna uiteenviel, kondigden sommige denkers "het einde van de geschiedenis" af. Voortaan zou de hele wereld naar het westers-democratische model evolueren, onder de leiding en zachte dwang van de enige resterende supermacht, de Verenigde Staten.
De eerste post-Koude-Oorlog-president George Bush nam meteen zijn verantwoordelijkheid toen de Iraakse dictator Saddam Hoessein buurland Koeweit binnenviel. Bush bracht een coalitie op de been om Koeweit te bevrijden, uit naam van de internationale rechtsorde.
Uiteraard speelden er voor Washington, zoals meestal, ook economische belangen (olie). Toch luidde de eerste Golfoorlog een periode in van vredesoperaties en interventies, onder VN-vlag en soms onder leiding van de NAVO. Vaak was de leidende rol van de VS daarbij cruciaal. In Somalië, Haïti, Bosnië en Kosovo kwam Amerika tussenbeide als de politieman van de wereld.
De conflicten in Europa bleven meestal beperkt tot interne oorlogen, zoals in Joegoslavië. De Amerikaanse hypermacht had ook nu, tot op zekere hoogte, een afschrikwekkend effect, omdat ze nog steeds bereid leek om orde op zaken te stellen.
Overmoed en rancune
Niettemin had die westerse interventiedrift ook rancune gezaaid. De Amerikaanse troepenmacht in Saudi-Arabië tijdens de eerste Golfoorlog frustreerde en inspireerde Osama bin Laden, die met Al Qaeda een golf van terreur ontketende en op 11 september 2001 vernietigend kon uithalen in New York en Washington.
Na de eerste schok en ontreddering zette de regering van de jonge Bush (George W.) een keiharde anti-terreurcampagne op. De inval in Irak was een strategische blunder en zou nog meer terreur uitlokken. En terwijl het westen bijna alle aandacht richtte op de dreiging van islamistisch terrorisme, krabbelde een oude grootmacht (Rusland) overeind en maakte een nieuwe supermacht (China) zich op om de Amerikaanse alleenheerschappij uit te dagen.
Rancune is de brandstof van de geschiedenis en rancuneuze grootmachten hebben zich wel vaker agressief-revanchistisch opgesteld. Je kan je afvragen of de snelle uitbreiding van de NAVO naar het oosten onvoorzichtig, overmoedig of arrogant was - en of de reactie van Vladimir Poetin niet te voorspellen was. Dat neemt niet weg dat de vraag om bij de NAVO, de EU en het westers blok te behoren ook van die nieuwe landen zélf uitging.
En naarmate de chaotische en corrupte democratie van het Rusland van de jaren 90 meer en meer vergleed naar een repressief en autoritair regime, werd die vraag ook steeds begrijpelijker en moeilijker te negeren. De strijd tussen het westen en Rusland of China is niet enkel een geopolitieke kwestie van territoriale invloedssferen, het gaat ook om een wezenlijk verschil in maatschappij- en politiek model.
Tenslotte wekten de vele Amerikaanse operaties in het buitenland, voor vrede of tegen terreur, ook een vorm van rancune op bij een deel van de Amerikaanse burgers. Wat had de VS te zoeken in al die verre buitengaatse gebieden, terwijl in Amerika zèlf de infrastructuur verwaarloosd werd, jobs verloren gingen en de ongelijkheid toenam?
Dat ongenoegen werd twee maal succesvol gecapteerd door Donald Trump, die het buitenlands beleid van zijn land een fundamenteel andere richting uitstuurde.
De wereldorde wankelt
Daar staan we dan in 2025. Net wanneer de VS besluit om zijn internationale relaties verregaand te reorganiseren in functie van harde economische en veiligheidsbelangen, is de dreiging van Rusland op het Europese continent toegenomen.
Rusland heeft met de inval in Oekraïne overduidelijk het internationaal recht geschonden, maar voor de regering-Trump is dat op zichzelf geen reden meer om Rusland het hoofd te bieden. De boodschap van Trump aan Europa is duidelijk: je staat er weldra alleen voor.
Europa was in die 80 jaar vrede gewend geraakt aan de Amerikaanse veiligheidsparaplu en is militair nog niet echt klaar voor die nieuwe situatie. Dat is niet alleen een kwestie van defensiebudgetten, maar ook van technologie en een gebrek aan samenwerking (en de mogelijkheid om samen te werken, de zogenoemde inter-operabiliteit).
De Europese landen zijn in snelheid genomen en hebben een inhaalrace ingezet, deels om Trump nog te paaien, deels om hun defensiekracht ook echt te versterken. Maar het optuigen van de strijdkrachten en de versterking van hun autonomie zal tijd vragen.
Juist dat maakt de huidige periode, volgens militairen en veiligheidsexperts, zo onzeker en gevaarlijk. Mocht Rusland van plan zijn om een van de Baltische staten aan te vallen, is het nu - of binnenkort - een ideaal moment daarvoor. De Amerikaanse bescherming is niet langer verzekerd en de Europese defensie staat nog op wankele benen. Oorlogen beginnen dikwijls wanneer een ambitieuze grootmacht zwakheid of een machtsvacuüm ziet bij een andere.
Moment van de waarheid
Dit moment van onzekerheid en toegenomen risico's is tegelijk voor Europa het moment van de waarheid. De Verenigde Staten willen hun aandacht en militaire middelen verleggen van Europa naar Azië, waar ze beducht zijn voor oorlog met China. De regering-Trump wil bovendien geen lans meer breken voor internationale rechtsprincipes en heeft geen zin meer in de rol van politieman. Het zal dus aan de Europese landen zijn om vrede, rechtsprincipes en democratie in Europa af te dwingen.
Dat hoeft niet uitsluitend met militaire middelen te gebeuren. Terecht hoor je pleidooien voor méér diplomatie en overleg, bijvoorbeeld over de oorlog in Oekraïne. Europa is altijd pleitbezorger en behoeder geweest van multilaterale overlegorganen, zoals de Verenigde Naties of de OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa). Misschien liggen daar kansen die nog niet genoeg verkend zijn.
We zien een opmerkelijke paradox: de regering-Trump, die er prat op gaat dat ze vredesgesprekken over Oekraïne op gang heeft gebracht, is tegelijk een koele minnaar van die naoorlogse diplomatieke overlegstructuur. Omgekeerd blijft Europa, dat zo gebaat en vertrouwd is met de diplomatieke machinerie, aarzelen om met Poetin aan tafel te gaan zitten.
Toch zal diplomatie met Rusland alleen maar kans maken als ze gepaard gaat met militaire weerbaarheid en een bepaalde mate van afschrikking. Dat is geen oorlogszucht of militarisme, maar een vorm van eenvoudig realisme. Met het oog op de vrede en het Europese maatschappijmodel van vrijheid, democratie en rechtsprincipes.

