"Eeuwige dank. Mijn hart loopt ervan over." Zo begint de lange brief die filmregisseur Ryan Coogler deze week richtte aan alle fans die naar zijn film 'Sinners' zijn komen kijken. De film brak vorig weekend een aantal records in Amerika, en dat trof de regisseur diep in het hart. Want 'Sinners', met Michael B. Jordan in de hoofdrol, heeft alles wat je van een blockbuster niét verwacht.
'Sinners' is een van de bioscoopevenementen van het jaar: regisseur Ryan Coogler schrijft emotionele dankbrief aan fans
Met een opbrengst van 48 miljoen dollar in de VS, en 63 miljoen wereldwijd in het openingsweekend overtrof 'Sinners' alle verwachtingen. Het is de tweede hoogste openingsscore ooit voor een horrorfilm met een R-rating (onder 17 jaar alleen toegang met een volwassene). En het is het beste weekend voor een originele film sinds de jaren 2020. Reden genoeg voor Coogler om in zijn pen te kruipen.
Coogler bedankt iedereen "die naar de bioscoop trok, in de rij ging staan, popcorn en een drankje bestelde, en achteraf met vrienden de film liet bezinken". Zelden gezien, zo’n publieke knieval.
Waarom werd Ryan Coogler, die eerder al succes oogstte met franchisefilms als 'Creed' en 'Black Panther' zo diep geraakt? Omdat niemand dit had zien aankomen. Niemand. Want zijn film is echt wel een stomp in de maag. Drie redenen waarom het een wonder mag heten dat 'Sinners' zoveel kijkers lokt. En toch.
1. Te veel horror
'Sinners' speelt zich af in de jaren 30, in de Mississippi Delta in het zuiden van de VS. De tweelingbroers Smoke en Stack, beiden gespeeld door Michael B. Jordan, keren uit Chicago terug naar hun geboortestad om er een muziekbar te openen voor zwarten. Geld hebben ze genoeg. Aanzien ook, want van Al Capone hebben ze de truukjes van het vak geleerd.
Op de openingsavond duiken er drie witte muzikanten op met scherpe hoektanden: vampiers. En dan is er geen houden meer aan. Bloed spat alle kanten uit, en het blijft stromen tot de eerste zonnestralen doorbreken. Maar dan is de film al bijna gedaan. 'Sinners' is nu eenmaal een horrorfilm. Te nemen of te laten.
En toch blijft het op een manier allemaal vermakelijk. Coogler brengt de slachtpartij met zoveel panache en bijwijlen zelfs met humor in beeld dat je geen fan moet zijn van het genre om te blijven kijken.
2. Te zwart
Er pronken geen Hollywoodsupersterren op de affiche van 'Sinners'. Geen Brad Pitts of Margot Robbies om kijkers te lokken. De enige witte mensen die we te zien krijgen, zijn vampiers. En een Klansman en zijn trawanten.
Dit is een film over de zwarte gemeenschap in de jaren 30. Over de dreiging van de Ku Klux Klan en de Jim Crow-wetten die het leven van de zwarten in het zuiden zuur maken. En hoe ze daarop reageren: door schouder aan schouder te gaan staan. Door samen te werken, maar ook samen te zingen en te dansen. En samen te vechten als het moet.
En toch gaat er een geweldige aantrekkingskracht uit van de ijzersterke cast. Niet alleen van superster Michael B. Jordan, die geen lessen meer hoeft te krijgen in sex-appeal. Ook de andere acteurs en niet in het minst de actrices staan pal. Wunmi Musaku (als de vrouw van één van de twee broers en hoodoo-adepte) is het hart van de film. Wat een kracht. Wat een innerlijke rijkdom. En wat een sensuele uitstraling. Black power is hot.
3. Te hybride
Coogler draait niet alleen veel bloed maar ook veel genres door de blender. Een horrorfilm die ook iets wil vertellen over racisme en een brug wil slaan tussen vroeger en nu. Dat is wel zeer ambitieus. En alsof dat nog niet genoeg is krijgt 'Sinners' op een bepaald moment de allure van een surrealistische musical.
Sommigen vinden dat de film daardoor richting mist en bezwijkt onder zijn eigen ambities. Daar valt iets voor te zeggen. Coogler wil zoveel vertellen dat het niet altijd duidelijk is welk punt hij precies wil maken.
En toch is te veel van het goede in dit geval geen vloek maar een zegen. Eén scène rechtvaardigt alles. Als Sammie, het neefje van de twee broers, de blues begint te spelen en de zaal in vuur in vlam zet, klikken verleden en heden plots in elkaar. West-Afrikaanse drums gaan over in hiphop en op de dansvloer vervoegen breakdansers en hedendaagse feestvierders het publiek van toen. Samen gaan ze loos op een tijdloze compositie van Cooglers huiscomponist Ludwig Göransson.
Of hoe een subtiel staaltje cinema illustreert hoe bepalend de Mississippi blues zijn geweest voor de rest van de muziekgeschiedenis. Je moet het zien om te geloven. En horen. En voelen. Als het kan in IMAX. Want het is een magisch moment, en een instant classic. Nu al bekend als 'The surreal montage’.
Conclusie
Die drie redenen om thuis te blijven, zijn dus tegelijk het perfecte excuus om toch een ticket te kopen. Alleen al omdat elke regisseur die met een volledig originele film (Coogler is ook producer en scenarist) zijn hand durft te overspelen, een kans verdient. En als je dan toch een bioscoopzetel reserveert voor 'Sinners', blijf dan vooral zitten tot even na de aftiteling. In de epiloog doet een blueslegende een korte cameo die u voor geen geld wil missen.
'Sinners' is sinds vorige week bij ons te zien in de bioscoop.




